www.congo-1960.be

Network: Contact | Twitter | Facebook | Guestbook | Agenda | Ik zoek | Blog Tine | Forum | Album | Intro 2003 |
Getuigenissen 50 jaar na de dipenda | Getuigenissen 25 jaar na de dipenda | Teksten ingezonden voor de wedstrijd | Mijn verhaal | Kolwezi 1978 | Oral History
Intro Cultuur | Reizen | Tetnoonstellingen | Recepten
Hoe deelnemen |
Intro Documenten |
Intro Boeken | Catalogus Black Label | Diverse boeken | Boeken geschreven door oud gedienden | Diverse Boeken | Boeken over de kolonie
Léopoldville | Kasai | Kivu | Ruanda Urundi | Katanga | Equateur | Orientale | |
U heeft geschreven |
Nieuwsbrief
Photos Foto's | Vidéos | Partagez votre album avec le blog de congo-1960 | Les photos sur le groupe fan de congo-1960 (facebook) |
| OTRACO
Diverse Berichten |
Stuur je getuigenis of foto's naar congo-1960.be en win een boek.

Er zijn nog enkele  spellingsfouten  in onze franstalige versie van de  site die  binnekort zullen verbeterd worden;
wij  willen eerst de restructuratie van de site voorrang geven. Met dank voor uw begrip.

Voorwoord

Voor deze opdracht heb ik YW geïnterviewd. Y werd geboren op 16 juli 1927 in Opgrimbie. Hier bracht ze haar eerste 3 levensjaren door, waarna ze naar Kotem verhuisde. In 1953 huwde ze met MG en samen kregen ze 3 zonen. Op dit moment heeft ze 6 kleinkinderen en het zal waarschijnlijk niet lang meer duren voordat ze ook een achterkleinkindje heeft. Yvonne heeft haar hele leven in het onderwijs gestaan. Haar grootste droom was echter naar Kongo, onze vroegere belgische kolonie, af te reizen. Dit doel heeft ze uiteindelijk ook bereikt. Na haar pensioen en na een erge ziekte is ze zich beginnen in te zetten voor anderen. Dit doet ze nu nog steeds. 

Hoe het begon

Ik ben geboren in 1927, als eerste en ook als enig kind. Zowel langs vader’s als langs moeder’s kant zat de landbouw in de familie. Mijn vader hielp dan ook mijn grootvader op de boerderij, terwijl mijn moeder voornamelijk het huishouden deed, zoals dat in die tijd hoorde. Op 25-jarige leeftijd is mijn moeder overleden. Ik was toen 2 jaar en veel herinner ik me er niet van. Na de dood van mijn moeder besloot mijn vader naar Kotem te verhuizen. Kotem ligt in de nabijheid van Opgrimbie, aan de maaskant. Het is een zeer landelijke omgeving. De mensen kwamen voornamelijk aan de kost door de landbouw of door als zelfstandige een winkeltje uit te baten; een kruidenierswinkel, een slagerij, een bakkerij,… Er was weinig industrie in de buurt. Ik herinner me wel nog dat mensen van het dorp naar de steenkoolmijnen gingen en sommigen werkten in steenbakkerijen.

Toen ik de leeftijd van 4 jaar bereikt had, hertrouwde mijn vader. Samen met mijn stiefmoeder, die ik toch als mijn echte moeder beschouw, kreeg hij nog 2 zonen en een dochter. In die tijd werkte mijn vader als kleermaker. Hij bezocht winkels, maar ging ook bij de mensen thuis langs. Hij mat de stoffen aan en maakte daarna de kleding op maat. Ook bij ons thuis, in een klein winkeltje konden de mensen terecht. In zijn vrije tijd was mijn vader orgelist, hij speelde voornamelijk in de kerk. Ook hielp hij met het maken van hosties voor de eucharistievieringen. We woonden op de grens van België en Nederland en dus werden deze hosties verdeeld over de twee Limburgse provincies. Het maken van hosties nam veel tijd in beslag: het duurde één dag om ze te maken en te bakken en de tweede dag werden ze gesneden. De kleine hosties kon men met een machine snijden maar de grote moesten allemaal met de hand gesneden worden. Dit was héél veel werk. 

