Coup de gueule d'un indigne - Tirade van een verontwaardigde

Après plus de 100 ans - Na meer dan 100 jaar !

Logo Congo-1960

Il y a un peu plus de 100 ans, lors de la reprise du Congo par la Belgique, Léopold II prononçait ces mots, en soupirant : « pourvu qu’ils ne me le cochonnent pas ! ».

Et pendant des décennies, nos mandataires publics qui n’avaient d’ailleurs voté cette reprise qu’à une seule voix de majorité au Parlement, se sont quasi désintéressés du Congo devenu belge, ce vaste pays qui faisait 80 fois la Belgique. Encore était-il bien précisé que la métropole ne verserait « pas un franc » et n’enverrait « pas un soldat » à sa colonie, dont le budget devrait se suffire à lui-même.

Ce n’est qu’après le premier voyage du Roi Baudouin en 1955, que certains de nos mandataires publics se sont tout d’un coup mis à s’y intéresser de plus près. Se sont alors succédé sous les tropiques, ces « pèlerins de la saison sèche » qui venaient y passer quelques jours, aux frais de la princesse, de préférence dans les régions les plus touristiques, afin de mieux « comprendre » le Congo.

Nos partis politiques et nos syndicats y créèrent des filiales et se mirent à y exporter nos querelles belgo-belges, scolaires, linguistiques, syndicales etc.

À cette époque ce n’était pas par calcul purement électoraliste puisque ni les Belges résidant au Congo, ni les Congolais, ne pouvaient voter, aucune élection n’étant organisée pour eux en terre d’Afrique et que, contrairement à ce qui était prévu par la Charte Coloniale, les pouvoirs de décision restaient cantonnés à Bruxelles.

Sans prendre l’avis des principaux milieux concernés, ni des chefs coutumiers, la Belgique abandonna le Congo à son sort, dès lors que nos gouvernants réalisèrent qu’il allait falloir l’aider financièrement. Cette indépendance, mal préparée, plongea rapidement le pays tout entier dans le chaos. Les atrocités, viols et pillages commis par les mutins de la – jusqu’alors exemplaire – Force Publique, firent fuir la majorité des coloniaux.

Ce qui amena son Commandant en chef, le Général Janssens, à son retour au pays en juillet 1960, à proclamer en s’inclinant devant la statue de Léopold II à Bruxelles « Sire, ils Vous l’ont cochonné ».

Ironie du sort, après l’Indépendance, le Congo n’a jamais coûté autant à la Belgique !

Aujourd’hui encore, certains politiciens, non ou mal informés des réalités congolaises continuent à prendre des décisions malencontreuses mais, cette fois, par pur calcul électoraliste. Pour se forger une majorité, ils en viennent à promouvoir des initiatives qui s’avèrent être des ignominies vis-à-vis tant de nombreux Congolais que des Anciens d’Afrique.

Comme apposer une plaque commémorative à l’Hôtel de ville de Mons en hommage à Patrice Lumumba, qualifié abusivement de « père de l’indépendance » ! Ce qui n’a pas manqué de provoquer la colère de Madame Justine Kasa-Vubu, dont le père, Joseph Kasa-Vubu, fut le premier Président de la République Démocratique du Congo en 1960.

C’est oublier que Patrice Lumumba prit le micro de sa propre initiative au Palais de la Nation le 30 juin 1960 lors de la cérémonie célébrant l’indépendance du pays et que son discours haineux provoqua des mutineries et des émeutes qui se répandirent dans tout le Congo. Ce fut une tragédie qui coûta la vie à des milliers d’habitants du pays où régnait autrefois la « pax belgica » sur toute son étendue.

Si nos compatriotes ont pu panser leurs plaies entre-temps, il n’en est pas de même pour les Congolais d’Afrique qui en souffrent encore toujours aujourd’hui.

« Petit pays, petites gens » disait Léopold II. Il nous fit grandir ainsi que la Belgique. C’est grâce à lui que notre pays put prendre une place de choix dans le concert des Nations. Et c’est ainsi que Bruxelles est devenue aujourd’hui la capitale de l’Europe !

Paul Vannès pour l'association de "Mémoire du Congo"



Iets langer dan 100 jaar geleden, toen Congo overgenomen werd door België, verzuchtte Leopold II met deze woorden: “Als ze het maar niet verknoeien”.

