De Clerck Frans

Een magistraat op handen gedragen door de zwarten die in hem iemand herkende van de nieuwe generatie.

Het Donker Hart Van Afrika Ex-kolonialen over Ex-Belgisch Congo 25 jaar na de dipenda
© Getuigenissen verzameld door de auteur Gust Verwerft
Verschenen in het tijdschrift "DE POST" in 1985, ter gelegenheid van 25 jaar onafhankelijkheid. Niets uit deze webpagina mag op enigerlei wijze worden gekopieerd of vermenigvuldigd zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de webcreator of de auteur. Ik dank Dhr Verwerft voor zijn toelating om te publiceren op de site. Indien uzelf een verhaal heeft geschreven over 1960 als reporter of journalist aarzel niet deze te laten publiceren op de website congo-1960.be Terug naar 25 jaar na de dipenda : Getuigenissen van : Jean, Ann, Madeleine, Ernest, Jos, Jack, Gusta, Piet, Gil en Bernard, Theo, Frans, Albert, Louis, André , René, Jan

Het Donker Hart Van Afrika

Ex-kolonialen over Ex-Belgisch Kongo

0Frans De Clerck: Improvisatie was, zoals blijkt uit zijn verhaal, naar loffelijke Belgische gewoonte, ook in de kolonie meer regel dan uitzondering.

  • Ik veroordeel niemand ik kan alleen betreuren
  • Voor Mobutu heb ik respect. We mogen die man niet zomaar klakkeloos beoordelen of veroordelen vanuit een Europese visie
  • Het Tropisch lyrisme van de Afrikanen is prachtig.
  • Mijn inlandse griffier omschreef eerst de mannelijke delen als «les deux textiles» en later als “des deux fruits défendus

In onze serie «Het Donker; Hart van Afrika» krijgt Frans De Clerck (57) het laatste woord. Tijdens de periode 1954-1960 was hij, als jurist uit Roeselare, eerst gewestbeheerder , daarna magistraat en rechter in de kolonie. Kort na de Dipenda “de wapenstilstand van' 60”, noemt De Clerck het, liet premier Patrice Lumumba hem, ter vergelding van een oude rekening, zoals vele magistraten opsluiten. De Clerck kon ontsnappen, dook onder in Brazzaville en kwam terug naar België waar hij bij Philips zijn loopbaan een nieuwe start gaf. Hij doorliep het hele échelon en werd in 1975 directeur public-relations. Ondertussen was hij, via het tv-scherm, een bekende figuur geworden. Hij speelde jarenlang de rol van ijzige, onvermurwbare Openbare Aanklager in de serie «Beschuldigde, sta op» en was daarna de onderzoeksrechter in «Met Voorbedachten Rade». Frans De Clerck verheelt niet dat Kongo en de Afrikanen nog dagelijks bij hem herinneringen en emoties losweken.

Frans De Clerck: Ik heb een hekel aan die zogenaamde Zaïrespecialisten.

Wat opvalt bij hem: hij vermijdt zo veel mogelijk het gebruik van het woord 'zwarten' . Hij verkiest 'Afrikanen'. Blanken omschrijft hij als' Europeanen' . In het Kongo uit de Jaren Vijftig keken vele blanken hem onbegrijpend aan omdat hij de inlander steevast aansprak met' Monsieur' en hem vousvoyeerde. Als politierechter aanvaardde hij geen verzachtende omstandigheden wanneer een blanke een zwarte had beledigd. Het gebruik van 'makak' betekende automatisch een geldboete. Hij organiseerde vaak seminaries over het gewoonterecht, was in deze materie docent in Lovanium en werd door de zwarten hoog ingeschat als rechtskundige.

