SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

De grote stap naar Congo 1ste term van 3 jaar

In totaal bijna 8 jaar in Congo ons album

enkele leuke verhalen

congo 1960 image foto sans titre

congo 1960 image foto sans titre

 

Openbaring van het Congo Dossier door Frankie Schram

Commisie rapport - rapport de la comission

Beknopt verslag 2001-2002 - Compte rendu analytique

 

8 jaar in Congo en 8 jaren waar we fier over zijn om het na te kunnen vertellen.

Eerste opdracht Matadi

congo 1960 image foto sans titreMijn Vader (Delcol Louis) vertrok rond 1952 naar Congo met mijn moeder en oudste broer toen 2 jaar, naar het onbekende land. Mijn vader was geselecteerd om voor OTRACO te werken.

Hij was een sterke persoonlijkheid, was redelijk kalm, en had eigenlijk nooit schrik in benarde situatie. Mijn Moeder daarentegen was volgzaam in zijn beslissingen die hij nam, en berustte in haar lot.

Mijn vader werd aangesteld als administratie chef voor alle gebieden rond de Congostroom (meestal rond de evenaars-provincie) en werd geselecteerd om als administratie directeur de diensten vlot te laten verlopen bij ziekte of verlof van collega’s

Volgens mijn moeder was dit een zwaar leven. Nooit hadden ze een vaste woonst, om de 6 maanden wist ze dat ze moest vertrekken naar een andere bestemming.

Zo woonden wij op verschillende plaatsen waar een kaai van Otraco stond (Beach genaamd). Wij woonde op bestemmingen die mij nog soms mooi in de oren klinken grote steden, kleine gehuchten, waar ze met een kleinere groep blanken samenleefden. Plaatsen zoals: Baningville waar ik en mijn tweeling zus Jacqueline in 1954 het levenslicht zagen, Stanleystad, Kikwit waar mijn tweeling zus overleed.

Meermaals probeerde ik te weten te komen of haar graf nog bestaat. Ik kreeg nooit antwoord de site is opgemaakt in 2001 en vandaag is het 2007. Hola holala via internet kan alles hé ik kreeg eindelijk respons via mail op 22-02-2007 en via mail waren er vier foto's bij een met de locatie van het graf en een met de archieven die ze in Kikwit nog bezitten. Het is nu meer dan 47 jaar geleden en het graf staat in de wildernis of wat we ervan kunnen zien. Dit is dus nu anno 2007het kerkhof van de blanke of wat ervan overblijft in Kikwit.

Matadi, Coquilhatville, Leopoldstad zijn steden waar we ook vertoefden. Er waren ook onbekende namen zoals Basankusu waar we tot in 1960 verbleven. Mijn ouders eerste aankomst was vreemd, Ze werden onthaald kregen een huis toegewezen en er werd een Boy aangesteld, hij moest het gezin beschermen tegen alle ongedierte, de boy moest ze helpen en vooral geruststellen in de vreemde situatie waar ze nu belandde laat ons zeggen hun beschermen. Een boy werd aangesteld om de hele nacht te waken over het huis, dit was een verplichting vanwege de werkgever.

De nieuwe Belgen moesten leren omgaan met de vreemde geluiden, slangen, roofdieren en insecten. Dit gaf hun op zekere hoogte een veiligheidsgevoel. Haar eerste huis herinnert ze zich het was in Matadi doch, gelegen aan de rand van een bosje, Mijn ouders waren heel blij met het warm onthaal van de bewoners van Matadi daar hebben ze vrienden gemaakt en die zijn altijd vriend gebleven, later hebben ze door de vele verhuis nooit echte vrienden meer gehad.

De Boy die mijn toegewezen kregen, waakte over het huis en deed regelmatig zijn ronde 's nachts. Later zou ze er aan gaan wennen en haar Boy werd door haar zelf gekozen. Meestal zeiden ze: “Madame s.v.p. j'ai beaucoup d’enfant et je ne trouve jamais du travail”. Die koos ze dan uit medelijden uit. Twee mannen met vele kinderen, een voor de bewaking en een voor het zo gezegde huishouden en de was (boy lavadaire). Zwarten met veel kinderen moesten ze uiteraard meer betalen omdat de daglonen voor hen hoger zouden liggen tegenover een jonge man zonder kinderen. Later zou blijken dat die keuze (geen jonge man maar een oudere met vele kinderen) haar heeft gered in de verschrikkelijke noodsituatie die er ontstond in de jaren 59-60.

