www.congo-1960.be

Network: Contact | Twitter | Facebook | Guestbook | Agenda | Ik zoek | Blog Tine | Forum | Album | Intro 2003 |
Getuigenissen 50 jaar na de dipenda | Getuigenissen 25 jaar na de dipenda | Teksten ingezonden voor de wedstrijd | Mijn verhaal | Kolwezi 1978 | Oral History
Intro Cultuur | Reizen | Tetnoonstellingen | Recepten
Hoe deelnemen |
Intro Documenten |
Intro Boeken | Catalogus Black Label | Diverse boeken | Boeken geschreven door oud gedienden | Diverse Boeken | Boeken over de kolonie
Léopoldville | Kasai | Kivu | Ruanda Urundi | Katanga | Equateur | Orientale | |
U heeft geschreven |
Nieuwsbrief
Photos Foto's | Vidéos | Partagez votre album avec le blog de congo-1960 | Les photos sur le groupe fan de congo-1960 (facebook) |
| OTRACO
Diverse Berichten |
Stuur je getuigenis of foto's naar congo-1960.be en win een boek.

Er zijn nog enkele  spellingsfouten  in onze franstalige versie van de  site die  binnekort zullen verbeterd worden;
wij  willen eerst de restructuratie van de site voorrang geven. Met dank voor uw begrip.

Toen we in het begin van het schooljaar onze Oral History opdracht kregen, wist ik vrij snel wie ik ging nemen als informant. De persoon die ik heb geïnterviewd, is Karel Seghers; oom Karel voor mij. Hij is de man van mijn grootmoeder en een van de energiekste mensen die ik ken. Vandaag, zondag 1 juni 2003, viert hij zijn eenentachtigste verjaardag. Hij reist graag en volgt de actualiteit op de voet. Elke dag leert hij -naar eigen zeggen- nog bij. Hieronder volgen enkele levenservaringen van een wijs en belezen man,… Ik heb daarbij niet gekozen voor de ik-stijl, maar voor een beschrijvende aanpak.

Studeren in Leuven
Karel Seghers werd op 1 juni 1922 geboren in de Kloosterstraat in Buggenhout. Hij was de eerste zoon van Hector Seghers (een veevoederproducent uit Buggenhout) en Caroline Van den Bosche (de dochter van een meelfabrikant uit het naburige Opdorp). Na Karel kwamen er nog drie andere jongens. Raf nam de zaak van zijn vader over, maar is reeds overleden. Paul werd pastoor in de parochie van Nokeren (Kruishoutem). De jongste was Hendrik, die voor de bedrijfswereld koos. Karel ging naar de kleuterschool (de toenmalige bewaarschool) in Buggenhout. Hij was ook leerling in de gemeenteschool. Na zijn lagere school ging hij naar de Jezuïeten in Aalst om de afdeling Latijn-Grieks te volgen. Op zijn zeventiende was hij reeds afgestudeerd en trok hij naar Leuven. Hij studeerde er geneeskunde, een studie die zeven jaar van zijn jonge leven zou vragen. Na een jaar aan de universiteit, brak de WO II uit. Als student had hij het voordeel dat hij werd vrijgesteld voor de oproep van het leger. De oorlog heeft echter geen zware invloed gehad op het verloop van zijn studies. Soms werden de lessen wel onderbroken om te gaan schuilen voor de bombardementen. Ook "zijn kot" op de Oude Markt werd vernield door de bommen. Door de slechte verkeersverbindingen was hij genoodzaakt om vanaf 1944 van Buggenhout naar Leuven te fietsen, ongeveer vijftig kilometer.

Leger, opnieuw studeren en dan naar Congo
Na zijn studies kwam er het verplichte jaar militaire dienst. Zijn basisopleiding kreeg Karel in Leuven, op de plaats waar nu de rechtsfaculteit is (Hooverplein). Na deze zes weken legde hij een examen af en werkte de rest van zijn diensttijd in het Militair Hospitaal in Antwerpen. Daarna trok de jonge Karel naar Groningen voor een opleiding tot chirurg. Als afsluiting van zijn opleiding schreef hij een scriptie over longchirurgie, waarvoor hij een grote passie had en heeft. Na zes jaar Nederland kwam hij terug naar Antwerpen, samen met zijn vrouw en hun eerste kind Dirk. Dirk was in 1952 geboren. Karel verdiepte zich daarna in de tropische geneeskunde. Dit deed hij gedurende een half jaar aan het Tropisch Instituut (Antwerpen). Hij stelde zich kandidaat om aan de Lovanium universiteit in Kinshasa (Leopoldville in het Frans) te gaan werken. Ondertussen werd hij voor de tweede keer vader, ditmaal van een dochter. Het jonge gezin werd uitgebreid met Mayke. Voor hij mocht vertrekken, verscheen Karel voor een commissie. Deze commissie bestond uit de rector van Leuven en nog enkele andere professoren. Zonder problemen werd hij aanvaard. Hij vertrok met zijn vrouw en twee kinderen naar Kongo. Zijn ouders waren in het begin niet enthousiast over deze beslissing, maar ze lieten hem toch gaan.

"Pot au pot"
Aan de Lovanium universiteit, die een afdeling was van de Leuvense universiteit (KUL), gaf Karel les en hij verrichtte er chirurgische ingrepen. De lessen verliepen er steeds in het Frans en ze werden voornamelijk bijgewoond door lokale studenten. De meeste blanken gingen immers terug naar Europa om daar hun hogere studies aan te vangen of te beëindigen. Het onderwijs liep er parallel met het Belgische systeem. Het jaar was ingedeeld in twee semesters en het liep van begin september tot einde juni. In de zomermaanden kwam Karel met zijn gezin op vakantie in België. Naast zijn werk aan de universiteit, was Karel chirurg in het sanatorium van Malaka. Dit was een sanatorium voor longtuberculose en telde vijfhonderd bedden. De universiteit was op een tiental kilometer van het centrum van "Kin", (zoals Kinshasa genoemd werd) gelegen, namelijk in Kimuenza. Op de campus en in Kinshasa waren alleen de hoofdwegen verhard, wat in het regenseizoen voor grote problemen zorgde (modder, kuilen). Deze zandwegen werden cynisch "pot au pot" genoemd. Het regenseizoen liep van begin september tot begin mei. In deze periode viel de regen elke dag "met bakken uit de hemel". Zelfs een regenjas volstond niet om droog te blijven. De enige oplossing was om binnen te blijven. De lokale mensen losten dit op door een bananenblad boven hun hoofd te houden. Een maatregel die werkte! In het droogseizoen, van omstreeks eind mei tot eind augustus, viel er helemaal geen regen en was alles bedekt onder een dikke laag stof. De campus van de universiteit lag op vijfhonderd meter hoogte, driehonderd meter hoger dan Kinshasa zelf. Door dit hoogteverschil was de warmte iets dragelijker dan beneden in het centrum. Kinshasa ligt aan de Kongostroom. Daardoor is het er niet alleen warm, maar ook zeer vochtig; wat "alles" dubbel zo vermoeiend maakt!

De muggenplaag
In de omgeving van Kinshasa leefden geen wilde dieren meer, op een kleine soort van een luipaard na. Dit dier leefde in de bomen en viel vaak mensen aan. In het ziekenhuis kwamen er dan mensen binnen die verzorging nodig hadden. Vroeger waren er ook leeuwen en olifanten, maar in 1954 waren zij uitgeroeid. Wel kropen er slangen rond. De muggen waren een echte plaag! Zij waren ook "de overbrengers" van malaria. Door het klimaat in Kinshasa konden de muggen zich snel voortplanten met het gevolg dat malaria een breed verspreide ziekte was. Met de uitvinding van DDT (dichloorfenyltrichloorethaan) kon men de muggen effectief bestrijden. Het aantal muggen daalde, maar na verloop van tijd bleek dat DDT ook schadelijk was voor de mens. Het gebruik ervan werd afgeraden. De meeste huizen waren hermetisch afgesloten. Voor alle ramen en deuren was er muskietengaas gespannen. In de periode dat ze in Afrika waren, nam de hele familie van Karel steeds een dosis malariaprofylaxe in. Het gezin werd in Congo uitgebreid met Bart (1955), Paul (1957) en Pieter (1959). Maar wanneer ze naar België op vakantie kwamen, kon het gebeuren dat "het pilletje vergeten werd". Daardoor heeft Karel een aanval van malaria gehad. Gedurende een dag had hij zeer hevige koortsaanvallen, maar door het geneesmiddel thymine was dit na een etmaal over. De ziekte bleef nog wel enkele dagen "in zijn lijf zitten", maar hij had geen koorts meer.

Een stoombad ter verfrissing!
In Kongo werd de oudste zoon Dirk getroffen door dysenterie. Dit is een infectie van de darm, veroorzaakt door bacteriën of door amoeben. Deze tweede vorm is heel wat moeilijker te bestrijden dan de eerste. Dirk had de tweede vorm. Hij is zo ziek geweest dat er gevreesd werd voor zijn leven. Je kon deze infectie krijgen door vervuild water te drinken of door onvoldoende vooraf gewassen groenten te eten. Om deze infectie te vermijden, dronk men steeds flessenwater. Kraantjeswater moest eerst worden gekookt. Daarna kon men het gebruiken om bijvoorbeeld groenten te wassen. Sla waste men niet alleen met water, maar men ontsmette het ook met caliumpermaganaat. De sla verloor er zijn groene kleur door, werd "paarsig en verlebberde ook een beetje". Water om te douchen was er genoeg en de watervoorziening was perfect. Het was geen oplossing om ter verfrissing een koude douche te nemen. Want door koud water krimpen de aders en dan krijg je het nadien nog veel warmer. Je was dus verplicht om een douche te nemen zoals een Turks stoombad, dan had je het nadien wat frisser!

Dagindeling
Wanneer men wou telefoneren naar iemand in Kongo, wel, dat ging zeer vlot. Maar als men wou bellen naar Europa, dan moest men eerst naar de centrale in Kinshasa bellen. Deze centrale  verbond je door met België. Bijgevolg werd er alleen met grote feestdagen en andere bijzondere gelegenheden naar België gebeld. Meestal schreef men brieven om familie en vrienden op de hoogte te houden van hoe het in Kongo ging. Vanuit Kinshasa duurde het een week vooraleer een brief bij de geadresseerde in België aankwam. En ook de terugreis van de brief duurde een week. Vanuit het binnenland was het veel moeilijker om brieven te versturen. Je was afhankelijk van de verbindingsmiddelen, de boot of de vrachtauto. De dagindeling was aangepast aan de zon. Op de evenaar schijnt de zon steeds vanaf 6u 's morgens tot 18u 's avonds. De zon komt er snel op en gaat snel onder. Op een kwartiertje tijd verandert de dag in de nacht en vice versa. Om 6u 's morgens stond men op, zodat men om 7u kon beginnen te werken. Men stopte omstreeks 11u30. Men at en nam een siësta tot 14u. De heetste periode van de dag was dan voorbij. Maar het bleef warm en drukkend, zodat het vermoeiend was om te werken. Airconditioning was er alleen in de operatiekamers en de bureaus van de dokters. Omstreeks 16u30 zat de werkdag er dan op. Daarna ging men meestal nog wat zwemmen of tennissen op de campus. De leden van de medische faculteit, waaronder Karel, werkten ook nog in het ziekenhuis en stopten omstreeks 17u45. Daardoor konden ze maar een half uurtje zwemmen of tennissen. 's Avonds was er soms toneel of een concert door gezelschappen uit Europa. Ongeveer een keer per week werd er een oude Amerikaanse, Franse of Britse film gedraaid. Deze films hadden geluid en waren in kleur. Televisie was er niet, radio wel. Er waren verschillende radioprogramma's voor de diverse groepen. 

Voorzitter van de vriendenkring
De Belgen en de Portugezen telden elk een gemeenschap van ongeveer zeventigduizend eenheden. De Portugezen hadden de kleinhandel in handen. Er waren ook nog Fransen, Britten en andere nationaliteiten. Elke dag verscheen de Franstalige krant Le courier d' Afrique. Een keer per week verscheen de Vlaamse krant De Week. In beide kranten las men allerlei beschouwingen over de relaties tussen Kongo en België. Ook werd de situatie van de Vlamingen in Kongo beschreven. Deze kranten werden in Kongo zelf gemaakt en gedrukt. Je had er ook de Vlaamse vriendenkring en de Vlaamse toeristenbond. Karel was de voorzitter van de vriendenkring. Wanneer in België de winter in alle hevigheid woedde, bereikte de temperatuur in Afrika zijn hoogste piek. Dit had tot gevolg dat Kerstmis en Nieuwjaar in zeer hete temperaturen werden gevierd. De lokale bevolking genoot dan graag met overvloed van hun zelfgebrouwde bier en palmwijn, dat was ook de goedkoopste drank. Velen werden dan dronken. Dat zorgde vaak voor moeilijkheden,… en werk voor de dokters. Terwijl de blanken vooral minder vermoeiende sporten zoals zwemmen en tennis beoefenden, hield de plaatselijke bevolking meer van voetbal en wielrennen. Voetbal was een Belgische aangelegenheid, terwijl wielrennen een puur Vlaamse zaak was. De paters bouwden een heuse wielerbaan en een prachtig stadion voor de zwarte atleten. Een van de grootste voortrekkers hiervan was broeder René. Enkele keren per jaar werden er voetbalmatchen georganiseerd tegen Belgische clubs. Indien men won, was het een groot volksfeest. Ze speelden niet alleen vriendschappelijke matchen. Er was ook een competitie tussen ploegen uit de verschillende wijken van Kinshasa en nog enkele ploegen uit de omliggende dorpen. De wedstrijden duurden slechts twee keer dertig minuten omwille van de hitte. Op de wielerbaan waren regelmatig wedstrijden, maar ook op de weg werden "koersen" gereden. Zo was er de beklimming van de Mont Alba, van Kinshasa naar Kimuenza, een tijdrit van ongeveer vijftien kilometer. Broeder René werd vaak gehuldigd, een keer zelfs in de aanwezigheid van de wielercoryfeeën Rik Van Looy en Rik Van Steenberghe, voor zijn inzet voor de sport. De zwarten reden "met echte koersfietsen die van iets mindere kwaliteit waren dan deze in Europa".

Een rijk land
Kongo was (is) een zeer rijk land, voornamelijk door de vele grondstoffen die het bezit: koper, goud, zilver, diamant, uranium (de eerste atoombom is gebouwd met Kongolese uranium), colt (wat heden gebruikt wordt voor gsm's) en kobalt. Maar spijtig genoeg werd het land in het Belgisch vroeger koloniaal verleden leeggeplunderd. Ook als landbouwland is het geschikt, want er is palmolie, hardnoten (pindanoten), maniok, rubber, rijst, ananas, sinaasappelen, thee en koffie,… Vooral de palmolieproductie en -weliswaar iets minder- de productie van pindanoten waren goed ontwikkeld. Er waren grote plantages naast de Kongostroom in Stanleystad (het huidige Kisangani). De landbouw was goed georganiseerd in Beneden-Kongo en Oost-Kongo. De eerste tien jaar na de onafhankelijkheid was het verval nog niet zo groot, maar nadien ging het snel bergaf. Deze plantages vroegen veel handenarbeid en werkongevallen bleven dan ook niet uit. Voor de palmolie moesten de arbeiders in bomen klimmen en het gebeurde dat er iemand uit de boom viel met zware gevolgen zoals een wervelfractuur of zelfs de dood. Voor de onafhankelijkheid werden de werknemers goed betaald voor deze arbeid. Dit is niet altijd zo geweest, "denk maar aan het bewind onder Leopold II".

Industrie en transport
De industrie bestond voor een groot deel uit de verwerking van producten, vooral rond Kinshasa en Lumbumbashi. Er waren veel brouwerijen. Zo was er wel een in elke grote stad. In deze brouwerijen werd naast bier ook flessenwater geproduceerd en gebotteld, zowel "plat" als spuitwater. Er was de industrie van voeding en textiel. In Kinshasa was er bijvoorbeeld de fabriek van Utexleo, waar een honderdtal mensen werkten. De fabriek bestaat nog steeds. Er was nog de metaalindustrie, de productie van ijzeren rekken en spoorwegonderdelen, scheepswerven en timmerwerkplaatsen. Maar deze waren meer kleinschalig. Transport gebeurde via de water- en de spoorwegen. Vanaf de monding tot Matadi was de Kongostroom bevaarbaar, maar dan -tot aan Kinshasa- was dat niet meer mogelijk. Dit traject van drie- tot vierhonderd kilometer werd overbrugd met de trein. Van Kinshasa tot Kisangani kon men de boot opnieuw gebruiken, circa vijftienhonderd kilometer. Daarna was er opnieuw een onbevaarbaar deel en dan kon men vijfhonderd kilometer verder varen. De onbevaarbare gedeelten hadden dikwijls stroomversnellingen. Tussen Matadi en Kinshasa was men zo slim geweest om er waterkrachtcentrales te bouwen. Men had de centrale van Zongo, maar die was niet zo groot. De centrale van Inga is een van de grootste van de wereld, "tenminste indien ze op volle kracht draait". Het was de bedoeling om met hoogspanningkabels de mijnen van Kivu en Katanga van energie te voorzien. Er waren zelfs plannen om energie te leveren aan Zuid-Afrika, maar die plannen zijn in het water gevallen.

"Boche du Nord!"
De bestuurstaal in Kongo was het Frans. De Vlamingen namen dit niet altijd en dit mondde soms uit in strubbelingen. In het onderwijs verliep alles in de Franse taal, maar thuis werd (bij de Vlamingen) Nederlands gepraat. Aan de universiteit werd ook steeds Frans gesproken. In de faculteit geneeskunde was er een evenwicht tussen de Franstaligen en de Vlamingen. Bij "landbouw" waren er meer Vlamingen en bij de ingenieurs meer Franstaligen. De Franstaligen van dezelfde generatie van Karel deden er meestal niet moeilijk over dat de Vlamingen inspraak wilden. Maar de generatie die in Kongo was van voor de Tweede Wereldoorlog, was er niet voor te vinden. Zij vonden dat alles "in het Frans moest gebeuren". Zo was er een professor in gynaecologie en verloskunde die stelde: "Je comprends qu'on parle l'Allemand, mais je ne comprends pas qu' on parle cette langue de Boche du Nord." "Boche" was een scheldnaam voor Duitsers (WO II) en "Boche du Nord" sloeg dus op de Nederlandse taal. Een dergelijke uitspraak zorgde natuurlijk voor grote herrie. Maar gelukkig was niet iedereen zo onverdraagzaam. Tot voor de onafhankelijkheid was alles in handen van de blanken. De inbreng van de lokale bevolking reikte hoogstens tot het gemeentelijk niveau. Kinshasa stond toen onder leiding van een gouverneur-generaal. Het was voor de eerste keer een Vlaming, Cornelis genaamd. De dag na de onafhankelijkheid verdween hij. Hij ging weg, omdat zijn functie toch niet meer bestond.

Kongo onafhankelijk
In 1959 begonnen de eerste, grote moeilijkheden. Er brak in Kinshasa een opstand uit tegen de blanken, waarbij vele doden en gewonden vielen. De blanken werden zenuwachtig. De politieke bevelen die vanuit België werden gezonden, konden nog met moeite worden uitgevoerd. De situatie verslechterde zienderogen. Vele blanken trokken reeds weg uit Kongo. De grote leegloop had in 1960 plaats, juist na de onafhankelijkheid. Onmiddellijk vertrokken ook de vrouw van Karel en hun kinderen naar België. Karel bleef nog een jaar. Van alle professoren in Lovanium bleven er slechts vijf op de campus; de anderen vluchtten. Deze vijf behoorden allemaal tot de faculteit geneeskunde. Zij hielden het ziekenhuis draaiende. Met hun vijven leefden ze op de campus in twee huizen. Alle andere huizen lagen er verlaten bij. 's Avonds was het doodstil. Zelf is Karel nooit bedreigd geweest, op misschien een gebeurtenis na. Toen hij zijn vrouw en kinderen naar de luchthaven bracht, werden ze tegengehouden door een dreigende politieagent met een geweer. Maar snel was er een andere agent, die zijn collega wees op het gegeven dat het de dokter van Lovanium was. Ze mochten ongehinderd verder rijden. Als dokters genoten ze meer respect van de bevolking: "de mensen herkenden hen van in het ziekenhuis".

Het optreden van de Verenigde Naties
Na de onafhankelijkheid werd de vrijheid van de vijf dokters ingekrompen. Ze waren dan wel bekend, maar in Kinshasa centrum rondlopen, durfden ze niet meer. Ze bleven op de campus. In Kimuenza werden er wel blanken vermoord. In het ziekenhuis van Kimsantu, honderd kilometer van Kinshasa (Karel was er enkele keren geweest om te helpen), werden de dokters wel "onder handen genomen" door de bevolking. Deze doorgaans rustige bevolking was opgehitst door de soldaten. De dokters moesten er hun kousen en schoenen uittrekken en voorbij de geschoeide zwarten lopen. Vroeger was het juist omgekeerd,… Voor sommigen bleef het hierbij, maar andere werden nog wat harder gepest en mishandeld. Dronken zwarte soldaten in combinatie met blank verzet maakten de zaken allemaal erger. De lokale bevolking wilde onderstrepen dat er na de onafhankelijkheid geen sprake meer kon zijn van de superieure blanke positie. De Verenigde Naties (VN) stuurden na enkele maanden troepen, die alle grote steden bezetten om er de orde te handhaven. In Kinshasa en Kimuenza zaten er Haïtianen, Franssprekende Canadezen en Nigerianen. De toenmalige secretaris-generaal van de VN, de Zweed Dag Hammarskjöld, had de leiding. Hij zette zich hard in voor de beveiliging en de reorganisatie van Kongo. Spijtig genoeg stierf hij in een vliegtuigongeluk (Katanga).

De dood van Lumumba
De eerste Kongolese regering bestond uit de president Joseph Kasa-Vubu en zijn premier Patrice Lumumba, en zijn regering natuurlijk. De stam (etnie) waar Lumumba vandaan kwam, was ongeveer honderd kilometer van Kinshasa verwijderd. Het was een kleine stam in vergelijking met die van Kasa-Vubu. Deze was van "de BasCongo's" en was verspreid van de oceaan tot aan Kinshasa. Beide stammen waren elkaar niet gunstig gezind. Maar door het feit dat Lumumba de verkiezingen won, waren ze wel verplicht om samen een regering te vormen. Ook de meerderheid van de bevolking in Kinshasa was van "de BasCongostam". Op een dag liet Kasa-Vubu Lumumba oppakken. Op een open vrachtwagen werd hij de stad rondgereden. De bevolking heeft hem vernederd, geslagen, bespuwd en bekogeld met van alles en nog wat. Daarna werd hij op het vliegtuig naar Lumumbashi "gesmeten". Karel, die het hoofd van de hygiëne op de luchthaven van Kinshasa was, heeft gezien hoe Lumumba daar aankwam. De ex-premier was meer dood dan levend, toen ze hem op het vliegtuig zetten. Niet veel later werd Lumumba vermoord (17 januari 1961).

Een nieuwe uitdaging
In zijn laatste jaar in Kongo stelde Karel zich de vraag wat hij ging doen als hij terug in België was. Hij zou graag naar de universiteit van Leuven gaan voor de post chirurgie of longchirurgie. Maar was er nog wel "een postje" vrij? Op een dag kwam de heer Sagher voor de Vlaamse Vriendenkring in Kinshasa praten. De heer Sagher, een volksvertegenwoordiger in Mechelen en later minister van volksgezondheid, vroeg hem naar zijn toekomstplannen. Toen Karel hem zijn verhaal had gedaan, stelde Sagher voor om in het ziekenhuis van Mechelen te komen werken. Een probleem: het ziekenhuis moest nog worden gebouwd! Maar er was een oplossing. Karel zou tijdelijk naar het sanatorium voor longtbc in Bonheiden kunnen gaan. Karel nam dit voorstel aan en terug in België ging hij praten met de eigenaars van het sanatorium, de Zusters van Duffel. Door de terugloop van tbc wilden de Zusters het (vierhonderd bedden tellende) sanatorium graag omvormen tot een volwaardig ziekenhuis. Karel zag hier een nieuwe uitdaging in. Er waren twee chirurgen: Karel en dokter Valken, die ook terugkwam uit Kongo; een anesthesist en dokter Joos. Deze laatste was de vaste medewerker van Karel op Lovanium geweest. Dan was er ook nog een juist afgestudeerde internist en een radioloog. Deze laatste werkte in het ziekenhuis van Duffel en had ook een privé-praktijk. "In zijn vrije tijd" hielp hij mee in het nieuwe ziekenhuis.

Op eigen houtje verder
Het was in het begin (1962) niet gemakkelijk. Het sanatorium was in een dennenbos gelegen, vijf kilometer buiten het centrum. De temperatuur bedroeg er 12-13°C. Dat was goed voor tbc-patiënten, maar deze temperatuur is veel te laag voor een ziekenhuis. Met behulp van olieradiatoren, een geschenk van de Zusters, kregen ze de temperatuur de hoogte in. Verder moest de verpleging verbeteren en de gebouwen (operatiekamer)  moesten worden opgeknapt en gemoderniseerd. Er was ook de concurrentie! Mechelen had een OCMW-ziekenhuis en er waren in de buurt drie privé-ziekenhuizen die op een betere organisatie konden rekenen. Maar door hun goed kwaliteitspeil van de aangeboden geneeskunde en de opbouw, kregen ze steeds meer patiënten. In 1969 was hun schuldenberg echter opgelopen tot "72 miljoen oude Belgische franken", wat in die tijden enorm veel geld was. De Zusters vertelden aan de initiatiefnemers dat ze het ziekenhuis moesten sluiten of dat ze op eigen houtje verder moesten gaan. Ze besloten om door te gaan. Door het klimaat van een betere sociale zekerheid en vooral door het gegeven dat ze "van hun kinderziektes verlost waren", leden ze geen verlies meer. Het ziekenhuis werd verder succesvol uitgebouwd.