Ze noemden hem' Buffalo Bill'. Dat had te maken met de 106 kg. die hij destijds meetorste, zijn lange haren, zijn puntbaard, zijn overtuigingskracht, zijn verbale bravoure. Hij leek voorbestemd om in Kongo te leven, te werken en er wellicht te sterven. De passie voor het donker hart van Afrika werd in hem aangewakkerd door zijn vader. Een dokter uit Roeselare die platonisch verliefd was op Kongo maar er, omwille van familiale imperatieven, nooit een voet had gezet. Frans De Clerck was een tijdlang pleiter bij de balie, maar ondertussen bleef hij advertenties over Kongo uitpluizen. Hij nam deel aan een examen voor gewestbeheerder en werd uit tachtig kandidaten verkozen om onmiddellijk met de 'Boudewijn' naar Matadi te vertrekken. Frans ruilde prompt de zwarte toga voor het blanke uniform, met de drie gouden strepen en de tropenhelm. Zijn advocaatkantoor dient: hij binnen de kortste keren te liquideren. Willy De Clercq nam van hem de lopende zaken over.

0Improvisatie was, zoals blijkt uit zijn verhaal, naar loffelijke Belgische gewoonte, ook in de kolonie meer regel dan uitzondering: «In Matadi wist men niets af van mijn aankomst. In Leopoldstad ook niet.

Met een paar collega's zaten we dus te wachten in een vreselijk hotel, dat naderhand een kantoorgebouw van de Otraco is geworden. Na een paar dagen rijdt een jeep voor. Ik word opgehaald door de chauffeur van de adjunct-gewestbeheerder van Leopoldstad. Monsieur Simon, een Ardennees. Kleine, korte, kale man.

"Tu t'appelles De Clerck?", vraagt hij.

Ik zeg ja. "Ta tête me plait" , gaat hij verder, “denk jij dat je in staat bent om morgen een post over te nemen?” Van Kongo wist ik niets. Ik kende de mensen niet, ik kende de taal niet, ik wist niets af van organisatie, ik had geen opleiding gehad, maar toch stond ik na vijf dagen Kongo al aan het hoofd van de post Kintambu, in een uithoek van Leopoldstad, met een zwarte bevolking van 50.000 hoofden. Dezelfde dag al wist ik dat ik heel andere opvattingen had over Kongo dan de meeste kolonialen, ook diegene die hier in De Post aan het woord kwamen. Het was niet mijn bedoeling zieltjes te winnen, noch pseudo-filosofieën te brouwen over de 'beschaving der wilden', of zoiets. Nee, ik wilde het beste geven van mezelf, en analyseren wat de Afrikanen eigenlijk van mij verwachtten zodat ik daaraan zou kunnen tegemoet komen. Ik was zeker niet de enige die daarover zo dacht. Velen van de jongere generatie Belgen voelden het zo aan, de omstandigheden hebben ons verhinderd die ideeën uit te voeren. Wij probeerden de inlanders te kennen en te begrijpen.

Wij ontdekten bij hen een cultuur en, bijvoorbeeld inzake rechtspraak, een verfijndheid die deze van de Europeaan vér overtrof. Daarom stoort het mij zo dat veel kolonialen zich opwerpen als specialisten of kenners van de zwarte zeden. Lachwekkend en ergerlijk, deze uitspraken! Wat er ook van zij, ik begon met een politique indigène. Dat wilde zeggen dat ik om vier uur in de middag mijn kantoor sloot en tot zeven uur 's avonds alle mensen in mijn gebied bezocht. Ieder huis, ieder parcelle, elke .inlander heb ik gezien en gesproken. Zes maanden lang. Ik was daar erg gelukkig mee. Het was een verrijking. Ik werd op de handen gedragen." 0

