
Mama drong aan: ze moest een koortsthermometer onder haar oksel steken, werd verplicht op de bank te gaan liggen. Van wat er daarna gebeurd was, wist ze niet veel meer.
Er waren dromen die haar voerden naar de straat waar Oma woonde (jessy schreef in 2007 een boek over haar grootmoeder), een straat waarin alle huizen verlicht waren. Maar die straat bevond zich niet in België: je vloog er zo naartoe, recht over de Kongostroom. En dan moest je je richten door de wolken met je handen vast te grijpen.
Links waren de wolken ruw. als de zijkant van je tanden. Die je trouwens op elkaar moest zetten, rechts waren ze vlak, zacht zoals wanneer je je tanden met de vlakke kant tegen elkaar drukte. En zo bewoog je je voort tot je in de felverlichte straat vloog.
Dan pas mocht je weer op de grond komen en met je linkervoet op de stoep en je rechtervoet op de rijweg tot bij Oma hinken.
Oma ontving je met open armen en dan was je zo blij dat je heel luid lachte en schokte.
En dan kwamen papa en mama aangelopen en ze schudden aan je tot je wel even je ogen moest opendoen, want eigenlijk wou je niet weg van Oma.
En ze zeiden: "Heb je weer gedroomd?" en tegen elkaar: "De koorts is weer gestegen."
Je voelde goed dat ze een beetje ongerust waren en je vroeg je af of je misschien ging doodgaan, maar angstig was je niet echt, je verlangde alleen maar naar die droom met Oma.
Papa en mama verschoonden dan de lakens want die waren altijd nat en dan was het alsof je elke draad van het nieuwe laken tegen je huid voelde drukken. De schone lakens voelden prettig koel aan maar je miste de vertrouwde zurige geur van de vorige...
En toen de dromen niet meer zo dikwijls kwamen, was er Innocent geweest die de verduisterde kamer binnenkwam met allerlei gerechten die naar zand smaakten. En dan, een paar dagen geleden, was ze wakker geworden met het gevoel dat haar hoofd veel lichter was. Ze lag in haar eigen bed, de luiken waren gesloten, de kamer heel duister en ze had om mama geroepen. Deze leek heel blij toen ze binnenkwam.
Sindsdien had Josepha wel wat gegeten van wat Innocent haar bracht maar het was vooral om hem plezier te doen: veel proefde ze er niet van. Zelfs de fles zoete pap had een eigenaardige smaak gekregen. Alhoewel ze zo haar best had gedaan om zich flink te tonen had ze nog niet het bed uitgemogen.
Maar Innocent was lief. Als ze zich te fel verveelde bracht hij boeken, deed een spelletje met haar. Dan moest ze veel moeite doen om haar aandacht erbij te houden: het liefst was ze na een poosje weer gaan slapen.
De dokter was ook geweest. Ze had deze keer geen spuitje gekregen. Maar hij had gevraagd of ze wel elke dag haar pilletje tegen malaria innam. Josepha durfde niet zeggen dat ze het soms door het toilet spoelde, maar ze beloofde zichzelf dat ze het nooit meer zou doen. Gelukkig was de ziekte nu bijna voorbij... en straks zou Marijke komen.
Ik ga een mooie tekening voor haar maken, zei ze tegen mama. Toen kwam Michele de kamer ingekropen.
Kom maar naast mij zitten, zei Josepha terwijl ze Pop en haar zus opzij schoof. Michele had nu geen zwachtel meer rond haar hand, maar de huid was helemaal verschrompeld.
Dat komt wel in orde, zei mama. Als haar handje gaat groeien blijft het litteken net zo, en dan merk je het minder op.
Josepha hoopte dat ze gelijk had, want mooi was het niet.
Wil jij ook iets tekenen voor Marijke, Michele? vroeg ze. Michele wou wel, maar veel bracht ze er niet van terecht.
Josepha zoende de blonde krullen die roken naar zeep:
Dat geeft niet, hoor. Later leer ik het je. Wij blijven altijd samen. En Marijke blijft ook altijd onze vriendin. En Innocent moet ook altijd bij ons blijven.
Wat was het leven mooi! Als nu ook nog Oma en Oompje hier konden zijn zou ze volmaakt gelukkig zijn.
Marijke was blij met de tekening en ze bracht een leuk spelletje. Ze speelden het samen op de nieuwe plank en mama serveerde grenadinesiroop: Josepha vond het heel gezellig zo in haar kamer. Dat Michele de pionnen verlegde als het niet hoefde vond ze niet eens zo erg. Maar Marijke blijkbaar wel:
Moet je zusje echt bij ons blijven? Josepha probeerde Michele duidelijk te maken dat ze niet voortdurend het spel in de war moest brengen, maar het meisje was koppig.
Zo kan je niet spelen, zei Marijke.
Gelukkig kwam Innocent er toen aan:
Michele moet haar fruitpapje komen eten. En zouden jullie wat pudding lusten?
