

Getuigenis van Remi Deneve ©
N° 010
Votez pour les textes via le site - Stem on-line via de site
Remi woont in Brooklyn,
ik heb zijn tekst bewust gelaten zoals het is, ik vind het charmant om te lezen
Tine
De straat van de luchthaven was vol met blanken en geinterresseerde Kongolezen, maar tevens waren er ettelijke kongolese soldaten van de “Force public” die ietwat verbijsterd waren wegens de flinke aanwezigheid van de Verenigde Natie militairen, Ethiopiers met Ierse officieren.
Iedere keer een groep vluchtelingen (meestal vrouwen en kinderen) het hoofdgebouw verliet op weg naar het vliegtuig begeleid door enkele VN soldaten begon de “mob” te schreeuwen : “Partez,ne retournez pas”.
Als juist aangekomenen stonden we nog buiten het gebouw toen het tumult maar steeds de hoogte inging. Plots kwam het onverwachte en werd er in het frans afgekondigd dat de Force Public bevel gaf dat alle blanke mannen die geen
reizigers waren het vliegveld complex moesten verlaten!
Ik ging natuurlijk niet mijn gezin aan hun lot overlaten en nam hen naar de overkant van de straat in een openstaande maar ledige motel kamer. Verwachtend dat de VN ook een woordje te zeggen hadden hoorden we even later dat enkel de echtgenoten bij hun familie blijven konden tot het opstijgen. Dus de Force Public had zijn woordje gehad. (hahaha) Wat voor de Force frusterend was is het feit dat de voertaal der VN soldaten
Engels was, ik had voordien al met de Ierse officieren en de Ethiopiers gesproken in het Engels en de "Force Publiekers" hadden dat al wel opgemerkt dus de Vlamingen die meestal toch een mondje Engels spreken, hadden al een voetje in de deur. (Geen minachtende gevoelens voor mijn Franstalige landgenoten gemeend, een van de weinige gebeurtenissen waarbij het een voordeel was Vlaming te zijn in Kongo)
Alles verliep normaal en toen mijn kroost veilig opweg was naar Usumbura
bleef ik nog een poosje praten met een gewapende Ethiopier.
Enkele meters van ons stond er een enorme grote neger van de FP* die plots een koloniaaltje met EEN hand bij de keel greep en hoog in de lucht hield.
De rede daarvoor weet ik niet maar als mijn Ethiopise soldaat niet onmiddelijk had ingegrepen en tevens zijn VN genoten niet had gewenkt.... dan was dat blank mannetje in zijn hand gelyncht geweest !
Mijn Ethiopische contact had me gevraagd of ik blanken kenden die hun wapens wilden verkopen, ik had toen twee geweren met ammunitie in huis. Dus ik nodigde mijn VN genoot uit voor een bezoekje aan mijn woning zo kon hij de wapens bekijken. Hij kwam dus met zijn VN wagen naar de “quartier des musiciens” en met die wagen geparkeerd bij mijn huis was het mijn hoop dat patrouilleerende FP’s dit zouden bemerken.
Enkele biertjes en wat chit chat en mijn VN relatie was gemaakt. Enkele weken later verkocht ik hem een “rifle” met amunitie voor British pounds de andere behield ik als self defense.
Een voordien vertrokken werkgenoot liet me een prachtige Duitse scheper achter (later opgestuurd per vliegtuig) die als bescherming naast mijn bed sliep. Mijn 9mm FN pistool onder mijn kopkussen en een geladen
geweer in de kamer mijn filosofie was toen “als ze mij kapot schieten neem ik er enkele mee !” Misschien was ik toen wel een klein beetje gek wie weet.(lach) Maar eigenlijk echte schrik had ik niet. Nu kan ik me dat niet meer indenken ! Want de korte golf radio bleef er niet bemoedigend op.
Ik reed nochtans iedere morgen nog naar het “labo TP”(travaux public) dat was mijn job. Ik was er de enige overgebleven Europeaan en was er baas over een 6 tal zwartjes en een halfbloed. De verstandhouding onder elkander was perfect, maar er was geen werk meer, geen betonblokken en beton pijpen van fabricanten te testen, geen wegen compactie vooraleer asphalting te meten en geen grondmechanica projecten meer.
Als ik er nu over nadenk heb ik echt medelijden met de kleine Kongolese crew die met me op het “Laboratoire TP werkte” het waren eigenlijk specialisten opgeleid in het uitoefenen van verschillende Grondmechanica testen, een spiksplinter nieuwe wetenschap die zijn begin kende toen de VS in 1941-42 een baan maakte door Canada naar Alaska.