De meeste anderen die in deze serie werden geïnterviewd kenden de zwarten enkel via het contact met hun boy of werkers op hun plantage. Ze leefden, zoals de meeste, in HUN kring van Europeanen. Mijn manier van werken had ik beslist willen verder zetten, maar na zes maanden werd ik bij de gouverneur geroepen om voorzitter te worden van le tribunal de territoire in Leopoldstad. In eerste aanleg had je le tribunal coutumier. . Hier waren het de zwarten die recht spraken, volgens het gewoonterecht, het niet-geschreven recht dus. In tweede instantie had je 'Ie tribunal de territoire'. In Leopoldstad kreeg dit tribunaal een belangrijke bevoegdheid, want in dit gebied leefden 350.000 zwarten. Mensen uit alle streken van Kongo, zéér pluralistisch van structuur. Als voorzitter wilde de gouverneur een jurist die in staat was het gewoonterecht van de verschillende streken te assimileren. Ik vroeg zes maanden om de taak van mijn voorganger Antoine Saintraint over te nemen. Ik wilde immers geen recht spreken over mensen waarvan ik de taal onvoldoende verstond. Zes maanden lang ben ik, samen met de tragisch-beroemd geworden André Ryckmans, de brousse ingetrokken. Niet alleen om het lingala en het erg moeilijke kikongo te leren, maar ook om de rechtspraak te bestuderen.

De nacht dat alles instortte

Frans De Clerck: «Tot op vandaag leeft in mij een diepe bewondering voor André Ryckmans, die werd vermoord tijdens de Dipenda-dagen. Die man heeft mij geleerd hoe je een inlander benadert. We vormden, voor het oog, een komisch duo, bekend bij blank en zwart. Hij: lang, smal, rechtop. Ik: kort, 106 kg., dikke buik. Hij: snel. Ik: traag. We deden onze tochten te voet. Wanneer wij 's avonds in een dorp kwamen, dacht ik alleen aan slapen. Maar hij zei dan: «Nu gaan we met de inlanders praten onder de snatz dat is de boom die in het centrum staat van het dorp, en waar de oude mannen babbelen met mekaar. We gaan luisteren naar de juridische spreuken.»" Niet vergeten dat, in de Bakongo, recht wordt gesproken aan de hand van juridische spreuken. Enorm boeiend. Op de eerste plaats leerde André mij de taal spreken. Niet het aangepaste Kikongo dat de meeste Europeanen spraken. Men noemde dat 'Le kikongo de L’état', een schabouwelijk taaltje zoals Franstaligen wel eens met Vlamingen gebruiken, zo in de aard van «'t Is ik zullen komen.» Ik heb vele Belgen gekend die er prat op gingen de taal van de inlander te spreken, maar in werkelijkheid raaskalden.

0 Na die studievoettocht van zes maanden, was ik min of meer rijp om voorzitter te worden van de inlandse rechtbank, met onder mij een dertigtal lagere rechtbanken. Ik ben me gaan passioneren voor het gewoonterecht. Wie daarvan een studie maakt, beseft hoe verkeerd het is misprijzend te spreken over de Afrikanen. Wij beelden ons in dat wij, via Rome en de Code Napoléon het recht hebben uitgevonden. Maar ik heb ervaren welke enorme juridische verfijndheid er bestond bij de inlanders, en dit met ongeschreven rechtsregels en ongeschreven procedureregels die véél verder gingen dan wij konden vermoeden. Uit de vele gesprekken met zwarte rechters is een soort osmose ontstaan, een wederzijds respect voor de juridische principes uit onze beide culturen. Ik poogde hen iets bij te brengen wat NIET aanwezig was in hun rechtspraak: openbare orde en billijkheid. Ja, billijkheid is iets wat bij hen ontbrak, en wat wij hen poogden bij te brengen.

