www.congo-1960.be

Network: | groep facebook congo-1960 | sponsors congo-1960 | Agenda | contact |
Getuigenissen bezoekers | Getuigenissen 1985 | Wedstrijd teksten | Mijn verhaal | 1964 Stanleyville | Kolwezi 1978 | Oral History | Reizen in Congo
Intro Cultuur | Organisatie reizen | Tentoonstellingen | Recepten | Filmen | Muziek | Goed doel info
Wedstrijd 2012 | Reglement | Deelnemers wedstrijd 2012
Intro Documenten | Thesis Jean Schramme
Boeken auteur's die leefde tijdens de colonie | Catalogus Black Label | Nieuwe boeken | Boeken over de colonie | Boeken auteurs die leefden na de colonie | En nog veel meer
Leopoldville | Kasai | Kivu | Ruanda Urundi | Katanga | Equateur | Orientale |
U heeft geschreven |
Nieuwsbrieven
Foto's - Video |
Bedrijven |
Flash diverse berichten | Opzoekingen | Materiaal voor Congo| Statistieken van congo-1960 | ONG | Interessante linken | Histoire amusante | Persinfo
Stuur je getuigenis of foto's naar congo-1960.be en win een boek.

Het Donker Hart Van Afrika

Ex-kolonialen over Ex-Belgisch Kongo

Getuigenissen verzameld door Gust Verwerft en verschenen in “ DE POST ” in 1985er gelegenheid van 25 jaar onafhankelijkheid

 

 

Gusta Van Der Pol:

 

De stockcar race van Leopoldstad.

 

De zwarten zagen verbaasd hoe de blanken vrijwillig hun auto’s in de vernieling reden.

 

 

  • Die zwarte moedwilligheid begon hinderlijk te worden.
  • In onze exclusieve blanke wereld was voor de inboorlingen alleen plaats als huispersoneel.
  • Toch merkwaardig dat Jef Geeraerts in Kongo de seksuele paradijzen heeft gevonden, waarnaar vele generaties kolonialen vruchteloos hebben gezocht”

Wij waanden ons in Antwerpen aan de Evenaar

De blanke kon in Kongo, desgewenst een leven leiden met opvallend weinig contact met de zwarten. In de grote steden bijvoorbeeld. De koloniaal hield hier de hele tijd de illusie op dat hij, ondanks de verschroeiende evenaarszon, in een blanke stad van een blank land woonde.


Voor de kaders van Leopoldstad was hun woon- en werkgebied voldoende ruim om zo weinig mogelijk met de inboorlingen in aanraking te komen. Ze konden dagelijks hun kranten uit België lezen, met nieuws vanonder de kerktoren, en via de radio brachten de Werelduitzendingen het bewijs dat in België alles reilde en zeilde zoals voorheen. Op zondagmiddag was het voor de blanken in de Kongolese hoofdstad een vast ritueel om naar de sportuitzendingen van de Belgische radio te luisteren. De goals van Rik Coppens en Jef Mermans werden ‘live’ opgediend, bij een koel glas Primusbier. Een sfeertekening die we onthouden uit het verhaal van Gusta Van der Pol, uit de middenstad van Antwerpen. Zij is de weduwe van de notoire Belgische snelheidsduivel Jean Van der Pol die zich in mei 1959 te pletter reed na een course de côte , een klim koers in Leopoldstad.
De Stockcar Race van Leopoldstad 1957 was een zoveelste primeur onder de evenaar. De zwarten zagen verbaasd hoe de blanken vrijwillig hun auto’s in de vernieling reden. terwijl de inlander nog lang niet toe was aan het kopen van een auto. In deze races was Jean Van der Pol een grootmeester

De familie Van der Pol bewoog zich in een Kongolese wereld die exclusief voor blanken was voorbehouden. Tienduizenden andere kolonialen hielden er eenzelfde gedachtegang op na, Zij creëerden een gesofistikeerde samenleving die ook de Britse upper-class in haar wingewesten tot het bittere einde in stand hield.

Jean Van der Pol was een erg geziene figuur in het Leopoldstad van de jaren vijftig. Geboren in Antwerpen had hij in Parijs zijn legerdienst gedaan en veel voordeel gehaald uit zijn ietwat onduidelijke mélange van nationaliteiten. Met vrouwen twee dochters woonde hij in de blanke villawijk Djello-Binzo, zo’n zestien km buiten de stad. Wie enige naam en faam had, had hier zijn woning. Ware het niet dat het huispersoneel zwart was, men zou zich in Brasschaat, Sint-Genesius Rode of Knokke-Het Zoute hebben gewaand.
Jean Van der Pol genoot in België de reputatie een soort Juan Manuel Fangio te zijn. Dit imago van durf-al had hij te danken aan zijn veelbesproken overwinning in de autorace van Francorchamps 1951, en ook aan zijn oorlogsdaden als verzetsstrijder waardoor hij in Breendonk was terecht gekomen.
In Leopoldstad verscheen hij in januari 1952 als autodealer van Dodge. Peugeot. Volkswagen. noem maar op.
Wie in het Leopoldstad van toen een auto wilde kopen, kwam vrijwel altijd bij Jean Van der Pol terecht. Hij was 43 jaar toen hij in Kongo zijn loopbaan begon. en naar schatting zouden twee ‘termen’ van drie jaar, hebben moeten volstaan om als een gefortuneerd man weer naar Antwerpen te trekken. De jaren vijftig waren immers gouden jaren ,in Kongo, terwijl merkwaardig genoeg, de gouden jaren in België pas na 1960 worden gesitueerd. precies na de onafhankelijkheid... Helaas. Jean Van der Pol kon de drang naar de snelheid. en de sensatie van de acrobatie op de weg niet onderdrukken. Hoewel in de huiskring zijn stuurmanskunst niet werd aangemoedigd. was bij hem de gedachte gerijpt om in Leopoldstad uit te pakken met allerhande snelheidskoersen en verbluffende rally’s. De Paris-Dakar avant la lettre.

EEN BOCHT TE VEEL, EN GELD TE WEINIG

Het blanke volksdeel van Leopoldstad liep storm voor de organisatie van Jean Van der Pol, zoals Leopoldstad-Matadi-Leopoldstad of de 24 uren van Leopoldstad. In 1958 organiseerde hij een klimkoers. in de buurt van Leopoldstad. De laatste race die Jean Van der Pol reed.
Nu, zevenentwintig jaar later, memoreert zijn weduwe: «Mijn man was teruggekeerd voor zijn derde term. Ik bleef achter in .Antwerpen, omwille van de kinderen, en ook omwille van de vijandige sfeer die tegenover de blanken was ontstaan. Jean reed de hele tijd met een geweer in zijn auto, zodus... Ik weet dat hij ook zinnens was daar alles achter te laten, en terug te keren, maar eerst moest nog een en ander op administratief gebied worden geregeld.
Zo maar opstappen, betekende contractbreuk, en je moest in België een broodwinning zoeken. Ik heb begrepen uit zijn brieven dat hij naar middelen zocht om naar huis te komen. Anderzijds was er die passie voor de auto’s. Hij moest uit iedere wagen het maximum halen, in welke omstandigheden ook. Op vier mei 1959 wordt hier een telegram bezorgd waarin staat te lezen: «Jean Van der Pol overleden na ongeval met auto. Brief volgt. Begrafenis 4 mei 1959”. Helaas, ik heb mijn man niet kunnen begraven. Ik beschikte eenvoudigweg niet over de financiële middelen om naar Leopoldstad te vliegen. De bankrekeningen werden dadelijk geblokkeerd. Voor mij en de kinderen braken bijzonder penibele tijden aan. Waar hij precies begraven werd, en in welke omstandigheden, weet ik niet. Zo min als ik ooit heb geweten hoe mijn man precies om het leven is gekomen. Tijdens de koers, of na de koers, op weg naar huis? Als vrouw alleen, in de jaren vijftig, was het onmogelijk ter plaatse alles te gaan regelen. Ik was afhankelijk van anderen.
Vergeet niet dat het dodelijk ongeval gebeurde in mei 1959, dat wil zeggen kort voor de Diepend. In Leopoldstad was de haat tegen de blanken rijkelijk gekweekt via de speeches van de Lumumbisten. Voor ik de nodige documenten bezat om in Kongo de bezittingen van mijn man te recupereren, en mijn bankrekeningen te laten deblokkeren, was de Dipenda al uitgeroepen. Tegen de zwarte administratie was niets te beginnen. Zeker voor iemand als ik die geen andere middelen had dan beleefde briefjes te sturen naar Leopoldstad, of naar de verzekeringsmaatschappijen. Ik had geen smeergeld om iedereen om te kopen. Zo komt het dat ik tot op vandaag nog altijd geen frank heb gezien. Noch van de verzekeringsmaatschappij, noch van de banken. Nochtans, die instellingen hebben zetels in België, maar gemakshalve werd beweerd dat men niets kon doen zonder ‘officiële’ documenten. Ik heb allang alle hoop opgegeven, en ik leef hier temidden van souvenirs in mijn hoge flat, met uitzicht op de Antwerpse binnenstad... “

gustavanderpol3.jpg

Jean Van der Pol. overwinnaar van de 24 uren van Leopoldstad. Een koers gegoten naar het model van Francorchamps en Le Mans. Op de foto samen met zijn co-piloot Robert Darville.

Die zwarte moedwilligheid begon hinderlijk te worden

Zoals gezegd, het gezin Van der Pol leefde, met vele andere Belgen, in een wereld die kost wat kost alles hagelblank wilde houden. Vanzelfsprekend was die illusie niet vol te houden. Voor het huispersoneel bijvoorbeeld was men op zwarten aangewezen. Dat moest zich fataal wreken.


«Het begon storend te worden», vertelt weduwe Van der Pol, «zeker met de boys. Opstandigheid alom, en tegenspreken. Niets meer uitvoeren, saboteren, tegenwerken. Voortdurend andere slogans schreeuwen. Dat was geen leven meer. In Leopoldstad werd de haat tegen de blanke gepredikt op iedere hoek van de (zwarte) straten. «Uw plaats is niet hier, ga weg”, was één van de uitroepen die ik bijna dagelijks hoorde. Och, ik stoorde mij daaraan niet veel, want ik had geen omgang met de zwarten. Bovendien, ze spraken in Leopoldstad het Lingala, een taal die ik nauwelijks begreep. Als ze traag praatten, pikte ik hier en daar wel een woord mee. Kongo, was voor ons, stadsmensen, één grote vakantie. Alle dagen was het feest, altijd was er wel ergens bij vrienden een party of zo. Familie hadden we hier niet, dus we zochten mekaar op. Ik herhaal, ik heb de indruk dat er werkelijk alle dagen een feest was. Na het werk, omstreeks vijf uur ‘s avonds, trokken de blanken naar de cafés, waar ze mekaar ontmoetten. Dat eindigde steevast met een etentje hier of daar of een bezoek aan de vele bioscopen in open lucht.

