SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin
Een team van leerkrachten van de Campus Koninklijk Atheneum te Aarschot vertegenwoordigd door Marc Vanlangendonck en Liesbet Meuwis.
 
« Oral History op school » : Verkenningen van het dagelijkse leven in het Hageland.

 

Paolaprijs

De Koninging Paolaprijs voor het onderwijs heeft als doel prijzenswaardige verwezenlijkingen uit de Belgische onderwijswereld te belonen. Zo ontving op het einde van het academiejaar 2003-2004 deze eer te beurt aan één van onze 'Oral History'-projecten. Een team van leerkrachten van de Campus Koninklijk Atheneum Aarschot, onder leiding van Marc Vanlangendonck en Liesbet Meuwis, ontving de prijs uit handen van de koningin voor het project "Oral History op school: Verkenningen van het dagelijkse leven in het hageland".

 

 

Dhr Van Langendocnk en Liesbet Meuwis

 

Foto : Dhr Van Langendonck en Liesbet Meuwis (Oral History-projecten)

Het vakoverkoepelend en schooloverstijgend Oral History project van de Campus Koninklijk Atheneum Aarschot loopt sinds 1 september 1999 en bereikt de vier scholen van de campus: de kleuter- en basisschool Zonnedorp, de Middenschool, het Koninklijk Atheneum en het Centrum voor Volwassenenonderwijs. De kernactiviteit situeert zich in het Koninklijk Atheneum, met als belangrijkste platform de lessen geschiedenis. Alle laatstejaars (ASO, BSO, TSO) interviewen één of meerdere zelfgekozen senioren over hun levenservaringen en schrijven over deze mondelinge getuigenissen een paper (twintig pagina’s). De beste papers worden geredigeerd en uitgegeven in een publicatie in eigen beheer, voorgesteld tijdens een jaarlijkse academische zitting.

Het Oral History project start telkens in september en eindigt met het mondelinge examen geschiedenis in juni. In de klas worden zes tot acht lesuren aan Oral History als wetenschappelijke discipline besteed (doelen, methodieken). De formele en informele interviews gebeuren thuis bij de informanten. De behandelde onderwerpen ontstaan doorheen de interactie tussen de jongere en de senior, vaak een oma/opa van de jongere.

Op een directe, onbevangen wijze worden de jongeren geconfronteerd met thema’s zoals de ellende tijdens de Tweede Wereldoorlog of de verleden seizoensarbeid vanuit het Hageland in Wallonië. Vanuit concrete, biografische gebeurtenissen leren de jongeren structurele sociale en culturele veranderingen ontdekken. Het dagelijkse leven komt hierbij spontaan centraal te staan. « Wanneer droeg oma haar eerste mini-jurk? » « Op welke wijze ervaarde oma het gegeven dat zij voor de eerste keer mocht gaan stemmen? » « Wat was de dagindeling van opa in Belgisch-Congo? » Communicatie tussen de generaties, empathie voor de nabije traditie en creatief-kritisch oordelen vormen in het Oral History project de sleutelbegrippen. Het project is dan ook samen te vatten als een toegepaste antropologie omtrent mens- en wereldbeeld in de spanning verleden-nu-toekomst. De reacties, zowel bij de jongeren als bij de senioren, zijn uitermate positief. «Wij hebben urenlang met elkaar gepraat; ik begrijp mijn oma/opa (mijn kleinkind) nu veel beter.»

Vanuit deze enthousiaste voedingsbodem worden tevens jaarlijks satelliet-projecten gestart zoals « Oral History en Pesten » of « Oral History & Science ». Reeds zeshonderd senioren werden in het Oral History project als informanten betrokken. Alle informatie over de werking vindt u terug op onze site (www.oralhistory-aarschot.be). De projectgroep bestaat uit meer dan vijftig personen, waaronder medewerkers uit externe organisaties zoals universiteiten.