Textiles

Uit tal van anekdotes uit die periode, één die hem spontaan te binnen valt: «Ik had een prachtige griffier, een halfbloed die een beetje middelbare school had gevolgd. Recht werd in het Lingala gesproken, maar de processtukken werden opgesteld in het Frans. Mijn griffier dacht dat hij een bijzondere literaire gave had om Frans te schrijven. Op een dag komt er een man klacht indienen tegen zijn vrouw, die hem bij zijn mannelijke delen had vast genomen - een zeer zware belediging bij de Afrikanen waarop een hoge straf stond. Ik zeg tegen mijn griffier dat hij de verklaringen moet noteren. Na de zitting kom ik naar mijn kantoor om het proces-verbaal te bekijken, dat hij had geschreven en tot mijn verbijstering lees ik: «La femme avait pris son mari par les deux textiles.» Ik liet hem opmerken dat het «les testicules» moest zijn, maar bij een volgende gelegenheid was hij dat mooie woord weer kwijt en toen gaf hij een bloemrijke omschrijving. Te gek eigenlijk. «Sa femme I'avait pris par les deux fruits défendus», had hij heel plechtig genoteerd. Jarenlang ben ik op die plaats gebleven, maar in 1959 werd ik benoemd tot substituut.

Ik stak dus over naar de Europese magistratuur. Ik had daar spijt van, maar je dacht toch ook een beetje aan je carrière. In juni 1960, bij de Dipenda, was ik politierechter in Leopoldstad. Ik heb dus de belangrijkste gebeurtenissen naar die Onafhankelijkheid als bevoorrecht getuige meebeleefd. Ik ga daarover in De Post dingen vertellen, die ik nog nooit heb verteld. Neem de eerste opstand van de Abako, begin januari 1959 (De Post 1899). Op dat moment was ik al bij het parket. Temidden van het gewoel en de rook der traangasbommen, stopt een jeep naast mij. Daarin een welbekende figuur: journalist Jos Lamote, uitgever van het enige Vlaamse koloniale weekblad. “Frans”, zegt hij, “De toestand is dramatisch. Gouverneur Hendrik Cornelis wil weg. Hij heeft, naar verluidt, o.m. met generaal Janssens een zwaar conflict. De veer is gebroken bij hem. We vrezen voor een gezagsvacuüm. We denken eraan om, naar het voorbeeld van wat in Algerije is gebeurd, een Comité de Salut Public op te richten en jij zit in die voorlopige regering. Wij verwachten je vanavond bij maître Bernard Leclaire. Geef toe, dat was nogal overweldigend. Ik wilde zeker niet het risico lopen in een Belgische gevangenis terecht te komen. 'Ik wou alleen mijn instemming geven na éérst met gouverneur Cornelis te hebben gesproken. Niet dat ik mijn verantwoordelijkheid wilde ontlopen. Als er een slachting dreigde, als er inderdaad geen gezag meer was, zou ik meedoen. 's Nachts werden we ontvangen door de gouverneur en zijn kabinetschef Welvaert. Inderdaad, Cornelis was helemaal van de kaart. Kapot van de zenuwen, Wist niet meer wat te doen, wat te zeggen. Ik gaf hem de raad toch aan te blijven en zijn gezag te handhaven. Ik zei tegen hem: “Kijk eens, mijnheer Cornelis, morgenvroeg laat u uw officiële witte limousine voorrijden, u trekt uw mooi wit kostuum aan, u zet uw witte helm met pluimen op en, geëscorteerd door een aantal motards, rijdt u door de zwarte stad. Zwarten komen altijd onder de indruk van iemand die zijn gezag durft te affirmeren. Toon géén zwakte. Cornelis weigerde. Hij heeft wél een rede willen uitspreken voor de radio. Wij hebben daarvoor gezorgd: Lamote, Van Impe, ikzelf. Die ochtend vroeg Cornelis mij: “Als je iets voor mij wil doen, Frans, ontwikkel dan een plan voor ontspanning tussen blank en zwart.” Samen met vice-gouverneur Joly heb ik dat gedaan, en ik kan dus zeggen dat ik één nacht minister ben geweest. Dat Comité de Salut Public is nooit in functie geweest... Maar er bleven andere problemen op te lossen. Naar aanleiding van die eerste opstand in Leopoldstad, waren alle zwarte burgemeesters van de stad in de gevangenis gestopt omdat ze een beledigend telegram naar de Koning hadden gestuurd. Die arrestaties zijn een enorme flater geweest, met dramatische gevolgen. Hoe dan ook, er moesten vervangers worden gezocht voor deze burgemeesters. Mij werd gevraagd te fungeren als burgemeester van één der belangrijkste gemeenten van de hoofdstad: Kalami, waar veel évolués woonden. Mijn eerste daad was het bezoeken van de vroegere bijzonder schrandere burgemeester Pinzi in de gevangenis om hem te zeggen dat ik zijn gezag erkende en dat niets zou gebeuren zonder zijn goedkeuring. De tamtam werkte uitstekend en binnen het uur wist de hele stad het. Ik ondervond geen enkele tegenkanting meer...