Naar Oost-Europa
In 1986 werd Karel geconfronteerd met het dodelijk ongeval van zijn zoon Paul en diens vrouw. Een jaar later ging hij met pensioen. Hij was vijfenzestig. Het ziekenhuis telde toen een staf van vijfenzestig dokters en er was plaats voor vijfhonderd personen. Heden heeft het ziekenhuis een staf van vijfennegentig dokters. In april 2003 werd Karel onverwachts gehuldigd voor zijn werk en zijn inzet voor het ziekenhuis. In de tijd dat hij in het ziekenhuis van Bonheiden werkte, werd hij nog twee keren vader; van Maarten (1961) en van Hendrik (1965). Zelfs na zijn pensioen kon hij niet stil zitten. Hij besloot zijn ervaringen in verband met ziekenhuizen door te geven aan anderen. Hij startte een consulting bureau, een BVBA (besloten vereniging met beperkte aansprakelijkheid). Zijn BVBA luisterde naar de naam "gezondheidszorg: studie en advies", kort: GSA. In het begin gaf hij advies aan ziekenhuizen in België, maar na zeven jaar vroeg hij zich af waarom hij zijn kennis niet zou kunnen uitbreiden naar  Midden- en Oost-Europa. De Vlaamse regering gaf daarvoor  subsidies. Daarom besloot hij er een vzw van te maken: "Vlaamse milieu- en gezondheidstechnologie". Daarna is hij met zijn kennis naar Litouwen en daarna naar Roemenië getrokken. Misschien gaat hij ook naar Bulgarije.

Terugblik op Kongo
Toen Karel in 1972 even terug naar Kongo keerde (Lovanium bestond twintig jaar), was de terugval duidelijk merkbaar. De gebouwen waren slecht onderhouden. Er waren problemen met de waterleiding. De elektriciteit viel vaak uit,…  Mobutu was aan de macht en regeerde als een dictator. Maar alles draaide er nog enigszins. Na zijn dood vierde de corruptie helemaal hoogtij. Via insiders weet Karel dat Siemens interesse heeft om de waterkrachtcentrales terug op te starten, maar dan moet er eerst terug rust zijn! De mijnen worden nog wel ontgonnen. Maar alles wat men naar boven haalt, wordt onmiddellijk op de zwarte markt verkocht. Ook de landbouw ligt helemaal plat. Het ziekenhuis in Kinshasa bestaat nog steeds, maar het is een schim van wat het ooit is geweest. Het enige betrouwbare ziekenhuis in de buurt is een Deens privé-ziekenhuis. Er is een gebrek aan een goede organisatie, middelen, bekwame dokters,… Dokter Janzeghers heeft geprobeerd om er opnieuw een ziekenhuis op te starten, maar na jaren werk heeft hij het moeten opgeven. Een andere poging kwam er door MISA, een sterke Europese organisatie van Nederlandse origine. MISA heeft in de buurt van Kikwit (ongeveer een miljoen inwoners) een ziekenhuis gestart, maar dat gaat slechts met hangen en wurgen. De zwarte dokters (meestal met een gebrekkige opleiding) blijven niet in dergelijke ziekenhuizen en trekken  naar de grote steden. Daardoor zitten grote delen van Kongo zonder enige vorm van verpleging. Iets beter gaat het in Rwanda en Burundi, ook al door hun contacten met Oeganda en Kenia. Maar met Kongo gaat het steeds slechter!

Nawoord Dries
Mijn Oral History-taak loopt ten einde. Het is allemaal geweldig goed meegevallen. Het uitschrijven is misschien wel het vermoeiendste deel "van het hele Oral History gebeuren". Keer op keer de cassette beluisteren, alles kort noteren, er zinnen van maken en dan uiteindelijk alles goed nalezen. Oom Karel, bedankt dat gij zo’n boeiend leven leidt!

onestatOver ons | Site Map | Privacy verklaring | Contact | Wij danken ©2001-2011 Congo-1960