Schoolherinneringen

Zowel het kleuteronderwijs als het lager onderwijs heb ik op de school in Kotem gevolgd. Het was maar een klein dorpje dus ik ging met de fiets naar school. Jongens en meisjes gingen naar een aparte school want in die tijd waren gemengde scholen absoluut verboden. Op school moesten we ook altijd een uniform dragen. Dat heb ik altijd vreselijk gevonden! Het uniform bestond uit een witte blouse en een blauw plooirokje, wat tot onder de knieën moest komen. We hadden maar een kleine speelplaats voor toch heel wat leerlingen. De meeste gezinnen bestonden uit 7 à 8 kinderen. Er waren ook middelgrote gezinnen met 3,4 of 5 kinderen. Een gezin met één kind of slechts 2 was zeer zeldzaam. We moesten ook elke morgen vroeg opstaan om naar de kapel te gaan. Ik herinner me nog goed dat alles heel strikt verliep en dat we in de kapel allemaal gesluierd moesten zijn.

Na mijn plechtige communie ging ik naar het college in Maasmechelen. Daar heb ik de humaniora gevolgd. Voor jongens waren er buiten de humaniora ook nog technische scholen. Meisjes gingen echter niet naar de technische school. Ook op het college zaten enkel meisjes. We kregen snit en naad en leerden koken; dit was om ons voor te bereiden op een gezin. De meeste meisjes zaten net als ik op internaat. Elk leerjaar kreeg in een aparte klas les, maar eten, studeren en slapen deden we allemaal in één grote ruimte. De onderwijzeressen waren nonnen. Ze waren wel streng maar in die tijd werd daar niet over geklaagd. Thuis kregen we namelijki ook een strenge opvoeding en er werd door ons dus geen verschil ervaren. Als we al eens een keer gestraft werden dan was dat voornamelijk ‘straf schrijven’ of moesten we een tijdje op zolder gaan zitten. De meeste kinderen gingen maar tot 14 jaar naar school, verdere studies waren er meestal niet bij. Je ouders konden je hulp thuis goed gebruiken en nadien werd er van je verwacht dat je zelf een gezin zou stichten. Van mijn klasgenootjes ben ik de enige die ging verder studeren.

Kinderdroom

Na de humaniora ben ik naar Hasselt gegaan om een opleiding regentaat te volgen. Uit de pedagogische en psychologische testen, die ik op het college gedaan had, bleek dat ik daar geschikt voor was. Onderwijzen was niet mijn grootste wens maar ik wist wel dat door onderwijzeres te worden mijn kinderdroom in vervulling zou kunnen gaan. In Kotem was er namelijk een man die naar Kongo was vertrokken om er te gaan onderwijzen. Kongo had me altijd enorm aangesproken en door in het onderwijs te stappen zag ik mijn kans. Ik herinner me nog goed dat ik de nonnen over mijn plan vertelde. “Ah ja”, zeiden ze, “dan ga je in het klooster?”. Ik antwoordde toen dat ik niet in het klooster wou, maar dat ik gewoon Kongo wou zien. De nonnen lachten er dan eens mee en zeiden dat het voor een vrouw niet mogelijk was om “zomaar” naar Kongo te gaan. Doordat er in ons dorp altijd over die man gepraat hoopte ik diep in mijn hart dat ik toch ook naar Kongo zou kunnen gaan.

In Hasselt heb ik 5 jaar school gelopen: 1 voorbereiden jaar en daarna 4 algemene jaren. Ik logeerde er in een kosthuis. Dat was een gezin dat studenten opving tijdens de studies. Ik had een zeer goede band met het gezin waarin ik verbleef en beschouwde het als mijn eigen familie. Enkel in de kerstperiode en tijdens de paasvakantie ging ik naar huis. Dat was een hele rit: ik moest in Hasselt de trein nemen naar Lanaken, daar nam ik de tram tot in Opgrimbie om uiteindelijk met de fiets in Kotem te aan te komen. In de kerstperiode kwamen er vaak paters uit andere streken preken in ons dorpje. Religie was in die tijd zeer belangrijk en dus ging het hele dorp naar deze preken luisteren. De paters brachten paternosters en kruisbeeldjes naar de winkel van mijn vader en die moest hij dan voor de pater verkopen. Als de pater terug vertrok kwam hij het geld en de overgebleven spullen ophalen. In die tijd was dat heel normaal. Religie werd veel intenser beleefd dan nu. Bijna iedereen ging naar de kerk. En diegenen die niet gingen daar werd onmiddellijk over gepraat.

Eerste job

Na mijn studies ben ik op zoek gegaan naar werk. Ik vond onmiddellijk een job in Mille, bij Tongeren. Ik mocht er les geven en ik kon nog steeds in het kosthuis verblijven.