 

 

Mijn grootouders

 

Opa was beroepsmilitair nadat hij reeds op jonge leeftijd- naar de "pupillenschool" in Sint-Truiden was geweest. Na enkele jaren dienst in het Belgisch leger, kon hij "als vrijwilliger" naar het Belgisch leger in Congo gaan. Zijn keuze was snel gemaakt. Na een geneeskundig onderzoek en een aantal inentingen (koepokken, tyfus, paratyfus) met de voorbereiding van het innemen van kininetabletten tegen malaria of moeraskoorts, was het op 16 december 1939 zo ver. Vanuit Antwerpen vertrok opa met het schip "de Thysville" richting Congo, waar hij op 6 januari 1940 aankwam. Zijn eerste bestemming was het kamp in Irebu, gelegen op de linkeroever van de machtige Congostroom (Evenaarsprovincie).

Karel Seghers

 

Karel Seghers werd op 1 juni 1922 geboren in de Kloosterstraat in Buggenhout. Hij was de eerste zoon van Hector Seghers (een veevoederproducent uit Buggenhout) en Caroline Van den Bosche (de dochter van een meelfabrikant uit het naburige Opdorp). Na Karel kwamen er nog drie andere jongens. Raf nam de zaak van zijn vader over, maar is reeds overleden. Paul werd pastoor in de parochie van Nokeren (Kruishoutem). De jongste was Hendrik, die voor de bedrijfswereld koos. Karel ging naar de kleuterschool (de toenmalige bewaarschool) in Buggenhout. Hij was ook leerling in de gemeenteschool. Na zijn lagere school ging hij naar de Jezuïeten in Aalst om de afdeling Latijn-Grieks te volgen. Op zijn zeventiende was hij reeds afgestudeerd en trok hij naar Leuven.

Jose Ghekiere

 

 

De ellende was er enorm. De vluchtelingen waren bovendien ook religieus dakloos. Grote groepen vluchtelingen uit katholieke gebieden kwamen terecht in protestantse streken en vice versa. Het ontbreken van enige pastorale zorg verhoogde de ontreddering. De Duitse bisschoppen waren zich daarvan bewust en deden een oproep aan priesters en kloosterlingen om de pastorale zorg van deze mensen op zich te nemen. De Algemene Overste van de Norbertijnen beantwoordde deze oproep positief. Hij gaf aan pater Werenfried Van Straaten van de abdij van Tongerlo de opdracht om uit te zoeken wat er gedaan kon worden.

Josephine Gooris

 

Mijn grootmoeder, Josephine Gooris (28 januari 1914, Sint-Joris-Winge), staat bekend als "Margriet", maar haar man, de reeds overleden Jozef "Jef" Merckx, noemde haar "Maggy". Haar broers zeggen "Fien". Zelf zeg ik "Mami". Zij is een dame die een bijzonder actief leven heeft geleid, zoals zij aangeeft vooral "in functie" van haar echtgenoot die een geslaagde carrière in staatsverband maakte in Belgisch Congo. Zij heeft vier dochters, is grootmoeder van veertien kinderen en overgrootmoeder van twee achterkleinkinderen.

YVW anonieme getuigennis

 

Ik ben geboren in 1927, als eerste en ook als enig kind. Zowel langs vader’s als langs moeder’s kant zat de landbouw in de familie. Mijn vader hielp dan ook mijn grootvader op de boerderij, terwijl mijn moeder voornamelijk het huishouden deed, zoals dat in die tijd hoorde. Op 25-jarige leeftijd is mijn moeder overleden. Ik was toen 2 jaar en veel herinner ik me er niet van. Na de dood van mijn moeder besloot mijn vader naar Kotem te verhuizen. Kotem ligt in de nabijheid van Opgrimbie, aan de maaskant. Het is een zeer landelijke omgeving. De mensen kwamen voornamelijk aan de kost door de landbouw of door als zelfstandige een winkeltje uit te baten; een kruidenierswinkel, een slagerij, een bakkerij,… Er was weinig industrie in de buurt. Ik herinner me wel nog dat mensen van het dorp naar de steenkoolmijnen gingen en sommigen werkten in steenbakkerijen.