Er is ook ooit een zwarte leraar aangesteld geweest die mijn ouders samen met nog anderen betaalden om ons les te geven

De stap die mijn moeder toen naar Congo toen heeft durven zetten werd door haar naaste familieleden niet met onthaal toegejuicht. Ze noemde haar de Madame die niets meer hoefde te doen. Dit deed haar veel pijn aangezien zij altijd zelf zorgde voor haar kinderen. Met de weinige middelen die ze had kon ze de beste gerechten voorschotelen. Ze had een fantastisch kookboek meegekregen van een kennis “De Gaston Clement” een heel dik kookboek. Verbeelding was echter nodig om een goede maaltijd voor te bereiden maar het lukte haar steeds de fijnste menu's samen te stellen. Als nederlandstalige moest ze frans leren. Ze las veel franse geneeskundige boeken Dit uit noodzaak voor haar kinderen.

Later leerde ze alles uit boeken. (Verzorging , verpleging, taal en vooral leren omgaan met de inheemse bevolking). Over de repatrieëring was ze niet te spreken. Helemaal alleen, 6 maanden zwanger, met drie kinderen 10, 6, en 2 jaar, zonder een frank op zak landde ze te Melsbroek oververmoeid. Ze hoopte dat haar zusters, broers, moeder en vader haar zouden verwelkomen maar niets was minder waar, ze wisten zelfs niet dat ze aangekomen was. Later wilde ze zelfs niet meer over die periode spreken.

Ik denk, nu ik zelf 54 jaar ben dat dit verdringing van emotionele gevoelens is.

Het grootste verdriet na haar terugkomst was de jaloezie van Iedereen. Niemand begreep haar en dacht die overdrijft. Sommigen durfden wel eens te beweren dat de kolonialen hun straf verdiend hadden. Zelfs bij eigen familie werd deze stelling gesteld. Dus leerde ze al gauw weer te zwijgen.

Via de website leerde ik andere kinderen van ex-colonialen kennen via mail, ontmoetingen.

Een mail heeft me heel diep getroffen, een man die nog altijd zijn verleden niet heeft kunnen opzij zetten en er een vreselijke trauma aan overgehouden, hij drinkt om te vergeten en als iemand ook maar over een reis in het buitenland spreekt zou hij zelfs in paniek geraken , dit is zelfs zo erg dat zelfs verder dan zijn eigen woonst nog steeds niet durft te verlaten.Deze man heeft dan ook en vreselijke gebeurtenis als kind moeten doorstaan in 1960 en later ook en is er nog niet overheen geraakt.

De vraag die ik me altijd stel is waarom kregen we geen verzorging of psychiatrische hulp toen ?

Wie had ooit kunnen denken dat de hel zou losbarsten in 1960 ?

In 1952 vertrokken mijn ouders naar Congo samen met mijn broer, pas 2 jaar oud. Ze namen de boot vanuit Antwerpen richting Matadi.

In Matadi werd mijn vader klaargestoomd om aan het grote werk te beginnen. Hij ging werken voor OTRACO iedereen was enthousiast en hij kreeg een opleiding van twee jaar. Na zijn opleiding mocht hij voor 1 maand in Leopolstad werken zodat ze konden zien of hij geschikt was om zelfstandig te werken. Zijn echte bestemming was nog niet gekend die werd altijd op het laatste moment medegedeeld.

Toen mijn moeder zes maanden zwanger was van mij "we noteren hier maart 1953" moest ze op aanraden van de dokter van OTRACO naar de zee. Ze weet niet meer welke bestemming dat was, maar daar verbleef ze helemaal alleen gedurende 2 maanden om te herstellen. Het was er prachtig zegt ze: "mooi strand met alles erop en eraan maar de eenzaamheid was het ergste".

