SiteLock
Livre du mois Le Petit futé Kinshasa 14,95 € Communiqué de presseGuide Kinshasa 2017 (petit futé)Neocity
Boek van de maand Zoon in Congo 15% korting + gratis verzending Zoon in Congo Lanoo Uitgeverij
   Webmasters Delcol Martine Eddy Van Zaelen De webmaster Delcol MartineEddy Van Zaelen
  Helpt U mee en stuur je ons uw boeken in ruil voor een publicatie op de site  Sponsor Site
Kasai Rencontre avec le roi des Lele Kasaï , rencontre avec le roi Prix exclusif Grâce a Congo-1960 Sans limite de temps 29.80 € frais de port inclus  -Editeur Husson
L'état indépendant du congo a la recherche de la vérité historiquecongo 1957-1966 TémoignageLes chemins du congoTussen vonk en omroep , draadloze communicatie in België en CongoLeodine of the belgian CongoLes éxilés d'IsangiGuide Congo (Le petit futé)Congo Ya Kalakala, avec mes remerciements a Mr Paul DaelmanCongo L'autre histoire, avec mes remerciements a Charles LéonardL'Héritage des Banoko , avec mes remerciements a Mr. Pierre Van BostL'année du Dragon avec mes remerciements a Mr Eddy Hoedt et Mr Peeters Baudoin

Boek : TUSSEN VONK EN OMROEP

TUSSEN VONK EN OMROEP Draadloze communicatie in België en Kongo 1900-1918Draadloze communicatie in België en Kongo

1900-1918

© Bruno Brasseur en Guido Nys

Wenst U meer info ? Contacteer de auteurs

Draadloze telegrafie in Belgisch-Kongo.

Afb. 4-1a De posten van Boma en Banana zijn opgericht. Le Soir, 3 août 1911.

Vooraf.

Het telegrafisch netwerk in Kongo in 1911 en even later. De spoorweglijn over Elisabethstad naar Bukama werd in 1918 doorgetrokken. B. Goldschmidt et R. Braillard, La Télégraphie sans fil au Congo Belge, p 4, 1920.
Afb. 4-1b Het telegrafisch netwerk in Kongo in 1911 en even later. De spoorweglijn over Elisabethstad naar Bukama werd in 1918 doorgetrokken. B. Goldschmidt et R. Braillard, La Télégraphie sans fil au Congo Belge, p 4, 1920.

Op 15 november 1908 stemde het Belgische Parlement voor de aanhechting van de Kongo-Vrijstaat, en werd zijn administratie overgenomen. De nieuwe kolonie heette nu Belgisch-Kongo.
Koning Leopold werd door zijn neef Prins Albert opgevolgd op 23 december 1909. De Prins maakte in dat jaar nog eerst een studiereis doorheen Belgisch-Kongo. Hij kwam Afrika binnen langs de Kaap de Goede Hoop op 20 april 1909. Vandaar ging de reis per trein naar het noorden, tot aan Broken Hill (105), en verder te paard, te voet en per fiets tot aan l'Etoile du Congo (106), waar in de buurt een jaar later Elisabethstad zou opgericht worden, en de spoorweg doorgetrokken (tot Bukama pas in mei 1918). De prins had dus al snel kunnen ondervinden dat transport en communicatie te wensen overlieten. Hij trok hierop de aandacht in zijn toespraak van 30 april 1910 voor de opening van het koloni-aal museum te Tervuren. Nochtans had hij het in zijn rede niet specifiek over draadloze telegrafie, maar wees hij hoofdzakelijk op het belang van het spoorwegnet (107).
In zijn nieuwjaarsrede van 1911 sprak hij overtuigender: " […] Je me suis préoccupé - et vous com-prendrez, Messieurs, ce soucis - de l'établissement de lignes de télégraphie sans fil. Il est nécessaire, je dirai qu'il est indispensable, au point de vue politique et administratif, comme au point de vue économique que des moyens de correspondance rapides et sûrs soient créés entre les diverses parties du territoire. D'autres colonies sont déjà arrivées dans ce domaine à des résultats pratiques: pourquoi ne pas nous attacher à être partout où nous le pouvons les premiers du progrès?" […] (108). In verband met draadloze communicatie had men nog steeds de "mislukking" van 1902-1904 voor ogen: T.S.F. voldeed niet in de tropen omwille van de atmosferische storingen. Stel daarbij een wan-trouwen in het systeem, een gebrek aan kennis van de vooruitgang die geboekt werd de laatste jaren, een trage administratie, en men vindt een antwoord op de vraag waarom op dat vlak niets meer gebeurde in de kolonie. G. Moulaert, toen vicegouverneur voor de Equateur-provincie, omschreef de heersende visie als volgt: […] "communiceren en vervoeren, dat is koloniseren". Inderdaad, de landen worden geklasseerd naar de graad van vervolmaking van hun communicatie- en transportmiddelen: wilde landen, waar die middelen onbestaand zijn; nieuwe landen, waar ze onontwikkeld en weinig talrijk zijn; ontwikkelde landen, waar transport- en communicatiemiddelen hun hoogste graad van volmaaktheid bereikt hebben en waar hun dichtheid aanzienlijk is. Iedere km gespannen telegrafische draad, ieder aangebracht spoor, iedere te water gelaten stoom-boot zijn definitieve overwinningen van de beschaving […](109). Communicatie tussen alle delen van het land was een absolute noodzaak, economische ontwikkeling was anders niet mogelijk. Wat was er aanwezig in de kolonie? We beperken ons tot de telegraaf- en telefoonlijnen (110). De kaart (afb. 4-1) geeft de toestand vóór en even na 1911. Paul De Bremaecker geeft in 1910 een beschrijving van de stand van zaken, tijdens een congres op de wereldten-toonstelling van Brussel (111): - de lijn Boma-Matadi-Leo-poldstad-Coquilhatstad, ongeveer 1179 km lang, klaar in 1899. Tussen Matadi en Leopoldstad een tweede maal uitgevoerd door de spoorwegmaatschappij voor haar exploitatie. - de lijn Boma-Lukula, ongeveer 80 km (lokaal). - de telefoonlijn Kasongo-Kabambare-Baraka-Uvira, lengte 425 km (lokaal). - de telefoonlijn Stanleystad-Ponthierstad, 125 km. - de telefoonlijn Kindu-Kongolo, 350 km, slechts vanaf eind 1910. - twee kabels, op de bodem van de Kongostroom, verbonden Leo met het Franse Brazzaville sinds 10 augustus 1905. Ze waren echter beiden buiten gebruik in 1908, door slijtage van de isolatie (112). Er was dus niets tussen Coquilhatstad en Stanleystad, tussen Ponthierstad en Kindu en tussen Kon-golo en Elisabethstad.

Een vervolg van de lijntelegraafwerken was voorzien op het budget van 1910, maar de geplande bestemmingen zouden slechts kunnen bereikt worden na drie tot vier jaar. Men was ook op de hoogte van de zwakte van die lijnen: traag door het groot aantal relais, gevoelig voor stormen, branden, overstromingen, regelmatige onderbrekingen, dieren - vooral olifanten, zoals Paul De Bremaecker het zo grappig aanhaalt: (113)"…à la merci des fantaisies des éléphants pour lesquels, comme l'a signalé M. Mahieu, la destruction de grandes portions de lignes télégraphiques semble une amusante distraction…"

Paal verwrongen door olifanten. Laurent Wulfers, R.P., Voyage d'Anvers à Stanley-Falls, p 106, 1902.Afb. 4-2 Paal verwrongen door olifanten. Laurent Wulfers, R.P., Voyage d'Anvers à Stanley-Falls, p 106, 1902.

