Na jaren in de mijn te hebben gewerkt
In 1950 is mijn vader , na jaren in de mijn van Eisden te hebben gewerkt , vertrokken naar Congo samen met mama natuurlijk . Daar aangekomen verbleven zij ongeveer 2 maanden in Kipushi voornamelijk om zich aan te passen aan taal , mensen , klimaat enz..Van daaruit zijn ze dan vertrokken naar Shinkolombwe waar ze 10 jaar gewoond hebben en in 1959 is mama dan van mij bevallen in het ziekenhuis van Jadotstad .
In 1960 zijn wij zoals vele andere families moeten gaan vluchten door de opstand .
Als ik papa daar verhalen over hoor vertellen krijg ik kippevel , dat moeten voor vele gezinnen onmenselijke uren en dagen geweest zijn , in kolonne door de brousse rijden , soms beschoten worden , op het vliegveld vliegtuigen die werden beschoten , momenten om beter niet bij stil te staan .
Na de dipenda tot in 1968 in Congo gebleven
We zijn an teruggekeerd naar Belgie voor enkele maanden . Dan zijn we weer vertrokken en hebben tot 1968 in Kolwezi gewoond , papa werkte daar in de mijn van Kamoto . In Kolwezi hebben we nog hele mooie jaren mogen meemaken en van de laatste 2-3 jaar herinner ik mij nog heel veel .
Mijn eerste 2 lagere schooljaren heb ik in Kolwezi op de school gedaan , de lokalen en het gebouw herinner ik me nog heel vaag , maar als ik dan foto’s zie , komt er altijd iets meer naar boven .
De mooiste herinneringen haal ik toch uit de vrije tijd die we doorbrachten . Wij woonden in de Rue de Poivre , niet ver van de Manika , en omgeven door landgenoten . Namen gebruikte ik niet toen ik klein was , rechts langs ons woonden walen en ik noemde onze buur altijd meneer van de Peugeot , daar reed hij mee , en tegenover ons woonde meneer van de Zodiac de familie links van ons waren ook Limburgers , de Vanderbekens uit Halen , waar papa nog geregeld contact mee heeft .
Ons huis was een mooi vrijstaand huis , en eens per jaar mochten we een ganse dag niet binnen want dan werd het huis met een product volgespoten , precies of er hing mist in , tegen ongedierte .
we verschoten niet als we s’morgens wakker werden en er kroop een spin , ter grote van een handpalm , boven ons bed . Er werd soms zelfs een cameleon op de gordijnroede gezet want er waren geen betere insektenvangers .
Achter ons huis woonden dan de boy en zijn familie , wat mij daarvan nog heel goed bijblijft is als de boy , de enige boy die ik mij herinner heette Casquette , ging boenen . Hij stond dan met z’n blote voeten voeten op de dweil en ging zo al dansend door het huis . wat ik dan ook nog zo voor me zie zijn de negers die bvb. auto’s maakten van ijzerdraad alles werkte en draaide eraan , fantastisch .
Dan kwamen de dames ( wij noemden hen “ mannamouk “?) geregeld met groenten en fruit langs de deur , enkele vrouwen samen , de kleine achter op de rug gebonden , en dan van die grote kommen van soms meer dan een meter doorsnee op het hoofd volgestouwd met groente en fruit , echt lekker vers onbespoten fruit , kan men zich hier niet meer voorstellen .
Het gebeurde ook geregeld dat als papa naar huis kwam van zijn werk , mijnheer Warson ook al eens stopte en dan ging ik mij meestal verstoppen want hij probeerde mij altijd te vangen om op het dak van zijn auto te leggen en dan zogezegd mee te nemen . Hij was de enige die mij ooit mee heeft genomen , samen met nog iemand , om te gaan jagen , met de boot zelfs .
Wij gingen iedere zondagmorgen ( behalve in ’t regenseizoen ) met de boot naar de Lualaba om te vissen , met enkele gezinnen samen . Onderweg stonden er genoeg negertjes met hun blikke doosjes met aas erin , aardwormen , sprinkhanen enz.. om te verkopen , en termieten die vonden we dan in de brousse en die rode dikke konden aardig hard bijten . Er was een haventje waar de meeste blanken hun boot hadden liggen , en van daaruit vertrokken we dan . Papa had zelfs aan de oever , we waren iedere zondag op dezelfde plaats , door de negers in de brousse een hut laten bouwen waar we dan de hele dag verbleven .
De eerste vissen die gevangen werden , de bekendste vis denk ik wel is de Thelapia , werden dan naar het dorpje in de brousse gebracht en daar tegen de middag zuiver gemaakt en gebakken op houtskool zoals alleen zij dat kunnen . Als we dan s’avonds terug thuis kwamen was het voor iedereen tijd om mee te helpen op te ruimen en vis zuiver te maken .
Dit zijn de beste van de vele herinneringen die me bijblijven , er zou nog zoveel verteld kunnen worden , zoveel anekdotes , de verhalen van papa en andere kolonialen .
De droom om ooit nog eens terug te gaan en een bezoek te brengen aan Katanga , Kolwezi enz.. wordt met de tijd groter en ik ben zeker dat deze op termijn waarheid wordt .
†Als ik de souveniers de films , de foto’s zie dan krijg ik het telkens weer moeilijk , vooral als ik dan de foto’s zie met mama . Het is dit jaar dertig jaar geleden dat mama gestorven is , maar ik denk wel te mogen zeggen dat zij dankzij ons koloniaal verleden een mooi maar veel te kort leven heeft gehad .
De eerste vissen die gevangen werden , de bekendste vis denk ik wel is de Thelapia , werden dan naar het dorpje in de brousse gebracht en daar tegen de middag zuiver gemaakt en gebakken op houtskool zoals alleen zij dat kunnen . Als we dan s’avonds terug thuis kwamen was het voor iedereen tijd om mee te helpen op te ruimen en vis zuiver te maken .
Dit zijn de beste van de vele herinneringen die me bijblijven , er zou nog zoveel verteld kunnen worden , zoveel anekdotes , de verhalen van papa en andere kolonialen .
De droom om ooit nog eens terug te gaan en een bezoek te brengen aan Katanga , Kolwezi enz.. wordt met de tijd groter en ik ben zeker dat deze op termijn waarheid wordt .
Als ik de souveniers de films , de foto’s zie dan krijg ik het telkens weer moeilijk , vooral als ik dan de foto’s zie met mama . Het is dit jaar dertig jaar geleden dat mama gestorven is , maar ik denk wel te mogen zeggen dat zij dankzij ons koloniaal verleden een mooi maar veel te kort leven heeft gehad .
Met dank aan Albert Keybeck voor zijn bijdrage op de site www.congo-1960.be















About Us