APARTHEID IN LEOPOLDSTAD.

Frans De Clerck: «Mijn opinie over de inlander steunt op groot respect. Ik heb de Afrikanen nooit als paria's bekeken. Ik weet wel, mijn vousvoyeren, zette kwaad bloed. Vele kolonialen bekeken me met de nek. Ze verweten mij een negrofiel te zijn. Voor het gemak wordt in de meeste verhalen over Kongo vergeten dat de laatste jaren voor de Dipenda, een echte apartheid heerste in de kolonie. Apartheid zoals in Zuid-Afrika. Ik heb ze gezien in Leopoldstad, de winkels met een ingang voor de zwarten en een ingang voor de blanken. Of zwarten die aan een loket werden geriefd, terwijl de blanken in de winkel stonden. Die misprijzende houding tegenover de inlander is wellicht de grootste blunder die werd begaan. De intelligentie van de Afrikaan werd onderschat. Want hij heeft een enorme intelligentie en een enorme cultuur. Toegegeven, hij bezit géén technische cultuur, maar inzake politieke kennis, 'politiek' in de zin van het Griekse woord 'politeia', is hij superieur aan de Europeaan. Hij benadert de zaken ANDERS dan wij maar daarom niet MINDERWAARDIG. Men ziet de Afrikaan te veel met Europese ogen, en men wilde er spiegeltjes van maken van de gemiddelde Brusselaar. Dat is onze vergissing geweest. Het was niet de enige zware fout. Ook het educatieve systeem moest tot drama's leiden. Bewust werd geen intelligentia gekweekt, met als argument dat er eerst overal lager onderwijs moest komen vooraleer hogere instituten konden worden opgericht. Inderdaad, Kongo had geen intelligentia, en de gevolgen daarvan hebben we moeten dragen. Ik herinner me nog, toen men eraan dacht in Lovanium een rechtsfaculteit op te richten, riep gouverneur Leon Pétillon uit: «Une faculté de droit? Jamais! Anders krijgen we revolutie. Wat een onvergeeflijke stommiteit. Het zijn immers precies de juristen die weten hoe vér men kan gaan, en waar de grenzen liggen. Die rechtsfaculteit kwam er uiteindelijk wél, maar het is toch schandalig dat men die jongens verplichtte voor de Centrale Jury eerst een examen Grieks te laten ondergaan. Grieks, dat konden ze nergens Ieren! Ik weet wel, al die structuren in de kolonie werden destijds uitgedacht in de vaste overtuiging dat het Belgisch rijk eeuwig zou duren, maar het systematisch verhinderen van het tot stand komen van een elite heeft tot een catastrofe geleid. De zwarten hebben dat goed aangevoeld. De vreselijke dingen die naderhand zijn gebeurd, worden goeddeels verklaard door opgekropte rancunes. Het fenomeen Lumumba is ook zoiets. Inderdaad, hij vloog de gevangenis