Hopend dat alles goed zou verlopen met de bevalling keerde ze terug naar Leopoldstad waar mijn vader toen tewerkgesteld werd. Aangezien de zwangerschap moeilijk was geweest, mocht de bevalling in Baningville gebeuren. Daar was de beste kliniek en het klimaat veel beter. Niemand wist natuurlijk dat ze van een tweeling zou bevallen. Nochthans ze was nog nooit zo mager geweest ze vermagerde zienderogen. Ze mocht in Baningville verblijven voor een paar maand.

Na de bevalling zou vaders's volgende missie Kikwit worden. De tocht van Leopoldstad naar Baningville zou te vermoeiend zijn voor mijn moeder, dus besloot mijn vader om haar een vliegtuigticket te kopen. Dit ticket kostte een fortuin in die tijd. Om die reden besloot mijn vader dat hij samen met mijn broer (toen + - 4 jaar) haar zou nareizen met de boot (twee weken varen om tot jr bestemming te geraken).

Rond 15 mei kreeg ze in Baningville een ongeval. Ze had ruzie gehad met mijn vader en was met de wagen vertrokken zomaar rijden dacht ze .... belandde in een heel hobbelig wegje met veel putten en ineens vloog ze van de baan, de wagen ramde de berm in.

Ze vroeg water aan de zwarte vrouwen maar kreeg dit niet. Op de terugweg had ze die zwartjes wel vervloekt en begreep niet waarom ze dat water niet kreeg. Ze dacht ik moet hier terug te voet en begon aan haar terugweg. Ze moest vele kilometers te voet afleggen.

Een geluk had ze wel de zwarte vrouwen hielpen haar verder en bleven bij haar. Wonder boven woer passeerde Mr. MAC met zijn wagen die normaal gezien nooit die richting nam. Ze vertelde haar hele verhaal. Een geluk dat je hebt want ik kom hier maar om de 3 weken langs wist hij te vertellen!. Later vermeldde de dokter dat het goed was dat ze het water niet had gekregen, want ze zou daar heel ziek van geworden zijn. De dokter had een ijzer harnas ineengeknutselt voor haar rug, haar armen waren gebroken en ze werd tot overmaat van ramp nog in het gips gelegd 8,5 maanden zwanger. Ze bedankte de zwarte vrouwen omdat ze eigenlijk goed eraan gedaan hadden het water niet te geven.

Na 14 dagen moest ze terug naar Kikwit met ons omdat mijn vader daar tewerkgesteld werd.

In Kikwit kreeg mijn vader de leiding gedurende 1 jaar, samen met Mr en Mevr de Vriendt. Als hij slaagde, zou hij na zijn verlof gepromoveerd worden tot beheerder administratief directeur en zou een volgende termijn van 3 jaar aanvangen. Mijn moeder reisde terug naar Kikwit met het vliegtuig , alleen, met haar tweeling. Ze kreeg 14 flessen pap mee en men zei haar van steeds 14 flessen te gebruiken. Alle flessen goed te sterileseren en heel goed op de hygiene te letten enz...

Aangezien ze niet zelfstandig voor de tweeling kon zorgen mocht ze in Kikwit verblijven in het hospitaal. Er werd een zwarte gevraagd om voor de baby's te zorgen. De Italiaanse verpleegster zal ze nooit vergeten. Die nam het niet zo nauw met de hygiëne, wij werden allebei zwaar ziek. De zwarte kwam binnen met een fles die zo vuil was. Toen wist ze wel wat er aan de hand was met ons. Ze riep er de dokter bij en liet die fles zien. We kregen nog allebei borstvoeding van een zwarte. Maar het kwaad was algeschied. Jacqueline haalde het niet en overleed op 25 juli 1954. Ik was sterker en herstelde van de ziekte.