In die zelfde periode ontmoette ik ook mijn man, Mathieu Geussens. Kort daarna, in augustus 1953, trouwden we. Het was de gewoonte dat je nadat je trouwde bij je ouders uittrok en een huis kocht of bouwde. Ik heb dat echter nooit willen doen omdat ik nog steeds met Kongo in mijn hoofd zat en omdat een huis ons aan België zou binden. Daarom zijn mijn man en ik bij mijn schoonouders gaan inwonen. In die tijd was Kongo nog een kolonie van België en zochten ze in het leger stagairs die voor 3 jaar een betaalde stage wouden doen in Kongo. Hier zag ik natuurlijk de kans om te vertrekken en dus vroeg ik mijn man om zo’n opleiding te volgen. Omdat hij toen nog geen vast werk had en hij wist dat hij zo mijn droom kon waarmaken, deed hij het. 

Kinderdroom in vervulling

In december 1953 vertrokken we uiteindelijk naar Kongo. We kwamen aan in Leopoldstad, een grootstad waar we enkele dagen in een hotel logeerden. Ik was meteen ontgoocheld toen ik zag hoe Leopoldstad eruit zag. Voor mij was Kongo wildernis, hutten, bossen,… en dat vond je in een grootstad natuurlijk niet terug. Na enkele dagen trokken we door naar Bukavu. Bukavu was een stadje met een héél mooie natuur maar een stuk kleiner dan Leopoldstad. Mijn man voelde zich er meteen thuis en wou er meteen blijven. Maar omdat dit nog steeds niet was wat ik echt wou trokken we door tot in Kindu. Voor Kindu te bereiken zijn we zeker 100 km door het woud moeten trekken. Eens daar aangekomen vond ik de echte wildernis terug. Het was net zoals ik het me altijd had voorgesteld; negers die zich in de Kongostroom wasten, wilde dieren die doodgewoon rondliepen,… Kindu was helemaal geen dorp zoals we er België dorpen zijn, er stonden gewoon enkele hutjes bij elkaar. Mijn man en ik kregen een tijdelijke verblijfplaats, een leemhut, te midden van de bossen, héél afgelegen. Al vlug kwam de zwarten van in de buurt aan ons vragen of we werk voor hen hadden. We verstonden natuurlijk de taal niet want alle zwarten spraken Swahili. Toch besloten iemand aan te nemen om te helpen in het huishouden en zo hebben we stilaan de taal geleerd. De zwarten kwamen vaak naar mij met een snee in hun vinger, een hoofdwonde en andere kwetsuren en zo werd het zo’n beetje mijn taak om hen te verzorgen. Mijn man daarentegen was opgeleid om de zwarten te leren bouwen, planten en hen te leren in hun voedsel te voorzien. Door gebrek aan comfort (wat wij belgen nogal goed gewoon zijn) besloten we na een tijd toch terug te keren naar Bukavu. Mijn man kreeg er een job bij de gouverneur en ik werd onderwijzeres in het Vlaamse onderwijs. In Kongo waren er namelijk blankenscholen en zwartenscholen. Ik gaf uitsluitend les aan kinderen van mensen die net als ons waren uitgeweken naar Kongo. In Bukavu zijn ook mijn 3 kinderen geboren: Jean-Marie, Jean-Luc en Jean-Paul. De ziekenhuizen in Kongo waren zeer verschillend aan die van België. Ook daar werd er een onderscheid gemaakt tussen blanken en zwarten. Dit lag vooral aan het grote verschil in levenswijze tussen de volkeren. De ziekenhuizen zagen er ook heel anders uit, het waren eigenlijk meer hutjes, allen naast elkaar gebouwd