in wegens verduistering van 100.000 Fr. Maar vergeet niet dat de Europeaan de Afrikaanse zogeheten 'évolué' omzeggens verplichtte om te leven volgens de standaard der blanken. Men eiste van hem zo'n manier van leven, maar men gaf hem daartoe niet de financiële middelen omdat hij maar op het laagste niveau mocht werken. !;Jet is gemakkelijk de zwarten voor dieven te verwijten. Vergeten we dan onze blanke dieven? Ik heb veel respect voor Mobutu. We mogen die man niet oordelen of veroordelen vanuit een Europese visie. Democratie is iets dat wij hebben overgenomen van Grieken en Engelsen, maar eigenlijk is dat nog niet oud, vergeleken bij de vormen van democratie in Afrika. Mobutu voelde aan dat hij zijn centraal gezag kon vestigen als gewoonterechterlijke chef, mits hij inspeelde op de tradities: luipaardmuts, staf, enz... Hij heeft dat ook met succes gedaan. In mijn liefde voor Afrika en mijn respect voor de Afrikaan stond ik niet alleen. Wij waren in Kongo met velen die zó dachten. De oudere generatie was veel minder flexibel. Wij voelden beter de stroomversnelling aan, merkten duidelijker de vergissingen. Neem de zaak Lumumba. Op verzoek van minister Buisseret wordt hij uit de gevangenis gehaald. Men maakt hem commercieel directeur van een grote brouwerij in Leopoldstad, met een royaal inkomen én de kans alle bars te bezoeken, overal rondjes weg te geven voor rekening van de brouwerij, aan politieke propaganda te doen. Ik zie hem nog staan, in 1958, na zijn terugkeer van het eerste Pan-Afrikaans congres in Accra. Hij sprak het volk toe. Zijn allereerste politieke daad. Men kon voorvoelen wat zulks zou betekenen. Toen al bestond het plan Van Bilsen om Kongo politiek onafhankelijk te maken. Toch werden wij overrompeld door de regeringsverklaring van 13 januari 1959 waarin de Dipenda werd beloofd. De tijd was veel te kort om zoiets degelijk voor te bereiden. Daarbij speelden ook angstreflexen van blanken die wisten dat ze hun baan zouden verliezen, en die remmend begonnen te werken. Maar niemand had eraan gedacht dat', na de Dipenda, de Force Publique, waarop men altijd had kunnen rekenen, zo snel in opstand zou komen. Feit is : de Force Publique telde geen zwarte officieren. Misschien omdat men hen vreesde, zoals politici altijd officieren vrezen omwille van de macht die ze hebben. Ach, het is allemaal zó complex en het is zo jammer dat men, naarmate de tijd verstrijkt, steeds vaker simplistisch gaat redeneren en in slogans praat. Ik durf eerlijk zeggen: ik weet niet hoe wij het hadden moeten doen.