En gedurende decennia hebben openbaar gevolmachtigden, die trouwens deze overname slechts met één meerderheidsstem hadden aanvaard, zich helemaal niet bekommerd over Congo dat Belgisch werd, een weids land 80 maal groter dan België. Daarbij was ook duidelijk afgesproken dat het moederland geen “frank” noch één soldaat zou sturen naar haar kolonie waarvan de begroting moest volstaan voor haar noden.

Het duurde tot het bezoek van Koning Boudewijn in 1955, voor onze politici er plots een grotere belangstelling voor kregen. Het werd onder de tropen een opeen volgende rij van “droog seizoen pelgrims” die op kosten van het moederland enkele dagen kwamen doorbrengen, bij voorkeur in de meest toeristische oorden, om Congo beter te “begrijpen”.
Onze politieke partijen en vakbonden stichtten er filialen en startten met het uitvoeren van onze belgo-belgische twisten over onder meer onderwijs-, taal- en syndicale aangelegenheden.

Daar de kolonialen noch de Congolezen mochten stemmen, ging het toen niet om electorale overwegingen; er werd geen enkele verkiezing in Afrika op touw gezet omdat, in tegenstelling met wat was voorzien door het Koloniale Charter, alle besluitvorming in Brussel werd behouden.

Zonder de voornaamste belanghebbenden noch de inlandse opperhoofden te raadplegen, liet België, bij de onafhankelijkheid, Congo aan zijn lot over toen onze regering ging beseffen dat ze financiële hulp zou moeten bieden. Deze slecht voorbereide onafhankelijkheid zorgde er heel vlug voor dat heel het land belandde in een grote chaos. Gruweldaden, verkrachtingen en plunderingen door de muiters van de weermacht- tot dan toe een voorbeeldig korps- hebben de meeste kolonialen op de vlucht gejaagd.

Dit bracht haar opperbevelhebber, Generaal Janssens, na zijn terugkomst in België, buigend voor het standbeeld van Leopold II te Brussel, tot het uitspreken van de woorden: “Sire, ze hebben het verknoeid“.
De ironie van het lot wil dat Congo, na de onafhankelijkheid, nog nooit zoveel had gekost aan België!
Vandaag de dag blijven politici, niet of slecht ingelicht, ongelukkige beslissingen nemen, ditmaal op basis van electorale overwegingen. Om een meerderheid te bereiken nemen ze initiatieven die wandaden betekenen voor zowel de Congolezen als voor de oud-kolonialen.

Zoals een gedenkteken aanbrengen in Bergen ter herinnering aan Patrice Lumumba, verkeerdelijk tot “père de l’indépendance” uitgeroepen! Dit heeft Mevrouw Justine Kasa-Vubu van wie de vader, Joseph Kasa-Vubu, in 1960, de eerste President werd van de Democratische Republiek Congo, in woede doen uitbarsten.

Zodoende vergeet men dat, op 30 juni 1960, gedurende de plechtigheid in het “Palais de la Nation” naar aanleiding van ’s lands onafhankelijkheid, Patrice Lumumba, op eigen initiatief de microfoon greep en door zijn haatvolle toespraak rellen veroorzaakte over heel Congo. Deze tragedie kostte het leven aan duizenden inwoners van het land waar ooit de “pax belgica” over heel het gebied heerste.

Waar onze landgenoten ondertussen hun wonden hebben kunnen likken, gaat het er heel anders aan toe voor de Afrikaanse Congolezen die er vandaag nog steeds onder lijden.

“Petit pays, petites gens” zei Leopold II (letterlijk: klein land, kleingeestige mensen). Hij maakte ons en België groot. Het is dankzij hem dat België een bevoorrechte plaats inneemt bij de internationale gemeenschap. Dit is de reden waarom België heden de hoofdstad is van Europa!

Paul Vannès (voor de vereniging Mémoire du Congo)
15/12/2017


 

Info

Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur.
Een auteur van een programma kan de namaker van zijn werk strafrechtelijk laten vervolgen, maar dat kan alleen als het namaken kwaadwillig of bedrieglijk is gebeurd. Niet alleen de namaker is strafbaar, ook wie namaakprogramma's voor handelsdoeleinden verkoopt, in voorraad heeft voor verkoop of invoert in België, overtreedt het auteursrecht.
Delcol Martine