De Paters van Kikwit Père Joseph en Pére Pierre hebben mijn ouders zo goed opgevangen om het verlies te verwerken. Elke week-end was er een etentje. Om de 14 dagen bij Mr en Mevr De Vriendt en dan de week erop bij mijn ouders. Elke avond ging ze dan ook naar het kerkhof en legde bloemen neer, ze zag met schrijnende ogen dat mijn vader zijn termijn bijna om was en ze wou niet weg. De Paters beloofden haar om het graf goed te verzorgen, wat ze ook deden. In 1955 kregen ze 6 maanden welverdiende rust, 3 jaar hard werken en dan pas verlof mogen nemen. In België luchtte ze haar hart aan Tante Anna de vrouw van zijn broer. Een luisterend oor die welgekomen was want in Congo kon ze zo niet over haar verdrietspreken.

Na hun vakantie was de volgende bestemming "2 jaar Baningville en dan 1 jaar Stanleystad" In Stanleystad werd ze zwanger van haar derde kind. Een periode van 3 jaar zou terug aanvangen. In 1958 besloot ze dan ook de bevalling niet meer willen mee te maken in Congo en namen mijn ouders het zekere voor het onzekere en beviel in België, mijn zus Christine zag het levenslicht te Vilvoorde op 11 september 1958.

Tegelijkertijd namen ze vakantie. In 1958 was de volgende bestemming "BASANKUSU" daar moest mijn vader het helemaal alleen klaren

Congo 1959 de verplaatsing naar Basankusu

Na hun vakantie in 1958 en de geboorte van mijn zus september 1958, werden mijn ouders overgeplaatst naar Basankusu. OTRACO vroeg of ze niet eerder naar Congo terug wilden en gingen na 4 maaanden vakantie weer naar hun bestemming. Eindelijk een huis met vele voorzieningen, een mooie tuin, witte stenen, fatsoenlijk meubilair. Nu moet je niet denken dat dit een paleis was hoor. Een ruim bungalowtje, later zou blijken dat dit niet zo veilig was. Het was ver afgelegen van de andere Belgen. Het verhaal die ik nu opschrijf is wat ik met brokken probeer te ontrafelen door vragen te stellen over Basankusu. Wat is daar juist gebeurd. Soms zegt ze waarom begin je daar weer over en soms huilt ze als ze iets verteld. Er zijn ook heel mooie verhalen bij en dan fleurt mijn moeder helemaal op. Fier om de sterkte die ze denkt niet te bezitten maar toch heel zeker heeft. (Het verwonderde me steeds. Ik dacht: dit kan niet; dat ze dat heeft meegemaakt.) Is zij dan toch zo sterk. Een vrouw in de brousse moet een zwaar leven gehad hebben denk je ook niet ? Hieronder schrijf ikzelf een verslag uit over wat ik in de jaren heb achterhaald van mijn moeder.

De blanke bewoners van Basankusu

In Basankusu woonde ze met ongeveer 13 mensen (kinderen inbegrepen). Ze herinnert zich een naam nog Mr en Mevr de Vries. hadden geen kinderen. 1 administratiechef; 1 dokter + vrouw (ze zegt dat die dokter van goede afkomst was want hij had zijn studies als dokter thuis mogen studeren was Belg); 1 dominee zijn vrouw en kinderen; 1 Amerikaanse vrijgezel was sterrenkundige.

De geruchten

Er waren geruchten (onze boy kwam alles vertellen tot in de details na.) Zo kreeg mijn moeder en de vrouw van de administratiechef een lijst van hun boy waarop stond wat van de évolués verwacht werd. Indien ze niet tegemoet kwamen aan hun eisen dan zouden zij als veraders beschouwd worden. Mijn moeder werd gerustgesteld, het zal wel zo'n vaart niet gaan. Op die bewuste lijst stond erop wie ze als eerste moesten vermoorden of verkrachten. Alle mannen stonden op die lijst. Er werd gevraagd om de blanke vrouwen en meisjes te verkrachten, de mannen moesten dan toezien hoe hun vrouwen gestraft werden, nadien zouden zij geslagen en met de machette bewerkt worden. Mijn vader zei: "laat nooit zien dat je schrik hebt".