GEBRUIKTE DEZELFDE WOORDEN, MAAR MEN BEDOELDE IETS ANDERS.

De buitenstaander heeft, na al deze gesprekken, wel eens de indruk dat blank en zwart dezelfde woorden gebruikten, maar toch iets anders bedoelden. Zoals de Onafhankelijkheid. De enen dachten in politieke termen, de anderen in economische proporties. Frans De Clerck: «De Rondetafelconferenties bijvoorbeeld. Niet iedereen zat daar op zijn plaats. Er waren weliswaar veel goede wil, en goede bedoelingen, maar daarnaast was er ook een hele maffia van zogenaamde experts, die de Afrikanen bijstonden als adviseurs, en die de grootste stommiteiten hebben uitgehaald. Wij ook geloofden dat de zwarten met hun politieke onafhankelijkheid een 'klodderspaan' kregen, om hen zoet te houden, en zelfs de Société Générale moet dat hebben gedacht. Wie weet, zonder de rebellie van de Force Publique zou dat misschien ook zo geweest zijn. Kasavubu? Een raadselachtig man. Door de ene omschreven als listig, door anderen voorgesteld als onvoorstelbaar dom. Ik kende hem goed, maar ik durf geen oordeel te vellen. Hij was in ieder geval zo zwijgzaam dat men hem niet kon taxeren. Zou Chinese voorouders hebben gehad, wat die schuine ogen kan verklaren. Wij kunnen, vanachter onze schrijftafels in geklimatiseerde kamers, makkelijk praten en filosoferen over de Onafhankelijkheid van Kongo, maar véél moeilijker is het voor de échte colon om genuanceerd te denken. Hij werd naar daar gelokt, hij investeerde alles, en is ook alles kwijt. Ja, men kan zich afvragen of België. dat zijn zonen uitzond, ook naderhand niet verantwoordelijk is voor die zonen? Ik weet dat de colons in het binnenland volledig werden verrast door de Dipenda en de naweeën daarvan. Dat is logisch. Politieke evoluties spelen zich nooit af op het platteland. Zo'n fenomeen is altijd een stadsgebeuren, waar ook ter wereld. In Leopoldstad stond de smeltkroes van het nieuwe Kongo. Ik begrijp best dat men daar elders niets van gewaar werd, en zelfs misprijzend sprak over de ambtenarij in de hoofdstad. Ik begrijp de colon, en ik begrijp zijn verbittering. alhoewel de evolutie onafwendbaar was. Maar ik aanvaard niet dat men vol rancune uitbazuint: “De zwarte? Die is niets waard.” Dat is .een leugen. De Belg is geen koloniaal. In tegenstelling tot Grieken en Portugezen, heeft hij geen koloniaal verleden. Hij kwam naar Kongo en dacht vooreerst aan een huis, enig comfort en voedsel zoals in Europa. Vergelijk dat met andere nationaliteiten: die waren bereid jarenlang te leven als de inlanders, met een minimum dus, teneinde welvarend naar hun land te kunnen terugkeren en er een zaak op te zetten. Zoals de Turken vandaag bij ons, bijvoorbeeld. Wat is de grootste vergissing die wij daar hebben gemaakt? Ik weet het niet, maar ik weet wél dat het aantal vergissingen groot was. Ik heb in De Post 1900 ook filosofieën gelezen over de lijfstraffen die de zwarten moesten ondergaan. Het argument dat het eigenlijk zachte straffen waren, in verhouding tot datgene wat de Afrikanen in hun gewoonterecht hadden opgenomen. Wél, dat is. geen argument en dat is het nooit geweest; Lijfstraffen blijven een vernedering, waar ook ter wereld. Zoals handen afhakken, in naam van de Koran. Een milde lijfstraf bestaat niet, omdat de vernedering blijft. De zwaarste straf die je een zwarte kon opleggen, was een celstraf van méér dan 24 uur. Want dan werd hij gek! Een Afrikaan is een gemeenschapswezen. Opsluiten alléén maakt hem waanzinnig. Wij legden veeleer dwangarbeid op. Ze zaten dan in cellen met tien, of vijftien. Afzondering in een cel, dat was veel zwaarder voor de zwarte man dan een afranseling met de chicotte. De lijfstraffen, de grote blanke onrechtvaardigheid tegenover de zwarte. Zo'n sanctie omvatte geen enkel opvoedkundig element. Welke blanke zou aanvaarden dat men dat principe op hem toepaste? Waarom moest de zwarte het dan accepteren? We vloeken en tieren over de folteringen van het nazi-regime, maar ons gedrag was daar ook niet altijd zo onbesproken... Ik ken die verhalen over de lijfstraffen, zoals die worden verteld op vergaderingen van oud-kolonialen. Vandaag constateer ik dat er over Kongo altijd wordt geredeneerd in de vorm van kreten, van slogans die generaties lang meegaan, en die daar werden geamplifieerd. Al wat ginds gebeurt, gebeurt ook bij ons: diefstal, corruptie, vrienden politiek. Er bestaan goede en slechte mensen, waar ook ter wereld. Niemand kan het monopolie opeisen van goedheid of slechtheid...

© 2002 Gust Verwerft - Congo-1960

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine