Mijn grootouders Opa was beroepsmilitair nadat hij reeds op jonge leeftijd- naar de "pupillenschool" in Sint-Truiden was geweest. Na enkele jaren dienst in het Belgisch leger, kon hij "als vrijwilliger" naar het Belgisch leger in Kongo gaan. Zijn keuze was snel gemaakt. Na een geneeskundig onderzoek en een aantal inentingen (koepokken, tyfus, paratyfus) met de voorbereiding van het innemen van kininetabletten tegen malaria of moeraskoorts, was het op 16 december 1939 zo ver. Vanuit Antwerpen vertrok opa met het schip "de Thysville" richting Kongo, waar hij op 6 januari 1940 aankwam. Zijn eerste bestemming was het kamp in Irebu, gelegen op de linkeroever van de machtige Kongostroom (Evenaarsprovincie). |
Karel Seghers Karel Seghers werd op 1 juni 1922 geboren in de Kloosterstraat in Buggenhout. Hij was de eerste zoon van Hector Seghers (een veevoederproducent uit Buggenhout) en Caroline Van den Bosche (de dochter van een meelfabrikant uit het naburige Opdorp). Na Karel kwamen er nog drie andere jongens. Raf nam de zaak van zijn vader over, maar is reeds overleden. Paul werd pastoor in de parochie van Nokeren (Kruishoutem). De jongste was Hendrik, die voor de bedrijfswereld koos. Karel ging naar de kleuterschool (de toenmalige bewaarschool) in Buggenhout. Hij was ook leerling in de gemeenteschool. Na zijn lagere school ging hij naar de Jezuïeten in Aalst om de afdeling Latijn-Grieks te volgen. Op zijn zeventiende was hij reeds afgestudeerd en trok hij naar Leuven. |
|||
Jose Ghekiere De ellende was er enorm. De vluchtelingen waren bovendien ook religieus dakloos. Grote groepen vluchtelingen uit katholieke gebieden kwamen terecht in protestantse streken en vice versa. Het ontbreken van enige pastorale zorg verhoogde de ontreddering. De Duitse bisschoppen waren zich daarvan bewust en deden een oproep aan priesters en kloosterlingen om de pastorale zorg van deze mensen op zich te nemen. De Algemene Overste van de Norbertijnen beantwoordde deze oproep positief. Hij gaf aan pater Werenfried Van Straaten van de abdij van Tongerlo de opdracht om uit te zoeken wat er gedaan kon worden. |
Josephine GoorisMijn grootmoeder, Josephine Gooris (28 januari 1914, Sint-Joris-Winge), staat bekend als "Margriet", maar haar man, de reeds overleden Jozef "Jef" Merckx, noemde haar "Maggy". Haar broers zeggen "Fien". Zelf zeg ik "Mami". Zij is een dame die een bijzonder actief leven heeft geleid, zoals zij aangeeft vooral "in functie" van haar echtgenoot die een geslaagde carrière in staatsverband maakte in Belgisch Kongo. Zij heeft vier dochters, is grootmoeder van veertien kinderen en overgrootmoeder van twee achterkleinkinderen. |
|||
| Ik ben geboren in 1927, als eerste en ook als enig kind. Zowel langs vader’s als langs moeder’s kant zat de landbouw in de familie. Mijn vader hielp dan ook mijn grootvader op de boerderij, terwijl mijn moeder voornamelijk het huishouden deed, zoals dat in die tijd hoorde. Op 25-jarige leeftijd is mijn moeder overleden. Ik was toen 2 jaar en veel herinner ik me er niet van. Na de dood van mijn moeder besloot mijn vader naar Kotem te verhuizen. Kotem ligt in de nabijheid van Opgrimbie, aan de maaskant. Het is een zeer landelijke omgeving. De mensen kwamen voornamelijk aan de kost door de landbouw of door als zelfstandige een winkeltje uit te baten; een kruidenierswinkel, een slagerij, een bakkerij,… Er was weinig industrie in de buurt. Ik herinner me wel nog dat mensen van het dorp naar de steenkoolmijnen gingen en sommigen werkten in steenbakkerijen. | ||||
|
||||

Er zijn nog enkele spellingsfouten in onze franstalige versie van de site die binnekort zullen verbeterd worden;
wij willen eerst de restructuratie van de site voorrang geven. Met dank voor uw begrip.



