Onze boy in de problemen

Op een dag kwam de boy binnen heel geagiteerd, Madame ils sont là il veulent me tuer. Wat er juist was gebeurd wist ze niet. Ze had nog nooit een zwarte grijs zien worden van de schrik. Het had haar helemaal van streek gemaakt en besefte dat er iets vreemds ging gebeuren. Waarop mijn moeder hem binnen nam en hem opsloot in de douche-cabine. De deur op slot draaide en de sleutel verborg in haar tas. Ze was soep aan 't mixen en vervolgde haar dagelijkse bezigheid.

Ongewenst bezoek

Ze kwamen binnen met een tiental. Madame nous voulons du whisky pour tous. Waarop zij antwoordde Oui. Ze haalde de mixer uit de soepkom, door de zenuwachtigheid vergat ze hem af te zetten, bij het verwijderen maakte die een oorverdovend lawaai. De mixer was naar hun gericht en ze dachtten dat dit een wapen was. Ze schrokken en verdwenen met de noorderzon. Later werd vergaderd met de collega's en werd dit fenomeem besproken. Vanaf die dag sliep mijn moeder en vader met een revolver in bed. Later vertelde ze me dat als ze ooit zouden komen om ons iets aan te doen ze vast besloten was haar kinderen om te brengen ze zou haar kinderen afmaken met de revolver en dan zelfmoord plegen. Ze wou niet dat wij de gruwelijke dingen moesten meemaken die ze hoorde via de CB. Vooral berichten van Boende. Wij woonden te ver en niemand zou ons ooit kunnen komen redden. Mijn vader werkte kilometers verder, zij bleef alleen achter met de Boy en zijn vrouw die ook voor ons zorgde. OTRACO had haar aangeraden een extra hulp aan te nemen voor mijn zuster. Ze koos de vrouw van de boy uit als extra hulp. Er werd afgesproken met de collega's die ver van de werkplaats woonde dat ze regelmatig een schot moesten lossen, om te horen of alles oké was, een schot oké - 3 schoten Hulp. 's Anderendaags bleek dat niet ieder schot geregistreerd was. Er werd afgesproken dat de huizen die dicht bij elkaar stonden moesten verdeeld worden. De vrouwen leren schieten:

De astronoom had een CB ontvanger waar hij alle berichten van de plaatselijke omroepen afluisterde Iedere avond luisterden ze samen naar de berichten. Lokale omroepen van de zwarten werden afgeluisterd. Wij hadden ook nauwe contacten met Boende op 3 a 4 reisdagen ver van ons vandaan. Dit was ons enige informatiebron. De mannen hielden trouw elke nacht gewapend de wacht, zoals in oorlogstijd. Elke avond na de diensturen, kregen de vrouwen inbegrepen schietoefeningen. Op een openstaand terrein, rondom een bos werden lege blikjes neergelegd en daar moesten ze op oefenen. De eerste dagen brachten de vrouwen er niets van terecht de mannen toonden hoe het moest. Nadien ging het vlot, de vrouwen mikten juist.

Vanuit de brousse kwamen de dorpelingen kijken:

De dorpelingen hadden staan kijken verborgen in de bossen. Omdat het donker was had niemand dat opgemerkt. De wagens stonden opgesteld met hun lichten gericht naar de blikken. Op een gegeven moment kwamen ze van alle hoeken naar ons toe. Er werd aangemaand om rustig te blijven en zeker niet te schieten. Vooral niet tonen dat je bang was. De zwarten bleken blij te zijn en dansten van plezier, de vrouwen deden het goed. Er werd gepraat en gepalaverd. Daar bleef het bij. Iedereen besefte nu wel dat het menens was. Wat konden ze doen met een handvol blanken tegen een bende opgejaagde dorpelingen ? De angst werd groter ze hadden staan kijken en niemand had iets opgemerkt. Het gedacht alleen al dat ze uit die bossen kwamen. Ik vertelde reeds eerder dat onze boy een lijst had overgedragen met de namen van de personen die ze moesten ombrengen. Mijn vader was erbij mijn moeder moest verkracht worden, volgorde was zelfs vastgesteld, Delcol Louis - en Foncke Julia als 2de vrouw. Die lijst is doorgegeven aan de instanties.

Een plan om te vluchten:

Wij maakten ons valiesje zelf klaar. Iedere dag werd er ons attent op gemaakt dat als we vertrokken ons valies het kostbaarste bezit was. Zoals U weet... op de grond geen kleren laten liggen alles netjes opbergen en iedere dag uw kleren wassen of je had geen kleren meer. Een nacht je kleren op de grond laten liggen en alles was vol gaten van de insecten. Aan de evenaarprovincie was het leven hard. Het was warm. Er werd niet meer fatsoenlijk gegeten alleen blikvoeding en de voorraad was beperkt er werd niet meer gekookt. We bleven naar de lucht kijken, in de hoop dat er iemand ons zou komen halen.

Vluchten en liefst zo vlug mogelijk :

Coquihatville, carteHet was zover: We hoorden het vliegtuig ronken Er werd geschreeuwd in de CB - Boende is buitgemaakt door de zwarten, het is hier heel erg ze hebben de munitie gestolen en ze hebben onze wapens. Schreeuwen en roepen red jullie want ze komen naar Basankusu en Befale. Wij hebben ze niet kunnen tegenhouden jullie zeker niet. (In Boende waren veel meer blanken) Er werd om hulp geroepen hun als eerste te evacueren! Noodkreten: Er werd geschreeuwd in de CB - Boende is buitgemaakt door de zwarten, het is hier heel erg ze hebben de munitie gestolen en ze hebben onze wapens. Schreeuwen en roepen red jullie want ze komen naar Basankusu en Befale. Wij hebben ze niet kunnen tegenhouden jullie zeker niet. (In Boende waren veel meer blanken) Er werd om hulp geroepen hun als eerste te evacueren! De berichten van Boende waren nooit goed. Maar nu was het heel erg dat beseften mijn ouders maar al te goed. Er werd gewacht en gewacht en toen hoordde ze een vliegtuig ... zou het dan toch kunnen ? Er werd geschoten op het vliegtuig vanuit de bossen. Hij landde in alle chaos.... "Sauve qui peut werd er geroepen." Alleen vrouwen en kinderen werden toegelaten. Het vliegtuigje was al vol, een kleine DC-2 of DC-4 amper genoeg plaats voor ons, het had reeds een vorig dorp aangedaan ze denkt (Befale of Djolu) aangedaan. Wij moesten op de schoot kruipen zoveel als we konden valiezen mochten niet mee. Het was niet het leger, noch de regering, het was een Sabena piloot zegt mijn moeder die zijn leven heeft geriskeerd om ons te helpen. Mijn moeder noemde ze de Mercenaire van Schramme of Gramme (zo klonk alleszins de naam.) . Het vliegtuigje geraakte bijna niet boven, zo vol was het. Het slechte nieuws werd omgeroepen dat er nog plaats moest vrijgemaakt worden op het vliegtuig om Boende aan te doen en daar de gewonden op te halen. Er werd gebeden. De vlucht naar Boende duurde lang. Ze bleven schieten vanuit de bossen. In Boende aangekomen werd er nog geschoten op het vliegtuig, mijn moeder dacht dit halen we nooit. Er werden gewonde mensen opgepikt ze lagen op de grond op elkaar geprakt. De Para's waren daar. Er werd hevig geschoten deze operatie duurde zo een minuut of 3 maar zegt ze; "gewonden oppikken en maken dat je wegkomt". Het waren er niet veel maar wel afschuwelijk om te zien. Mijn moeder durfde niet te kijken ze waren allemaal gewond, bebloed, geslagen en geschopt. Een meisje van amper 10 jaar zal ze nooit vergeten, ze was verkracht geweest, zag er miserabel uit. Wij mochten niet kijken van haar. Een enkele man was meegemogen op de vlucht. Hij was dringend aan verzorging toe zijn oog was half eruit. Moeder maande ons aan om ons ogen te sluiten ("als kind doe je dat niet ") De man zijn vrouw en kinderen waren verschillende malen verkracht . Hij had moeten toekijken hoe ze het deden. Hij riep steeds ik verlaat dit land niet voor ikzelf er duizenden heb afgemaakt. Ze bleven schieten en ons moeder dacht nu geraakt dat vliegtuig zeker niet meer boven

De piloot bracht ons veilig in Leopoldstad.:

Aangekomen in Leopoldstad was de verbazing groot dat in Bansankusu de mensen nog leefden. Het was een groot mirakel zeiden de para's wij hadden de blanken van Basankusu opgegeven. Ze begrepen er niets van. De vrouwen moesten vertellen hoe zij weg waren geraakt. Uren en uren aan een stuk door is mijn moeder en de vrouw van de dokter ondervraagd door zwarten. Maar er werd afgesproken van tegen niemand iets te zeggen waar de mannen zich bevonden. (zeker niet tegen zwarten) De ellende was nog niet voorbij, mijn moeder had geen geld het was gepikt. Ze moest 3 dagen wachten om te vertrekken - geluk had ze wel. (maar drie dagen) Ze was zwanger en had voorrang gekregen van de instanties. Het was gewoon afwachten tot de regering een vliegtuig zou sturen.

Met 3 zieke kinderen in de luchthaven van Leopoldstad zonder mijn vader .

Ik en mijn broer gaven steeds over in Basankusu.

In leopoldstad deden we dat ook maar daar konden we ons niet wassen. Onze kleren waren vies van overgeven, ze stonden stijf zegt ze. wij hadden honger, mijn zusje weende 3 hele dagen en nachten. Onze valiesjes waren zoek - We hadden niets meer. Verzorging dat kregen we niet. Ze moest haar plan trekken in de hall van de vlieghaven. De man met zijn oog half eruit zag ze nog lopen in Leopoldstad hij wou niet terug. Hij kon nochtans als eerste mee maar wou niet.

Eindelijk ze stapte de Tarmac op om haar vliegtuig te nemen, daar viel ze flauw. Op van de zenuwen door en door vermoeid. Ze bloedde hevig dacht dat ze een miskraam zou krijgen. Midden oktober 1960 beviel ze van haar 4de kind, gezond en wel. Aangekomen in Zaventem, kwamen ze haar kinderen onmiddellijk weghalen. Ze schreeuwde laat mijn kinderen bij mij. Ze werd verzorgd, Wij werden weggehaald. Haar familie wist niet dat ze aangekomen was. Wij kregen propere kleren aan.

Waar wij waren wist ze niet. Nadien kwamen wij bij haar in het hospital er werd gezegd: "alles is oké met uw kinderen" Ze weet niet wat er was gebeurd met mij. Ik had een wit kleed gekregen en er waren bloedvlekken op Ze vroeg wat dit te betekenen had. Het was niets zeiden ze uw kinderen zijn in orde. Niets om u ongerust over te maken. Ze heeft het nooit geweten wat ze in Meslbroek met ons gedaan hebben. Nu denkt ze zelf : "dat ze ons pillen gaven om te vergeten dat moesten wij pillen nemen nadien allemaal. Ik denk vergeetpillen vraag ze aan mij "zou dat bestaan" vraagt ze verbijsterd. Hoe kan het anders dat we dingen vergeten die zo erg waren ? Jullie hebben ook pillen moeten slikken nadien verteld ze. Jean-Pierre was ook zo mager vel over been. Hij kreeg vitaminen en ijzer toegediend, hij had ook bloedarmoede.

Vergeetpillen zou dat bestaan vraagt mijn moeder .: Later moest ze haar plan trekken helemaal alleen in Belgïe. Van haar man daar hoorde ze een hele tijd niets van. Tot het bericht binnen kwam dat hij in Coquilhatville gevangengenomen was, verwikkeld in een vechtpartij met zwarten en later bevrijd werd door collega's van Matadi die gehoord hadden van zijn opsluiting.

Het rode kruis.

Ze kreeg van het rode kruis een som geld om rond te komen, kleren en dekens daar was ze heel blij om. Voor het geld werd er getekend en ze moest het in stukken terug geven aan het rode kruis. Daar wil ze nu nog altijd geen frank meer aan uitgeven zegt ze "wij Belgen werden nog slechter behandeld als nu al die illegalen bijeen" de wereld staat op zijn kop ze is nu 75 jaar en blijft bij die mening. Het afscheid van mammy

 

© website creatie 2001 document herzien maart 2008 en in 2015