In de ‘Albert’, een bioskoop voorbehouden aan de blanken, werden vrij recente films geprojecteerd. Ik weet wel, in Leopoldstad leefden niet alleen blanken. Er waren ook de driehonderdduizend zwarten in de wijk ‘Den Beige’. Na negen uur ‘s avonds was het ons verboden in deze week te komen, maar ik kan me niet voorstellen dat iemand daartoe de aandrang zou hebben gevoeld. Het was in die wijken rumoerig, en vijandelijk. ‘s Zondags, ben ik wel eens in ‘Den Belge’ geweest. Naast mijn man, in de auto, reden we door hun fameuze avenue Charles de Gaulle om de Kongolezen bezig te zien. Het leek wel of ieder van die driehonderdduizend zwarten lawaai maakte; hetzij met muziek, hetzij met geroep. Een pandemonium.
Dat maakte mij wat bang, maar ik heb nooit begrepen wat ze zongen of wat ze stonden te roepen. Naderhand is mij veel duidelijk geworden uit de brieven van mijn man. Men was in ‘Den Belge’ de ,hele tijd bezig de revolutie te prediken, maar wij deden gewoon alsof we het niet zagen of hoorden. Je kon je immers altijd voorstellen dat je in een Europese stad woonde. Het voedsel dat wij aten, verschilde niet met wat in Antwerpen of Brussel op het menu stond en het klimaat deed denken aan een allerbeste Belgische zomer. Wij, Antwerpenaars, hadden een traditie van de zomerse picknick op het strand van Sint Anneke, langs de Antwerpse Linkeroever. Dat konden we hier verder zetten, met openluchtetentjes langs de oevers van de ‘fleuve’. We konden, net als in Antwerpen naar het Noordkasteel. in Leopoldstad ook naar de overzijde varen met een boot die ons in Brazzaville bracht.

Aan onze kant lag het ‘Le Mimosa’, bereikbaar met een ponton waarnaast de krokodillen lagen te slapen. De Schelde kenden we als een stroom met groen water, de ‘neuve’ was bruin gekleurd. Zomin als wij in Antwerpen gretig waren om in het vuile Scheldewater te zwemmen, zouden wij in Leopoldstad ook niet in het water hebben geduikeld omwille van de krokodillen die alom aanwezig waren.
De grootste griezels waren de slangen. Ik heb nooit kunnen wennen aan de gedachte dat de serpenten overal konden opduiken. Kakkerlakken en hagedissen schrikten minder af, dan kruipdieren. Tweemaal heb ik ermee te maken gehad. De eerste keer was zo’n kleine adder tot op het terras gekropen, en zonder het geblaf van de hond, zou dat dier in de living zijn geraakt. Een andere maal stapte ik naar de villa van een vriendin, toen plots een kanjer van vele meters lengte voor mij opdook. Ik wachtte, doodsbang, maar de slang bewoog niet. Ik begreep dat het een uitputtingsslag zou worden. In mijn verbeelding krioelde het er van de slangen. Ik wilde het serpent stilletjes, op een meter of twee afstand, passeren, maar het richtte zich ruim anderhalve meter op, en wou aanvallen, maar ik kon wegge raken. Dood van schrik. Het was de eerste keer dat ik zag dat een slang zich oprichtte. Ik durfde niet meer terugkeren. Een boy moest me vergezellen. Inderdaad, op dezelfde plaats kwam het monster er opnieuw aan. De boy poogde het dier met een stok de kop in te slagen, maar het gleed weg. Ik heb het niet meer teruggezien, maar ik had me wel voorgenomen voortaan geen voet meer tussen het groen te zetten...»

gustavanderpol1.jpg
Het maakte deel uit van het ritueel der blanke stedelingen, om zich vroeg of laat te laten fotograferen met pygmeeën. De grote blanke en de kleine zwarte.

 

 

Mag ik voor alle duidelijkheid melden dat niet alle colons er dezelfde levensfilosofie op nahielden. Het is namelijk zo dat het een immens verschil is voor wie in de stad leefde of de brousse. Om u een beeld te schetsen over het leven in de brousse of stad is Gusta haar verhaal een fantastische illustratie van het immens verschil tussen de blanken in Belgisch-Congo

De Webmaster Tine.

© 2002 Gust Verwerft - Congo-1960

About Us | Site Map | Privacy Policy | Contact Us | ©2001-2012 Congo-1960