Onafhankelijkheidsstrijd

In 1960 kwamen er in Kongo opstanden op gang. Er werd gestreden voor de onafhankelijkheid van Kongo. Dit was een zeer moeilijke periode voor ons. Mijn man is daardoor terug naar België moeten komen, samen met één van onze zonen, Jean-Luc. Eens terug in België aangekomen is hij ook aan een lerarenopleiding begonnen, waar hij nadien ook voor geslaagd is. Ook mijn jongste zoon, Jean-Paul heb ik kort daarna naar België moeten sturen. Hij had een aandoening aan zijn oogjes en het was het beste dat hij in België verzorgd werd. Ik kon echter niet meegaan omdat ik nog steeds gebonden was aan mijn job in het onderwijs. Ondertussen werden de opstanden erger: de zwarten vielen overal binnen, ze plunderden huizen,… Als vrouw werd het daardoor ook heel gevaarlijk op straat. Daarom werd ik samen met mijn zoon Jean-Marie naar een vluchtelingenkamp overgebracht. Daar moesten we wachten totdat men ons naar België kon overbrengen. Dat betekende meteen het einde van mijn avontuur in Kongo. Ik ben heel blij dat ik dit heb kunnen meemaken en ik voel me nog steeds verbonden met Kongo. Toch ben ik nooit meer naar Kongo willen teruggaan omdat ik Kongo mooi verlaten heb en ik die herinneringen wil blijven koesteren.

België, mijn vaderland

Eens terug in België aangekomen was het voor mij heel moeilijk om terug te acclimatiseren. Ik moest ook terug een job vinden. Omdat ik zoveel van theater en concerten hield ging ik op zoek naar een job in Brussel. Ik had veel geluk want er werd mij meteen werk aangeboden in Overijse. Mijn man, afkomstig van Opglabbeek, was hier onmiddellijk tegen. Hij ging achter mijn rug naar de directrice van de lagere school in Opglabbeek en vroeg haar of er nog een betrekking voor me vrij was. Het telefoontje van de directrice was voor mij een totale verrassing. De directrice heeft heel erg op me moeten inpraten om me te overtuigen maar omdat mijn man ook werk gevonden had in de buurt besloot ik toch de job te aanvaarden. Tot aan mijn pensioen, in 1981, heb ik in Opglabbeek les gegeven.

Leven na het onderwijs

Na mijn pensioen ben ik erg ziek geworden. Ik ben toen voor enkele maanden naar de Verenigde staten afgereisd. Daar hebben ze me genezen op basis van macrobiotische voeding. Na mijn genezing ben ik in Antwerpen les gaan volgen in macrobiotische voeding en in massagetechnieken, om zelf ook mensen te kunnen helpen en eventueel te genezen. Dat is ook de rede waarom ik zowel kankerpatiënten als MS-patiënten voor een lange tijd in huis heb genomen. Ik leerde hen op een andere manier leven en koken. Dat was natuurlijk een zware opgaven want ze hadden veel hulp en verzorging nodig. Door de plotse ziekte van mijn man ben ik hier echter mee moeten ophouden. Het was niet meer mogelijk om zowel de zorg van mijn man als de zorg van anderen op me te nemen. Na de dood van mijn man, in 1990, ben ik opnieuw cursussen gaan volgen. Ik raakte meer en meer geïnteresseerd in helingstechnieken. Zo ben ik me o.a. de Chakratherapie en in de magnified heling gaan specialiseren. Doordat mensen me om hulp bleven vragen ben ik in 1994 met een groeigroep gestart. Ik gaf aan een groep van 10 à 12 personen les omtrent de levensvragen; wat is de bedoeling van het leven, wat houdt het leven precies in,… Dit is uitgegroeid tot het totaal van 4 groeigroepen waar ik me nog steeds mee bezighoud en die in de loop van de jaren erg geëvolueerd zijn. Vorig jaar heb ik erover nagedacht om het begeleiden van mensen op te geven maar toch wil ik nog verschillende helingsmethodes doorgeven aan mijn opvolgers. Ik geloof erin dat de energie van de bron, van mezelf dus, moet doorgegeven worden aan een goede band van de bron, mijn opvolgers. Zo kunnen ook zij mensen trachten te helpen. Dat is mijn grootste wens.

Dankwoord

Ik wil mijn dank betuigen aan Y voor haar medewerking. Door haar charismatische uitstraling heeft ze een enorme indruk op mij nagelaten. Vooral haar vastberadenheid om haar kinderwens in vervullen te laten gaan heeft mij toch wel geraakt. Het was zeer boeiend om haar te horen vertellen over de dingen die ze heeft meegemaakt. Naar gelang het gesprek vorderde trok ze meer en meer mijn aandacht. Ik heb het gevoel dat ze van haar leven heeft genoten, dat ze er alles heeft proberen uit te halen. Ze was gepassioneerd door zo vele dingen en zelfs nu, op 77-jarige leeftijd, zet ze zich nog steeds in voor anderen. Ik bewonder haar sterkte en haar wilskracht.

onestatOver ons | Site Map | Privacy verklaring | Contact | Wij danken ©2001-2011 Congo-1960