De rijkste gedeelten van het land (Katanga) bleven dus geïsoleerd van de hoofdstad, en de gedachten richtten zich weer noodgedwongen naar de draadloze telegrafie. In augustus 1910 sprak Goldschmidt op hetzelfde congres dat plaats vond tijdens de wereldtentoonstelling (114). Hij verwees naar de oplossingen die inmiddels gevonden waren voor de gekende problemen van draadloze telegrafie in de tropen. Hierbij gaf hij een uiteenzetting over de toestellen die door hem, Philippson en Ruhmer een paar jaar voordien ontworpen werden (zie vorig hoofdstuk). De coherer was uit den boze in de tropen en men werkte met andere detectors en een koptelefoon. Dankzij deze nieuwe detectors konden de verschillende signalen naar hun sterkte onderscheiden worden. Met de coherer was het "signaal of geen signaal". Een tussenmogelijkheid bestond niet of was niet gekend (115). En dankzij de "muzikale tonen" kon men ze nog eens ziften uit de atmosferische storingen. Goldschmidt drukte ook op het voordelig verschil in kosten bij installatie en uitbating van draadloze telegrafie. Moulaert stelde een gezamenlijk gebruik voor van lijntelegrafie en draadloze telegrafie: draadloze verbindingen tussen de grote, belangrijke steden, en lijntelegrafie voor de plaatselijke communicaties.

Volgens Victor Boin gaf de koning generaal Jungbluth (hoofd van het Huis van de Koning) opdracht onderzoek te doen naar de testen die uitgevoerd werden in Frans West-Afrika (116). Het Franse S.F.R. (Société Française Radio-Electrique) was in 1910 opgericht en moest haar sporen nog verdienen. Gouverneur Martial Merlin wou nog een poging doen om de hoofdstad Brazzaville draadloos te verbinden met de kuststad Loango. S.F.R. ontving van de administratie der koloniën een bestelling van een post van 10 kW met muzikale tonen om de verbinding te verzekeren

Afb. 4-3 De post van 10 kW van S.F.R. Oscillatiecircuit met vonkenbrug plaat-buis, met centrifugale ventilator. Een gelijkaardig systeem werd later ook in Laken gebruikt. S.F.R., Vingt-cinq années de T.S.F., p 38, 1935.
De post van 10 kW van S.F.R. Oscillatiecircuit met vonkenbrug plaat-buis, met centrifugale ventilator. Een gelijkaardig systeem werd later ook in Laken gebruikt. S.F.R., Vingt-cinq années de T.S.F., p 38, 1935.

De testen waren aanvankelijk niet hoopgevend, maar men begon stilaan de meerwaarde in te zien van het gebruik van nog langere golven, die succesrijker bleken over het dichte oerwoud en de oost-west richting (Braillard zou hier iets later ook mee af te rekenen krijgen). Ingenieur Henri Pincemin verzorgde de installatie en slaagde erin een regelmatige verbinding te krijgen van verschillende uren per dag. Deze eerste zege zorgde voor sensatie in de pers en de technische wereld, zodat het verdere succes van S.F.R. verzekerd was. Het rapport van generaal Jungbluth was zo positief dat een groot T.S.F.-bedrijf werd aangesproken voor de bouw van twee stations, 500 km van elkaar verwijderd. In Europa voldeed voor die afstand een zender van 5 kW. De firma stelde echter zenders voor van 30 kW. Bij nader inzicht bleek dit onuitvoerbaar: te duur in aankoop en installatie, en onbetaalbaar voor de exploitatie (117). De naam van het bedrijf werd niet bekendgemaakt, vermoe-delijk omdat het de C.T.S.F. betrof die geleid werd door Maurice Travailleur, zelf lid van de Civiele Lijst. Dat lag dus nogal gevoelig.

 

Contract met Goldschmidt.

Buiten de geslaagde verbinding Brazza-Loango waren nog andere resultaten bereikt in tropische streken. In Brazilië had Manaos in 1909 reeds verbinding gehad met Porto Velho (780 km). De alternatoren hadden een vermogen van 70 kW en de antennemasten waren 70 meter lang. De zenders waren door Marconi geplaatst (118).
Frankrijk, dat achter stond op de andere grote mogendheden, had op 1 oktober 1909 toch een degelijke verbinding verwezenlijkt tussen Port-Etienne (nu Nouâdhibou) en Dakar (750 km over zee). Overdag werd een afstand van 900 km bereikt en 's nachts werd dat 2.500 km. Op aanraden van generaal Jungbluth werd dan Robert Goldschmidt aangesproken. Goldschmidt, geen onbekende meer, was van de situatie en de problemen al een tijd op de hoogte en aanvaardde onmiddellijk, hoewel hij wist dat er moed en doorzettingsvermogen zouden nodig zijn, in een land, 80 keer België, waar wegen nog moesten aangelegd worden.

Voor hem en zijn ploeg was Kongo tevens een prachtig experimenteergebied. Hij stelde voor te wer-ken met zenders van 5 kW, die zoals we zagen in Europa voldeden voor een bereik van 500 km. Op 20 januari 1911 tekende hij een contract met graaf de Briey, intendant van de Civiele Lijst (119), en op 27 januari ging hij akkoord met enkele bijkomende voorwaarden geformuleerd door de minister van koloniën J. Renkin (120). Deze had reeds tijdens de voorafgaande gesprekken op 31 december 1910 een telegram gestuurd om de werken aan de telegraaflijnen voorlopig stil te leggen. Enkel onderhoud mocht nog gebeuren.
Eerste Minister Schollaert bevestigde op 25 maart 1911 in naam van de regering de afspraken tus-sen de Briey en Goldschmidt. Deze zou, in geval van mislukking, de volledige verantwoordelijkheid moeten dragen. We stellen vast dat de Belgische Staat telkens weer contracten afsloot zonder deel-name in enige verantwoordelijkheid. De draadloze telegrafie was in de tropen nog een onontgonnen terrein. Geen politieker die zijn nek durfde uitsteken.
Uiteindelijk tekende de Broqueville, minister van spoorwegen, post en telegraaf, op 12 mei 1911 nog een contract met Goldschmidt. Hierdoor verwierf deze dan toch het exclusief recht om zowel internationale als transcontinentale posten te installeren en uit te baten, alsook de posten die voorzien waren voor maritieme communicatie.
Op te merken valt dat men hier reeds een inspanning vroeg om zoveel mogelijk Belgisch personeel en materieel in te zetten. Dit zou later (de oorlog van 1914-18) nog zijn nut bewijzen.

De zending Verd'hurt: Boma en Banana.

Een driedelig programma werd besproken:

  • 1)De verbinding Banana-Boma.
  • 2)Bij welslagen hiervan, een lijn creëren van Boma naar Elisabethstad.
  • 3)De draadloze verbinding met België, eventueel met tussenrelais. Het contract met de Briey stipuleerde in 8 punten de verbinding Banana-Boma.

Deze eerste fase werd als volgt voorgeschreven:

  • 1. Banana (zender en ontvanger).
  • 2. Boma (zender en ontvanger)
  • 3. Loanda of Loango (zender en ontvanger)

En bijkomend:

  • 4. twee "vliegende" ontvangers op boten van Europa om het bereik van de zenders van Boma en Banana te bepalen.
  • 5. Twee vliegende ontvangers op boten van de kolonie.
  • 6. Vier draagbare ontvangers om het bereik van de zenders van Boma en Banana op het land te be-palen.
  • 7. Te Boma twee zenders met een bereik van 150 km en een van 300 km. De plaats voor de sterkste zender zou door Goldschmidt bepaald worden.
  • 8. Goldschmidt zou bepalen of de zender van Loanda of Loango een bereik zouden hebben van 50 km of 300 km. Deze zender zou geplaatst worden ofwel aan land ofwel op een boot aan de kaai. Naar aanleiding van dit laatste punt schreef Renkin eind januari 1911 aan de gouverneur-generaal dat de onderhandelingen niet onmiddellijk een post toelieten te Loanda, en dat een boot zou moeten worden voorzien.
Stéphane Verd'hurt, hoofd van de eerste zending, met een helper. Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, avril 1913.
 
Afb. 4-4 Stéphane Verd'hurt, hoofd van de eerste zending, met een helper. Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, avril 1913.

Op de twee andere delen van het programma maakte hij slechts een allusie: "Les postes ci-dessus font partie d'un ensemble destiné à relier la Colonie du Congo, y compris le Katanga, à la Belgique. Ils constituent la première étape de la réalisation de cet ensemble ». Katanga wordt hier nog steeds afzonderlijk vermeld, hoewel de provincie sinds 1908 bij Belgisch-Kongo hoorde (121).
De onzekerheid is groot : de testen Banana-Boma moesten eerst slagen ! De geplande installaties waren bedoeld als experiment, om te onderzoeken of de nieuwe technieken de tropische problemen zouden overwinnen. De juiste inplanting van de posten richting Elisabethstad was ook nog niet voorzien en zou later aan Goldschmidt doorgegeven worden. Het bericht van Renkin aan de gouverneur meldde ook dat Verd'hurt (afb. 4-4), toen bureauchef op het ministerie van koloniën, die eerste testen zou leiden, met de hulp van onderdirecteur Versluys.

Stéphane-Adolphe-Marie Verd'hurt (1871-1940), te Parijs geboren van Belgische ouders, was al in het leger vanaf zijn 16 jaar. In 1894 werd hij naar de Kongo-Vrijstaat gestuurd waar hij zijn sporen verdiende. Terug in België, werd hij bevriend met Goldschmidt en interesseerde hij zich voor de draadloze. Hij werkte sinds 1908 voor de E.I.C. (Etat Indépendant du Congo) als onder-bureauchef. Hij werkte in Kongo voor Goldschmidt tot 26 juni 1913. Hij keerde terug naar de administratie waar hij onderdirecteur werd. Tijdens de oorlog maakte hij zich zeer verdienstig bij het Nationaal Comité voor Hulp en Voedselbedeling.
Albert-Victor-Corneille Versluys (1873-1916) nam, eveneens op 16-jarige leeftijd, dienst in het regiment van de grenadiers. Met de graad van reserve-onderluitenant verlaat hij in 1896 het leger en neemt hij dienst bij het E.I.C. Hij komt op 31december 1896 te Boma aan als onderluitenant van de "Force Publique". Na een dienst van 4 jaar in het N.O. van Kongo keert hij in 1900 naar huis. De volgende 4 jaar in Kongo neemt hij deel aan de expedities tegen gerevolteerden, en wordt hij kapitein benoemd. Tijdens een carrière van afwisselend chef de secteur, chef de zône, onderdirecteur, dis-trictscommissaris en inspecteur, is hij nog gedurende 4 termen in Kongo verbleven. In 1914 vertrekt hij, ziek, terug naar België, waar hij in 1916 door een opgelopen slaapziekte overlijdt.

Luitenant-generaal Jungbluth stuurde op 14 januari 1911 een uitvoerig bericht aan de gouverneur, met een lijst van de verschillende op te sturen colli. Er werd tevens een interessante beschrijving voor de montage van de masten toegevoegd, met bijhorende schets. We beschrijven montagesystemen in bijlage

1. Er is ook een antwoord van 31 januari 1911 van de Franse kolonie aan Goldschmidt, met de volgende mededeling: 1. Goldschmidt kon tijdelijk gebruik maken van de antennemasten van Pointe Noire (Loango) (122), in vogelvlucht ca 170 km van Boma).

2. Hij mocht een eigen zender installeren te Pointe Noire om met Banana te communiceren, tot de officiële post van Pointe Noire in werking trad.

De eerste zending vertrok met de steamer van 4 februari 1911 (123), met aan boord Verd'hurt en zes telegrafisten. Twaalf waren er voorzien, maar Goldschmidt had volgens zijn eigen schrijven voorlopig slechts de helft hiervan nodig. Gedurende de reis hadden zij de gelegenheid de radiotelegrafische posten van Santa Cruz de Ténéri-fe en Dakar (zie hoger) te bezoeken, die beiden van het Frans model waren, afkomstig van de "Société Radiographique de Paris". Met F. Stockmans vermoed ik dat hier de S.F.R. bedoeld wordt. Later nam Marconi die van Tenerife over voor transformaties. De zending kwam in Boma aan op 25 februari 1911 (124).

Afb. 4-5 De steamer Hirondelle. Le Home, 30 avril 1912.

Afb. 4-5 De steamer Hirondelle. Le Home, 30 avril 1912.

Tijdens de installatiewerken te Boma (vanaf 13 maart) en Banana, werd tevens een steamer uitgerust, de "Hirondelle" (afb. 4-5). De toestellen aan boord waren identiek aan die van Boma, en werden op het bovendek in de cabine van de kapitein gemonteerd. De antenne tussen de twee masten bestond uit 4 draden, op een hoogte van 14 m.
Op 30 maart was er al een verbinding tussen de "Hirondelle" en de "Léopoldville", die dezelfde dag vertrokken was. Vanuit Boma werd op 20 april 1911 verbinding bekomen met Banana en met de "Bruxellesville". En enkele dagen later kon Banana Boma antwoorden. Dat lezen we in La Tribune Congolaise van 3 juni 1911.
De eigenlijke werken hadden dus slechts een anderhalve maand in beslag genomen, deels te danken aan het doorzettingsvermogen van Verd'hurt. De verbindingen gebeurden elke dag zonder onderbrekingen, op ieder tijdstip en bij alle weersom-standigheden. Het succes werd ruim gevierd te Banana. Dezelfde krant geeft ons hiervan een volledig relaas. Gezien we niet dikwijls een beschrijving van zulke bijeenkomsten ontdekten, nemen we ze hier letterlijk over:

Brief uit Banana De draadloze telegrafie.

- Een diner bij het Rode Kruis.

(Van onze bijzondere correspondent)

Het succes van de zending voor draadloze telegrafie van de heer Robert Goldschmidt werd te Banana met een schitterend diner gevierd in de grote zaal van het Rode Kruis. De zusters van de instelling hadden de zaal prachtig geschikt, en als delicate attentie hadden zij de tafel met de letters "T.S.F." in bloemenslingers versierd.

Waren aanwezig bij deze inauguratie "avant la lettre":

Dr Etienne, districtscommissaris van Banana, de heer Versluys, directeur van de administratieve dienst, de heer Bertrand, stationshoofd van Boma, Mevrouw Bertrand, de heer Verd'hurt, hoofd van de zending voor draadloze telegrafie, de heren Delattre, Ebbeni, leden van de zending, de heren Jaemaels en Lemoine, telegrafisten, enz.

Op het ogenblik van de toosten sprak de heer Verd'hurt de volgende woorden:
"U heeft me toegestaan, beste Dokter, hier deze avond mijn intelligente medewerkers van Banana bijeen te brengen, om het eerste resultaat van hun inspanningen te vieren. Sinds 2 dagen is Banana uit haar isolement getreden, de draadloze telegrafie heeft haar verbonden met Boma en met de zee." "Dit succes, deze grote vooruitgang, zijn wij in eerste instantie verschuldigd aan onze geliefde Koning Albert, die er alleen de promotor van is, en gezien onze eerste dank natuurlijk naar hem gaat, stel ik voor het glas te heffen op zijn gezondheid en hem van ganser harte toe te juichen. Leve de Koning."

Daarna, zich richtend tot zijn aanwezige medewerkers, heeft de heer Verd'hurt ze zeer vriendelijk bedankt en gefeliciteerd.

"Het bekomen succes, zei hij, hebben we te danken aan uw hardnekkig werk, aan uw intelligente inspanningen, aan uw vertrouwen in het oeuvre van de Koning."

Dokter Etienne heeft de reeks toespraken afgesloten en richtte zich tot het hoofd van de zending die hij op zijn beurt gemeend feliciteerde.

&&&&&&

De krant vertelt ook nog dat de aankomende passagiers van de "Elisabethville" lieten weten dat de post van Banana nog verbinding had met de steamer tot op 800 km in zee, en dat een consequente uitwisseling van telegrammen plaats vond tussen de boot, Banana en Boma. Volgende tekst was te lezen in een telegram op 12 mei aan boord ontvangen te 1u58, door de heer F. Fuchs, vicegouverneur-generaal: "Gouverneur-generaal aan boord van de Elisabethville, Banana. Op het ogenblik dat u de Kolonie gaat verlaten, wens ik u de groeten over te maken van het personeel en u in zijn en mijn naam eerbiedwaardige en hartelijke wensen voor een goede reis te bezorgen.

Get.: Vicegouverneur-generaal Ghislain."

De heer Fuchs antwoordde per draadloze telegrafie dat hij hem hartelijk dankte voor zijn wensen.

antenne, C tegenwicht, D invoer antenne, L krachtlijnen van het elektrisch veld van de antenne, M mast, S radio-installatie, T aarde (M. Adam, Encyclopédie de la radio, 1928, pp 41 en 70).

Afb. 4-7 A antenne, C tegenwicht, D invoer antenne, L krachtlijnen van het elektrisch veld van de antenne, M mast, S radio-installatie, T aarde (M. Adam, Encyclopédie de la radio, 1928, pp 41 en 70).

Tegenwicht (contre-poids, counterpoise, Gegenge-wicht) Instelling gebruikt om de aarding onder de antenne te vervangen (bv indien de aarde te droog of te slecht geleidend is). Vervaardigd door een aantal horizontale draden, geïsoleerd van de bodem, en op lage hoogte van de aarde opgespannen onder de antenne (gewoonlijk 2 tot 3 m). Met dit tegenwicht kan men meer regelmatige resultaten bekomen dan met een aarding, en zelfs betere omdat het in het circuit anten-ne-aarde een minder grote elektrische weerstand in-brengt. De hoogfrequente stromen, die ontstaan tussen antenne en aarde worden door het metalen tegenwicht met lagere weerstand naar de post geleid.

De installaties.

Afb. 4-6 De post van Banana, 1911.

Afb. 4-6 De post van Banana, 1911.
Roger Gallant, De geschiedenis van de postdienst in Belgisch-Kongo, 1886-1960, deel 1.

De zender van Banana werd op ca dezelfde plaats gemonteerd als in 1902 (De Bremaecker). Het was een voorlopige zender van 1,50 kWatt. Iets later kwam de definitieve zender aan met de "Léopoldville". Deze had een vermogen van 5 kWatt. De zenders waren van het "Franse type", dus van S.F.R.. We krijgen bevestiging van een handgeschreven anonieme nota (125): "… De antenne werd gedragen door twee masten van 35 m, 85 m uit elkaar geplaatst. Ze bestaat uit 3 draden zoals op de boten van de Cie Belge Maritime du Congo.

Een petroleummotor van het merk "Aster" zorgde voor een vermogen van 7 Pk. De motor drijft een industriële alternator aan die een frequentie van 2 kHz afgeeft onder een spanning van 600 V, die dan weer omhoog getransformeerd wordt naar 20.000 V. Een batterij condensatoren wordt opgeladen, die de oscillerende ontladingen teweeg brengen tussen een punt en een plaat ("éclateur" of vonkenbrug). Een golflengte van 450 m wordt verkregen die ook de eigen golflengte van de antenne is. Men verkrijgt een regelbare muzikale toon. Om het lawaai tegen te gaan werden de ontvanger en de zender gescheiden opgesteld in twee verschillende lokalen. De ontvanger is van S.F.R. en is voorzien van 4 koptelefoons. Hij kan afgesteld worden tot een golflengte van 6.000 m. Hij werkt met twee detectoren met onvolmaakt contact (kristallen), en een elektrolytische detector.
Motor, alternator en distributiebord zijn gemonteerd in een huis meegebracht door de zending (maison danoise). Men vindt de twee lokalen vlak naast de mast.

Er wordt momenteel voorzien in een zwaardere zender (5 kW). Men tracht hem te installeren zonder onderbreking van de dienst tussen Boma en Banana. Een motor van hetzelfde systeem zal 11 Pk sterk zijn".

Deze bron werd nog niet bevestigd, maar de gegevens liggen wel in de lijn van de mogelijkheden. Te Boma (afb. 4-8 tot 4-13, afb. 4-8 en 4-11 kunnen niet weergegeven worden) werden de toestellen ook gemonteerd in een "Deens huisje", vlak onder een antennemast van 48 m hoogte. De antenne was in parapluvorm gespannen. De aarding werd vervangen door een systeem van tegenwicht of tegencapaciteit (zie tekening hierboven). Men gebruikte een grotere automotor Deutz van 7 Pk. Bij 330 t/min voerde hij met een riem een dynamo met vonkenbrug aan die 1.500 t/min haalde. Een bereikte spanning van 220 Volt werd naar 600 Volt getransformeerd en joeg 16 Ampère door de antenne. De zender was volgens vicegouverneur Fuchs van het merk Telefunken van Berlijn (126).

Verklaring bij de nummers van afb. 4-9

 

inrichting 18 ampèremeter 50 A 43 klos van Ruhmkorff (noodinrichting)

Afb. 4-9
Een gelijkaardige Telefunken zendinstallatie 1,5 TK op een schip. De verklaring van de nummers vindt U onderaan volgende bladzijde. A.K. Damstra en A. Walrave, Technische handleiding voor aspirant radiotelegra-fisten, 5de druk, zonder datum; O. Lund-Johansen, Laerebog 1 Traadløs Telegrafi, 1918.

Afb. 4-10 De 1,5 TK van Telefunken : boven de Wiense vonkenbrug, daaronder de Leidse flessen en de koppelingsspiraal. Gesellschaft für drahtlose Telegraphie m.b.h. System "Telefunken", 1904.

Afb. 4-10 De 1,5 TK van Telefunken : boven de Wiense vonkenbrug, daaronder de Leidse flessen en de koppelingsspiraal. Gesellschaft für drahtlose Telegraphie m.b.h. System "Telefunken", 1904.

De zes marconisten waren als volgt ingedeeld:

Lemoine en Jaemaels te Banana, Chevreuille en Demortier te Boma en Bezerie en Daniau op de Hirondelle. Volgens verslagen van de maand januari 1912 blijkt echter dat ze ook van plaats wisselden. Een verslag van Daniau over de periode van 28 juni tot 31 december 1911 te Boma beschrijft de toestand van S.F.R. - en Telefunken-"materieel". Dat was ook geëist in punt 7 van het contract van Goldschmidt (zie hoger).
Een Duits tijdschrift weet ons tenslotte nog te vertellen dat in 1912 Duitse toestellen aanwezig waren te Boma, Kindu en Lowa (127),. De Duitse toestellen waren vermoedelijk de 1,5 TK van Telefunken, met een antennemast van 45 m hoogte. Alle andere latere stations (zie verder) waren voorzien van S.F.R. apparaten. Maar ze vertellen er niet bij dat in Boma ook een S.F.R.-systeem aanwezig was (zie afb. 4-11). De latere postoversten waren Tartary te Banana en Mathieu te Boma. Wibier (afb. 4-14) schrijft op 2 augustus 1911 aan de Briey dat Banana en Loango draadloos gecommuniceerd hebben op 22 juli. En Goldschmidt laat op 9 oktober aan dezelfde de Briey weten dat de Belgische steamers veel vroeger met Banana in verbinding treden dan met Pointe-Noire (Loango), hoewel het vermogen van diens zender twee maal zo groot is (10 kW). Banana zou een van de beste posten van de Afrikaanse kust zijn volgens de marconisten van Verd'hurt. De post heeft zelfs verbinding gehad met Swakopmund (Namibië), een kuststation 2.000 km verder naar het zuiden.