Ik zal er toch weer niets van proeven, dacht Josepha maar ze vergiste zich: een poosje later merkte ze dat de pudding echt naar pudding smaakte.
Wanneer mag je weer buiten komen spelen? vroeg Marijke.
Ik weet het niet.
Ik hoop dat je buiten mag voor wij gaan verhuizen...
Verhuizen? Dat mocht niet, dat kon niet... Dat betekende dat ze Marijke ook niet meer zou zien, zoals ze Oma of Mamy niet meer zag!
Ja, we krijgen een ander huis, in Soyo.
In de school waren er nog kinderen die in Soyo woonden maar Josepha wist niet precies waar dat lag.
Waar is Soyo? Bovenop de berg, verder dan de hoge stad. Daar is het een beetje minder warm, zegt mama. En we zullen een grotere tuin hebben, er rijden bijna geen auto's, en vanuit het huis kunnen we de stroom zien.
Ze mag niet weggaan, dat mag niet, dacht Josepha wanhopig.
Vraag eens of je vandaag al niet buiten mag? stelde Marijke plots voor. Ik weet een plek waar soms slangen slapen. Ik heb er al eentje kunnen vangen. Er zat een kikker in zijn buik. Je bent toch niet meer ziek?
Mama zegt dat ik nog een poosje in bed moet blijven. Marijke bleef niet lang meer... Waarschijnlijk speelde ze liever buiten. En Josepha was er niet kwaad om: ze voelde zich slaperig en had zin om te huilen. Als niemand het zag was het misschien niet zo erg om een beetje te wenen als je verdrietig was.
Ze werd wakker toen papa gebogen boven haar bed stond.
Was je blij met de plank? Of ze er blij mee was! Ze wierp haar armen rond zijn nek: hij was wel een strenge papa, maar hij kon zo lief zijn. En hij, en mama zouden tenminste altijd bij haar blijven!
Wat denk je? Zou je niet graag aan tafel komen eten deze avond? Even later stapte Josepha de woonkamer binnen. Ze leunde op de arm van papa, want bij elke stap leek de vloer onder haar voeten te bewegen. Mama sloot net de luiken: het was al donker buiten en het licht trok de muggen en vliegjes aan. En hier waren geen ruiten in de ramen zoals bij Oma of Mamy.
Innocent bracht koffie, brood, kaas en ham uit de keuken.
Josepha! Wat ben ik blij! riep hij, en keek daarna beteuterd naar mama.
Josepha wist waarom. Ze had mama hem eens horen zeggen: “Als je het
eten brengt, moet je stil zijn en ons gesprek zeker niet onderbreken." Maar mama keek niet boos, en papa ook niet.
Het eten smaakte weer naar niets, en Innocent merkte het:
Zal ik je meteen je fles brengen?
Doe dat, zei mama.
Papa, waar is Soyo? vroeg Josepha.
Op de heuvel, meisje. Wie woont er in Soyo? Als ze erover sprak zou ze gaan huilen, dus zweeg ze.
Ze kent in de school natuurlijk kinderen die daar wonen, zei mama.
Zou je graag in Soyo wonen? vroeg papa terwijl hij een boterham smeerde. Innocent bracht de fles, wenste iedereen goede nacht en verdween langs de keuken.
Misschien, zei Josepha.Als lnnocent meekomt... Marijke gaat daar ook wonen. Terwijl de tranen in haar ogen sprongen schoot papa in de lach. Dat vond Josepha niet lief van hem: ze had hem wel willen slaan. Maar dat deed je nu eenmaal niet...
Schei toch uit, fluisterde mama tegen hem. En tegen Josepha:
Dat is pas goed nieuws! Wij hebben gehoord dat we binnenkort ook een huis krijgen in Soyo. Daar zie je Marijke wel weer.
En wanneer verhuizen wij? vroeg het meisje opgelucht.
Tijdens de Paasvakantie, dat is niet lang meer. Josepha genoot van haar fles terwijl mama een sigaret opstak. Daarna werd Michele op het potje gezet en mama zei:
Zou jij niet weer gaan slapen? Je bent al behoorlijk lang op. Al voelde ze zich al een poosje draaierig, Josepha vond het nodig om tegen te stribbelen. Immers, als ze zonder protest naar bed ging, zouden papa en mama wel eens kunnen denken dat ze nog ziek was, en dat wou ze niet: ze wou zo snel mogelijk naar buiten, naar Marijke, om haar te vertellen dat zij ook in Soyo ging wonen. Maar papa stuurde haar naar bed met de stem die je niet anders kon dan gehoorzamen, en voor een keer was Josepha daar blij om. En in haar bedje bad ze vier weesgegroetjes in plaats van drie - vijf vond ze te veel: ze was te moe - om te bedanken dat ze Marijke niet zou kwijtraken.
Ga naar jeugdbeweging >>
|