Dit door totale wildernis en enkel gebaseerd op grond compactie zonder verharding. Niet zoals mezelf indien ik de anarchie kon overleven, waren die medewerkers totaal zonder toekomst. Mijn kongolese kok en huishouder kwam nog iedere dag alhoewel mijn gezin gelukkig reeds was vertrokken. Mijn was werd gedaan en hij bleef de uitstekende kok die hij was. Op een morgen op weg naar het labo werdt mijn wagen gestopt door twee Force Publiekers (kongolese soldaten) die naar mijn identiteits papieren vroegen. Ik toonde hen dan mij kongolese “pas”en mijn Belgische en ze waren voldaan. Billi (twee) passeporti, musuri kabissa (zeer goed) was hun reactie in Swahili en ik mocht verder. Enkele dagen later werdt het duidelijk dat de soldaten op jacht waren naar ingebeelde spionnen en besloot ik zoveel mogelijk uit hun weg te blijven. Eenmaal opgepikt en spion verklaard weet men niet wat er kon gebeuren vooral als niemand meer van je wist. Ik ging niet zo dikwijls meer naar mijn “werk” en beeindigde het inpakken van koffers. Ik had geen zin om inboedel achter te laten en wat ik onbelangrijk vond gaf ik aan onze boy (huis houder) Rond die tijd kon men voor een prikje in Europese of USA valuta bijna splintenieuwe wagens kopen in de omgeving van de luchthaven. Ik had zelf al een auto van een vriend die met zijn gezin juist op verlof was in Belgie in mijn bezit. Die plande ik “begelijd” mee te nemen op de duwvaart boot naar Kinshasa en over Matadi naar Belgie.
s’Avonds kwam ik vaak samen met twee van mijn geburen die tevens reeds hun kroost naar Europa hadden gestuurd, een was een dieren-arts uit Knokke de andere electro-technicus uit Geneve die op de Hydro electrische centrale van Kisangani werkte. Met veel biertjes (de locale brouwerij werkte nog op volle toeren) bespraken we dan het meestal onheilspellend nieuws over korte golf uit Kinshasa en de Bas Congo.
In die verhouding voelden we ons eigenlijk veilig meestal dankzij de onbegrijpelijke goede verstandhouding tussen de Force Public (zonder Belgise officieren) en de VN. Langzaam maar zeker werden de korte golf rapporten over Kinshasa positief en voorspelde men een herstel van de Otraco life line over de “mighty Congo river” Tot mijn verbazing vond ik uit dat de spoorweg Kisangani-Ponthierville terug was opgestart terwijl de Kongo rivier verscheping dat nog niet was en dus zende ik de meeste koffers over Ponthierville naar Lobito (Angola). Vier of meer koffers met persoonlijke inhoud; die arriveerden allen heel gewoon enkele maanden later in Antwerpen.
De voordien verzonden koffers over Ponthierville kwamen dus de boot op in Lobito (Angola). Normaal vaarden de Kongoboten op de terugweg eerst Zuid naar Lobito waar massas koper erts uit Katanga voor bestemming Antwerpen het ruim inging. Dat liep toen allemaal als een fluitje van een cent. Maar ja ik ben al te ver vooruit met mijn verhaal, met de koffers opweg naar Ponthierville die ik dacht nooit meer terug te zien ha ha, was ik nog steeds in Kisangani wachtend op de eerste rivierboot opkomst vanuit Kinshasa zoals me werdt verzekerd door Otraco en hun Kongolese bedienden. Er was nog een skeleton crew Belgen op het hoofdbureel “Travaux Public” van Kisangani en vermits het nieuws in Kongo vlug zijn weg vind langs de inheemse bevolking, had men op het bureel vernomen dat ik aanstalten maakte om te vertrekken.
Op het labo had men dus een telefoontje gekregen van het Hoofdbureel TP om me zo vlug mogelijk aan te melden. Toen ik dat deed had ik een onderhoud met een Antwerpenaar die ik nooit voordien had ontmoet, hij was vermoedelijk wel een hoog geplaatste ambtenaar in de provinciale regering. Maar voor al die details was er geen tijd. Hij vroeg me om niet te vertrekken maar als technicus de skeleton blanke opzichters te vervoegen op de hydro-electrise centrale aan de locale Tshopo watervallen. Ik legde hem toen uit dat mijn technise A2 opleiding niet bepaald Electriciteit was maar meer Bouwkundig en mijn kennis van electriciteit te elementair was. Toch kon ik die sympathieke man niet overtuigen en scheen hij teleurgesteld over mijn weigering. Toen ik hem dan vertelde dat mijn vrouw en kinderen reeds in Belgie waren en mij eerste verantwoordelijkheid met hen lag, scheen hij het wel te begrijpen. Gezien de feiten die vier jaar later, 1964 in Kisangani plaats vonden moet ik toen wel de juiste beslissing genomen hebben. Maar dit toont wel aan dat er steeds mensen zijn die voet bij stek houden. In de USA zegt men : “When the going gets though, the though keep going”. Ik hoop dat die man geen slachtoffer werd tijdens de gebeurtenissen van 1964 in Kisangani, zo goed beschreven in het boek “111 days in Stanleyville” van de Amerikaanse schrijver David Reed.
Over de evacuatie gesproken in mid 1960 van blanke vrouwen en kinderen en mannen die in paniek sloegen (gelukkig niet de schrijver van dit rapport) de dag dat ik mijn vrouwtje en de 2 kindjes naar de Kisangani (Stanleyville) luchthaven bracht enkele weken na "independance", was geen dag voor een picknik. De straat van de luchthaven was vol met blanken en geinterresseerde Kongolezen, maar tevens waren er ettelijke kongolese soldaten van de “Force public” die ietwat verbijsterd waren wegens de flinke aanwezigheid van Vereenigde Natie militairen, Ethiopiers met Ierse officieren.
Iedere keer een groep vluchtelingen (meestal vrouwen en kinderen) het hoofdgebouw verliet opweg naar het vliegtuig begeleid door enkele VN soldaten begon de “mob” te schreeuwen : Partez,ne reviens plus, als juist aangekomenen stonden we nog buiten het gebouw toen het tumult maar steeds de hoogte inging. Plots kwam het onverwachte en werdt er in het Frans
afgekondigd dat de Force Public bevel gaf dat alle blanke mannen die geen
reizigers waren het vliegveld complex moesten verlaten.
Ik ging natuurlijk niet mijn gezin aan hun lot overlaten en nam hen naar de overkant van de straat in een openstaande maar ledige motel kamer.
Verwachtend dat de VN ook een woordje te zeggen had hoorden we even later dat enkel de echtgenoten bij hun familie blijven konden tot het opstijgen.
Dus de Force Public had zijn woordje gehad ha ha.
Wat voor de Force frusterend was is het feit dat de voertaal der VN soldaten
Engels was (Angres ha ha), ik had voordien al met de Ierse officieren en de Ethiopiers gesproken in het Engels en de Force Publiekers hadden dat al wel opgemerkt dus de Vlamingen hadden al een voetje in de deur .
Alles verliep normaal en toen mijn kroost veilig opweg was naar Usumbura
bleef ik nog een poosje praten met een gewapende Ethiopier.
Enkele meters van ons stond er een enorme grote neger van de FP die plots een koloniaaltje met EEN hand bij de keel greep en hoog in de lucht hield.
De rede daarvoor weet ik niet maar als mijn Ethiopise soldaat niet onmiddelijk had ingegrepen en tevens zijn VN genoten niet had gewenkt dan was dat blank mannetje in zijn hand gelyncht geweest !
Mijn Ethiopier had me gevraagd of ik blanken kenden die hun wapens wilden verkopen, ik had toen twee geweren met ammunitie in huis die waren van Detiere (hij was een Technis Ingenieur van Mons,zijn juiste naam ken ik niet meer) die was toen in afwezigheid van Govaerts mijn nieuwe baas, waarmee ik voorlopig ging samenwonen omdat dagen eerder zijn gezin al was vertokken. Dus ik nodigde mijn VN genoot uit voor een bezoekje aan mijn woning zo hij kon de wapens bekijken en eventueel kopen indien mijn partner dat zou willen. Hij kwam dus met zijn VN wagen naar de “quartier des musiciens” en met die wagen geparkeerd bij mijn huis was het mijn hoop dat patroeleerende FP’s dit zouden bemerken.
Enkele biertjes en wat chit chat en mijn VN relatie was gemaakt ha ha.Toen Didier of wat ook enkele weken later ook zijn schup afvaagde liet hij natuurlijk de guns achter en heb ik prompt een ervan verkocht aan mijn VN vriend voor English Pounds ! De andere behield ik als defense.
Hij liet tevens zijn prachtige Duitse scheper achter die als bescherming naast mijn bed sliep. Mijn 9mm FN pistool onder mijn kopkussen en een geladen
geweer in de kamer mijn filosofie was toen “als ze mij kapot schieten neem ik er enkele mee !” Misschien was ik toen wel halfgek wie weet ha ha. Maar eigenlijk echte schrik had ik niet. Nu kan ik me dat niet meer indenken !












About Us