De Mouvement Géographique van 6 augustus 1911 leert ons dat Banana en Boma overgenomen zijn door de Kolonie, en in hetzelfde tijdschrift, maar van 15 oktober, vernemen we dat beide posten open zijn voor het publiek. Dit wordt bevestigd door een recent gevonden verslag (datum onbekend) over "opening en oprichten" van de TSF-posten (128. Dit verslag vermeldt een "openingsdatum" van 27 juni 1911 voor beide posten.

Afb. 4-12 Het enige ontdekte schema van de 1,5 TK.

Afb. 4-12 Het enige ontdekte schema van de 1,5 TK.
O. Lund-Johansen, Laerebog 1 Traadløs Telegrafi, 1918.
 

Afb. 4-13 Nog een mooi zicht van de post van Boma. Le Home, revue illustrée de la famille, La télégraphie sans fil au Congo, 30 avril 1912.

Het eerste punt van het programma was nu uitgevoerd. De boten die van België kwamen konden dus verschillende dagen vóór het zicht van Banana met Boma communiceren. De verbinding met België liep ook vlotter dankzij de draadloze post te Loango, waar de zeekabel vertrok. Men moest niet meer passeren langs de vaste lijn Boma-Leopoldstad en Brazzaville-Loango, noch langs de lijn naar Loan-da, beide zeer onzekere lijnen. Een bericht bereikte België nu in minder dan 24 uur (129).

Afb. 4-13 Nog een mooi zicht van de post van Boma. Le Home, revue illustrée de la famille, La télégraphie sans fil au Congo, 30 avril 1912.

In laatste instantie vonden we weer een interessante getypte nota met briefhoofd van R. Goldschmidt, die een datum van 27 april 1911 vermeldt, maar geen bestemmeling. Ze werd ook niet ondertekend, maar ze is ogenschijnlijk opgesteld door Goldschmidt zelf. Het is een resumé van zijn plannen, met soms een verklarende kijk op het verhaal. Daarom lijkt het me interessant verscheidene passages over te nemen: " […]

Op 24 april is de post van Banana-kust (2 masten van 40 meter) volledig klaar en communiceert hij met Banana-boot (hij bedoelt dus de "Hirondelle").

Ik reken erop dat binnen acht dagen de post Boma-land even ver zal staan. De post van Boma-boot zal dan naar Loanda gevoerd worden. Binnen een week zal Loanda ook werkensklaar zijn, en zal het net voorzien in het contract uitgevoerd zijn.
Het personeel heeft mijn instructies naar de letter uitgevoerd en gewerkt met een reëel enthousiasme. Om elke onderbreking tijdens de installatie van de posten te vermijden, heb ik ervoor gezorgd dat 5 volledige posten type "Belgisch-Kongo" klaar voor verzending verpakt werden.
Met de steamer van 18 maart heb ik op eigen risico een van die posten naar Kongo verstuurd. Als hare Majesteit de installatie van die post te Leopoldstad toelaat, hoef ik slechts een telegram te zenden, en Leopoldstad zal vóór eind juni draadloos kunnen communiceren met Banana, en als hoofdzender dienen voor het netwek van Boven-Kongo of dat van Kasai. Indien onmiddellijk langs de Kaap posten naar Elisabethstad kunnen verstuurd worden en het net aangebracht wordt vanuit Boven-Kongo, zal Katanga vóór het eind van het jaar kunnen verbonden zijn met Banana, en andersom. Als hare Majesteit beslist heeft dit net op te richten, zal ik me op 10 juni naar Boma begeven [hij is effectief op 11 juni vertrokken] , en van daar over de Kaap naar Elisabethstad. Voor de zekerheid heb ik reeds een cabine gereserveerd op de steamer.
In Kongo klagen mijn mensen over twee zaken:


1) de chaos bij het lossen van de steamer, verloren kisten, enz.
2) de woningnood.

Het eerste punt is eenvoudig op te lossen door een serieuze organisatie te Antwerpen. Ik heb een inscheping meegemaakt: het is niet te geloven!
Het tweede punt kan opgelost worden met het versturen naar Kongo van demonteerbare huisjes. Een maatschappij zou best opgericht worden voor de verhuur van zulke woningen. Deze zouden in België gemaakt worden. Tegenwoordig koopt men zeer duur demonteerbare huizen in Denemarken aan (ik heb daar ook moeten gebruik van maken). Waarom? Men zou ze wel beter hier maken. Men verzekert me zelfs dat het steenkarton bestemd voor de muur voor genoemde huizen in België wordt gemaakt; de profielen voor de opbouw vindt men bij elke ijzerhandelaar van de stad.
De Franse regering heeft heden nood aan een draadloze zender die als internationale post moet fungeren. Hij moet met de hoogste spoed naar Fez verstuurd worden. Ik heb een complete post volledig verpakt ter beschikking kunnen stellen van het Franse Ministerie van Oorlog. De bestelling werd gisteren uitgevoerd, de post zal zaterdag Marseille verlaten. Natuurlijk heb ik gezegd dat dit een grote opoffering betekende voor ons, en de Franse minister van Oorlog, die me reeds mondeling heeft laten bedanken, zal dit schriftelijk laten bevestigen. De internationale post van Fez zal bekleed worden met veelvuldige platen van het "type Belgisch-Kongo [...]".

De data kloppen ongeveer met gegevens uit de hoger vermelde anonieme nota ( we vermoeden dat beide nota's opgesteld werden door Goldschmidt. Hij typte gewoonlijk zijn brieven, maar we bezitten een kleine door hem getekende nota, die ons een vergelijking toeliet met de handgeschreven nota).
Hij vermeldt de posten type "Congo-Belge". We gaan ervan uit dat hierdoor zowel het gebouw als de zender bedoeld wordt. Met de post van Fez heeft hij het dan over het platen-systeem voor de constructie, maar ook de zender, die een S.F.R.-zender van 5 kW was.
En gezien zijn nieuw constructiesysteem zouden de "maisons danoises" dan slechts in het begin gebruikt geweest zijn (hij zal hiervoor bij de start misschien wel een hint gekregen hebben van De Bremaecker die ze ook gebruikte).
De nota weidt nog uit over de grote zender, over draadloze telefonie en over de geografische plaatsbepaling met T.S.F. We komen hier later op terug.

De zending Wibier.

Afb. 4-14 Albert Wibier, directeur-generaal van de dienst van de T.S.F. in Belgisch -Kongo, op een van zijn bootreizen. Léo Lejeune, La T.S.F. au Congo, Electricité, eau, éclairage, chauffage, T.S.F., juillet 1924.

Afb. 4-14 Albert Wibier, directeur-generaal van de dienst van de T.S.F. in Belgisch -Kongo, op een van zijn bootreizen. Léo Lejeune, La T.S.F. au Congo, Electricité, eau, éclairage, chauffage, T.S.F., juillet 1924.

Voor het tweede punt van het programma, de lijn Boma-Elisabethstad, moest men nu de benodigde weg kiezen en de keuze van de tussenposten vaststellen. In plaats van rechtdoor te gaan over één enkele post, Lusambo, werd gekozen voor verschillende kleinere posten langsheen de Kongostroom en de Lualaba, waarvoor toestellen van minder vermogen voldeden (wat ook door Goldschmidt voorgesteld was). Hierdoor konden ook menige belangrijke centra bediend worden. De kleinere posten zouden ook zorgen voor kleinere, draagbare verpakkingen, een niet te onderschatten voordeel.

Eind augustus 1911 gingen de definitieve werken van start. De gekozen lijn omvatte de posten van Coquilhatstad, Lisala (130), Stanleystad, Lowa, Kindu, Kongolo, Kikondja en Elisabethstad (zie afbeeldingen 4-15 tot 4-72 ).
Ondanks de aanvankelijke moeilijkheden en de eerste weinig bemoedigende resultaten, was Coquil-hatstad reeds een jaar later voor het eerst radiotelegrafisch verbonden met Elisabethstad! (maar door de latere moeilijkheden slechts open voor het publiek op 1 oktober 1913!) In een nota van 11 april 1911 van het ministerie van koloniën was een raming gemaakt voor installatie en uitbating van 10 posten (de juiste inplanting werd naderhand gewijzigd):

  • - 1.025.500 Fr voor de zenders,
  • - 210.000 Fr voor de gebouwen,
  • - 100.000 Fr voor vervoer,
  • een totaal van 1.335.500 Fr.

    Voor uitbating en onderhoud rekende men als volgt:

  • - Per station en per jaar twee blanke telegrafisten aan 9.000 Fr x 2 = 18.000 Fr.
  • - Reizen van de Blanken (twee per jaar) aan 1.200 Fr x 2 = 2.400 Fr.
  • - 20 Zwarten aan 18 Fr per maand: 20 x 18 x12 = 4.320 Fr.
  • Totaal 24.720 Fr.

Dus ca 25.000 Fr per station. In de nota waren 10 stations voorzien, voor een totaal van 250.000 Fr. Algemeen totaal 1.585.500 Fr.

"Le Mouvement Géographique" meldt op 24 december 1911 dat het budget voor de installatie een som voorzag van 1.700.000 Fr, en voor de exploitatie en het onderhoud nog eens 405.000 Fr. De schatting van de nota van 11 april zal dan wel aan de lage kant geweest zijn. Maar laat ons terugke-ren naar de start van de missie.

Afb. 4-15 De Segetini. René Dubreucq, A travers le Congo-Belge, p24, 1909.
Afb. 4-15 De Segetini. René Dubreucq, A travers le Congo-Belge, p24, 1909.

Goldschmidt vertrok naar Kongo op 11 juni 1911 (hij nam de boot op 13 juni te La Pallice - de haven van La Rochelle, boven Bordeaux(131), vergezeld van kolonel Thys en luitenant Wibier, direc-teur-generaal benoemd van de zendingen voor draadloze telegrafie in Belgisch Kongo. Ze kwamen aan te Boma op 1 juli. Goldschmidt vertrok onmiddellijk naar Leopoldstad, waar de genoemde kleine zender moest geïnstalleerd worden voor communicatie met o.a. Brazzaville. Terug in Boma, is hij op 12 juli naar Loanda getrokken, om zich over Kaapstad naar Elisabethstad te begeven. "Le Mouvement Géographique", die ons dit bericht geeft, meldt ook dat hij niet alleen te Elisabethstad een post zou gaan oprichten, maar ook te Bukama. Hiervan hebben wij echter nog geen bevestiging. Hij bedoelde misschien Kikondja (132). Wibier is over de Kongostroom met de steamer "Segetini" (afb. 4-15) richting Stanleystad gevaren, waar hij het hoofdkwartier voor de operaties zou vestigen. Vermoedelijk was dat in gezelschap van Verd'hurt (we hebben hier nog geen duidelijkheid over). Het materieel voor de posten bevond zich ook aan boord. De boot vertrok met een paar dagen vertraging op 22 juli vanuit Leopoldstad(133) en legde aan te Stanleystad op 20 augustus 1911(134). We lezen ook nog dat Verd'hurt verder doortrok richting Katanga, maar het is ook onduidelijk in welke posten hij zou verblijven: Kongolo, Kikondja of Elisabethstad. Het was voorzien dat hij in december naar België zou terugkekeren.

Raymond Braillard.

Afb. 4-16 Raymond Braillard tijdens zijn legerdienst. Privé archief.

 

Afb. 4-16 Raymond Braillard tijdens zijn legerdienst. Privé archief.

Het boek van Braillard en Goldschmidt, "La télégraphie sans fil au Congo Belge", schetst in 1920 het verhaal van deze gebeurtenissen. Het is echter zeer technisch en verstrekt weinig geschiedkundige informatie. Maar Raymond Braillard was, net als Goldschmidt, onlosmakelijk verbonden met de Belgische en Kongolese radiotelegrafie en –telefonie. We geven daarom ook van hem een korte biografie. Rémond, Joseph, Auguste Braillard (135), door iedereen Raymond genoemd, was eigenlijk een Fransman. Geboren te Les Nans (136) op 11 mei 1888. In hetzelfde jaar vestigden zijn ouders zich te Dole. Zijn vader was werktuigkundige, gespecialiseerd in watermolens. Na schitterende lagere studies te Dole mocht Braillard zich voortijdig inschrijven aan de nationale school voor kunst en wetenschappen te Cluny. In 1906 behaalde hij zijn ingenieursdiploma met een eerste zilveren medaille. Dank zij zijn kennis van wiskunde werd hij toegelaten aan de Parijse hogeschool voor elektriciteit, waar hij in 1907 zijn diploma behaalde.

Tijdens een eerste job in de "Sté d'Eclairage Electrique" te Parijs ontstond zijn interesse voor de draadloze telegrafie, en voor zijn legerdienst werd hij in 1909 ingelijfd bij het 8ste regiment van de genie, gekazerneerd op de Mont-Valérien (westen van Parijs). Als sergeant kwam hij onder de orders van kapitein Ferrié, in de dienst van de T.S.F. van de Eiffeltoren (afb. 4-16). Draadloze telegrafie werd zijn passie, en na twee jaar dienst kende hij de knepen van het vak.
We zagen dat R. Goldschmidt in 1910 de opdracht gekregen had om de T.S.F. te installeren in Bel-gisch Kongo, en dat hij Ferrié ook kende. Vermoedelijk hierdoor zal Braillard, 23 jaar oud, onder de orders van Wibier als hoofdingenieur van de T.S.F.-zending in Belgisch-Kongo aangenomen geweest zijn (137). Hij had zijn legerdienst beëindigd op 11 oktober 1911, en op 6 november 1911 gaf hij reeds zijn residentie in Kongo aan bij het Frans consulair agentschap van Matadi. Hij stond in voor de technische kant van de tweede missie. Buiten foto's werden geen details van zijn bijdrage gevon-den tijdens zijn eerste aanwezigheid in Kongo (afb. 4-17). Wibier was toen al 4 maand ter plaatse. Op het einde van 1912 keerde hij terug naar de school van Laken, waar we hem nog kunnen volgen als directeur van de telegrafieschool, waar hij instond, zowel voor de studies en de Kongo-realisaties, als voor de grote telegrafiezender en voor de telefoniezender die zorgde voor de concerten van Laken (138). En in 1913 werd hij adjunct-secretaris van de "Commission Internationale de T.S.F. Scientifique" (T.S.F.S.), die vanaf 1919 overging in U.R.S.I. (zie Goldschmidt p 40).
Op 1 augustus 1914 werd het Frans leger gemobiliseerd en Braillard moest zijn kazerne vervoegen. Hij had het geluk ingelijfd te worden bij de mobiele T.S.F.-dienst. Maar op zijn vraag kreeg hij de toestemming dienst te doen bij het Belgisch leger: De Belgische commandant Blancgarin van de compagnie der telegrafen gaf hem opdracht de T.S.F.-verbinding tussen Antwerpen en Namen te onderzoeken. De gebruikte toestellen waren afkomstig van Laken, waar op 19 augustus de meeste toestellen en de grote antennes moesten vernield worden.
Terug in Antwerpen op 27 augustus. Hij mocht de T.S.F.-post die hij op punt gesteld had naar Oost-ende voeren, daarna naar Londen, waar deze op een vrachtwagen gemonteerd werd. Later werd de post gebruikt door het Belgisch hoofdkwartier van Calais.
Braillard zou tijdens de oorlog nog de verbinding verzorgen tussen de technische directie van de Belgische militaire T.S.F. en de "radiotélégraphie militaire française", waarvan Ferrié directeur was. Ook was hij zeer actief in de organisatie van de T.S.F. op vliegtuigen. Tussen september 1917 en februari 1918 vervulde Braillard een opdracht in Belgisch Kongo: hij zou het gebruik van versterkers met trioden bestuderen die door de Franse militaire radiotelegrafie ont-worpen waren. Door zijn handigheid werd de kwaliteit van onze Kongolese dienst sterk verbeterd. Terug in België huwde hij op 6 april 1918 Denise Riche. Ze kregen een dochter Suzanne (° 1919) en een zoon Pierre (° 1921) (139).
Braillard nam na de oorlog dienst bij de S.I.F. (Sté Indépendante de Télégraphie sans Fil). Later ging hij over naar de Belgische tegenhanger S.I.B. (Sté Indépendante Belge de Télégraphie sans Fil), waar hij te Vorst hoofdingenieur werd van het studiebureel, de laboratoria en de werkhuizen. De S.I.B. werd bij de oprichting van de S.B.R. in 1922 een semi-autonoom onderdeel van dit nieuwe bedrijf, en Braillard werd hier nu weer hoofdingenieur, en later technisch directeur. S.B.R. was al vroeg ontvangers beginnen produceren, dus moesten er ook uitzendingen voorzien worden. Op 23 november 1923 startte het bedrijf een kleine omroepzender, "Radio-Bruxelles", op 1 januari 1924 omgedoopt tot "Radio-Belgique", en ondergebracht in een naamloze vennootschap met dezelf-de naam en met nogmaals Braillard als hoofdingenieur (140).
Belangrijk was nog zijn deelname aan de oprichting van het intercontinentaal radiostation van Ruise-lede (opening op 3 oktober 1927).
In zijn verdere leven zou Braillard vooral zoeken naar de technische kwaliteit van de dienst die aan de luisteraars aangeboden werd. Hiervoor had hij twee doelstellingen: het perfectioneren van de techniek van de uit te zenden en te ontvangen signalen, en een rationele verdeling van de beschikbare golflengten door een georganiseerde verstandhouding tussen de instellingen voor radio-omroep (141). In dit verband werd in april 1925 de U.I.R. opgericht ( "Union Internationale de Radiophonie", later "de Radiodiffusion"). Braillard werd president benoemd van de technische commissie, en zonder dralen installeerde hij een geijkte ontvanger in zijn persoonlijke garage te Ukkel om de golflengten van de Europese zenders te meten.
In het "Plan van Genève" (26 maart 1926) werd zijn voorstel voor verdeling van de golflengten goed-gekeurd. In de nacht van 14 op 15 november 1927 controleerde Braillard, vanuit zijn garage, de gol-faanpassingen uitgevoerd volgens zijn richtlijnen. Het was een groot succes. Maar het aantal zenders groeide. Een tweede bijeenkomst te Praag (1929) bracht geen uitkomst (afb.4-18, Braillard in 1931).Hierdoor stelde Braillard in 1932 zijn memorandum aan de Raad van de Unie voor, een nota die de technische problemen aanhaalde van de Europese radio-omroep in uitbreiding. Hierop volgde het plan van Luzern (1933), dat op 15 januari 1934 toepasselijk werd.a de eerste uitzendingen van het N.I.R., gesticht op 1 juli 1930 (142), werd Braillard aangesteld als technisch raadgever. In die hoedanigheid zou hij een gedetailleerd onderzoek uitvoeren van de technische diensten van het N.I.R., en een goede modulatie van de zenders voorzien. Hij speelde een grote rol in het ontwerpen en oprichten van het gebouw op het Flageyplein.
De draaibare akoestische kolommen van studio 1 zijn aan hem te danken. Ook de hoektoren van het gebouw werd op zijn aanraden voor de televisie uitgevoerd.
De oorlog bracht hem ertoe soms moeilijke en moedige beslissingen te nemen, en vanaf 1944 wijdde hij zich uitsluitend aan het U.I.R.
Hij overleed aan longkanker op 27 oktober 1945, omringd door zijn familie.
Later schreef zijn zoon Pierre aan G. Gourski: […] hij was een man van actie, evenwicht tussen de wetenschapper en de artiest. Een fundamentele doelstelling in zijn leven is zeker geweest dat hij iets wou scheppen (143).

(Bruno deze afbeelding heb ik niet op mijn pc)
Afb. 4-17 Raymond Braillard in de machinekamer van de post van Stanleystad, eind 1912. Victor Boin, La T.S.F.au Congo Belge, avril 1913.

De posten voor draadloze verbinding Boma-Elisabethstad worden opgericht.

Afb. 4-18 R. Braillard,

Afb. 4-18 R. Braillard, met wat hem aan het hart lag: de technische kwaliteit van de dienst aan de luisteraars (1931). Archief Omroepmuseum.

De plannen zijn gekend, Wibier is dus met de Segetini vertrokken richting Stanleystad.
We schrijven 22 juli 1911. Tijdens zijn verblijf te Leopoldstad is hij nog naar Brazza overgestoken om de Franse zender in opbouw te bekijken (afb. 4-19 en 4-20). Volgens hem zou deze niet klaar zijn vóór het einde van het jaar. De zender van Loango daarentegen was half gemonteerd en is reeds beginnen testen uitvoeren met Banana. Te Brazza had hij een zeer positief gesprek met gouverneur-generaal Merlin, die achter elke proefneming stond in het belang van de T.S.F. Een post te Coquilhatstad was voor hem een mogelijke schakel in zijn gepland netwerk langs de Ubangistroom (die uitmondt in de Kongostroom) richting Tchad.

 
Afb. 4-19 Men wordt "gelost" te Brazza… Archief IkronosAfb. 4-19 Men wordt "gelost" te Brazza… Archief Ikronos

We zien ons verplicht de correspondentie van Wibier enigszins te resumeren en ons te beperken tot de plannen en de verkregen resultaten, met hier en daar een interessante of noodzakelijke opmerking. Hij heeft een briefwisseling onderhouden met de Briey, intendant van de Civiele Lijst. Later vonden we een bijkomende briefwisseling met Josué Henry de la Lindi, Commissaris-generaal te Stanleystad. We hebben kennis van 25 brieven, 20 van Wibier en 5 van De Briey.

Wibier heeft zich zeer regelmatig over en weer verplaatst naar de verschillende posten, wat op een jaar een enorme afstand vertegenwoordigde (De Kongostroom heeft een lengte van ca 4.700 km). Hoe verplaatste hij zich? Hoewel hij slechts eenmalig vermeldt dat hij "de boot zou nemen" te Kongolo, kunnen we stellen dat de verplaatsingen gebeurden per boot en per trein. We moeten er wel rekening mee houden dat er niet elk uur een trein of boot vertrok. De Kongostroom heeft zijn ontstaan in de buurt van het dorpje Musofi, op 1.400 m hoogte op het plateau van Katanga, een honderdtal km ten westen van Elisabethstad. Het ontluikend riviertje heet Lualaba, en wordt slechts Kongostroom genoemd vanaf Stanleystad. Vanaf de bron tot Bukama is het zo goed als onbevaarbaar. Vandaar dat de spoorlijn vanuit Zuid-Afrika, over Elisabethstad (Lubumbashi), tot Bukama doorgetrokken werd. Van Bukama tot Leopoldstad (Kinshasa) is hij bevaarbaar, op een paar uitzonderingen na: tussen Kongolo en Kindu, en tussen Ponthierstad (Ubundu) en Stanleystad (Kisangani), waar dan ook een spoorlijn aangelegd werd (Wibier heeft het soms over "Falls" als hij het over Stanleystad heeft. Onder Stanleystad ontstaan namelijk de Falls, 7 cataracten die het bevaren onmogelijk maken). Van Leopoldstad tot Matadi moet men ook per trein reizen. Vanaf daar kan men weer op de stroom. Zeestomers geraken tot in Matadi.

Afb. 4-20 Wibier te Brazzaville.

Afb. 4-20 Wibier te Brazzaville.
Merk de Franse toren op die nog schuin opliep en niet door kabels ondersteund werd.
Afb. 4-22 De post van Kindu, met een mast van 65 m, ondersteund door 20 kabels van 8 mm. Victor Boin, art. cit.
(ontbreekt) Archief Ikronos. : Afb. 4-21 De post van Lowa, later overgeplaatst naar Basankusu. Le Home, art. cit.
Afb. 4-22 De post van Kindu, met een mast van 65 m, ondersteund door 20 kabels van 8 mm. Victor Boin, art. cit.

De reizen van Wibier kunnen dan wel "comfortabel" genoemd worden, ware het niet dat de snelheid van verplaatsing slechts enkele tientallen km per uur bedroeg (ruim geschat), en allerhande pannes mogelijk waren. De bootreis Leopoldstad-Stanleystad duurde 21 dagen in 1912. Vertrek wisselend alle 10 en 11 dagen.
We zullen een opsomming geven van het verloop van de werken aan de hand van de data van de brieven van Wibier, met hier en daar een woordje uitleg. De brieven gericht aan de Briey worden gemerkt met (B), die aan de la Lindi met (L).- 24 juli 1911 (op de Segetini) (B): vertrek Wibier vanuit Leo naar Stan op 22 juli. Aankomst verwacht op 10 augustus (is 20 augustus geworden, zie hoger). Stop Voorzien te Coq en te Lisala. Plannen voor constructie post te Stan en te Lowa (afb. 4-21), daarna Kindu (afb. 4-22 tot 4-24) en Lisala. Eerste testen voorzien eind oktober. Hij denkt ook reeds aan een tussenpost te Basoko.

- 2 augustus 1911 (B) (op de Segetini, ter hoogte van Mombeka, vermoedelijk het huidige Mobeka, in het noorden van Basankusu): bericht ontvangen dat Banana op 22 juli gecommuniceerd heeft met Loango.- 18 oktober 1911 te Stan (B): testen Kindu-Lowa-Stan zullen aanvangen rond 25 oktober (volgens Victor Boin was dat echter effectief in januari 1912) (144).

Afb. 4-23 De mast van Kindu met zichtbare kabels (1911). Victor Boin, art. cit.
Afb. 4-23 De mast van Kindu met zichtbare kabels (1911). Victor Boin, art. cit.

 

Vertrek morgen 19 oktober naar Lisala. Op dat ogenblik is de bezetting de volgende:

  • - voor Banana en Boma : 3 techniekers en 2 mekaniekers
  • - voor Lisala : 2 techniekers
  • - voor Falls (Stanleystad): 4 techniekers (waarvan 2 voor Kongolo bestemd)
  • - voor Lowa en Kindu: 3 techniekers

Volgens Wibier was er geen mekanieker nodig indien 2 techniekers aanwezig waren. We kunnen ook lezen dat sommige zwarte helpers met het nodige geduld kunnen opgeleid worden tot mekanieker en zelfs tot technieker.

- 28 oktober 1911 te Lisala (L): "op het plateau" lopen werken traag door gebrek aan materiaal. We herinneren ons dat de post naar Umangi pas verplaatst werd op 1 maart 1913. Terugkeer naar Stan verwacht op 14 november.

- 31 december 1911 te Kongolo (L): intentie om op 3 januari naar Kikondja (afb. 4-25 en 4-26) te vertrekken. Kongolo is gestart, maar het is zwaar: regen, mist en hitte (Kongolo ligt slechts 5 ° onder de evenaar, en januari bevindt zich in het warm seizoen dat ook het regenseizoen is, n.v.d.r.). Ook gebrek aan voedingsmiddelen, vraag naar rijst.

- 20 januari 1912 te Kongolo (L): afgezakt naar Kikondja, en zelfs doorgetrokken naar Bukama (120 km verder). Rijst gevonden. Vertrek naar Kindu en Lowa gepland vrijdag 26 januari, waar hij telkens 2 tot 3 dagen zou verblijven. De twee techniekers van Kindu en Lowa zouden de testen willen aanvangen met 500 woorden per dag, of 1000 woorden per week. Die twee clausules konden elkaar aanvullen, en werden door Brussel opgedragen, omwille van de te verwachten weersomstandighe-den die elke communicatie konden verhinderen. Lowa en Kindu maken goede verbindingen. Nog afregelingen nodig voor kontakten met Stan. - 27 februari 1912 te Stan (B): verbinding Stanleystad-Lowa-Kindu verwezenlijkt, ondanks aan-wezig-heid van grote hoeveelheden storende koperertsen. Lange telegrammen gewisseld tussen Lisala en Stan, ook gehoord te Lowa. De post van Kongolo bijna klaar en die van Coquilhatstad in aanbouw (145). Wibier had de intentie zich naar deze laatste te begeven.

- 20 april 1912 te Coq (B): Wibier bevestigt een bericht van Goldschmidt aan de Briey, dat zijn posten meerdere keren verbinding kregen met Brazzaville, zelfs van Kindu (bijna 1200 km!). Coq vordert goed, hopelijk binnen een maand klaar. Eerste testen te Kongolo, Kikondja gestart (één ingenieur en 5 monteurs). Wibier wil na 15 dagen te Coq naar Kikondja vertrekken, over Lisala en Stanleystad. Te Kikondja tot 1 juli, dan naar Boma. Onderweg elke post aandoen om de definitieve werking te regelen. Vanuit Boma eind september naar België. Het liep echter enigszins anders

- 25 april 1912 te Coq (B): van de Briey toelating ontvangen zijn terugkeer uit te stellen "si votre état de santé le permet"[...] "tout au moins jusqu'à l'arrivée de Monsieur Goldschmidt au Congo" (we von-den geen eerder bericht over zijn gezondheidstoestand, noch over de intentie van Goldschmidt om terug naar Kongo te trekken). Problemen te Lisala en te Coq, daardoor niet mogelijk op 25 mei aan-wezig te zijn te Stan. Zal slechts op 1 juli te Kongolo de boot nemen. -

25 mei 1912 te Stan (B): tegenspoed: een monteur ziek en kisten te laat te Coq, mast gebroken te Kongolo, een der nieuwe masten gebroken te Stan. En te Kikondja: een alternator van 650 kg verloren! Hierdoor geen verbindingen van Kikondja met Kongolo en Elisabethstad zoals voorzien eind juni. Vertrek naar België niet meer mogelijk vóór eind oktober of begin november. Kindu en Lowa officieel overgedragen aan de kolonie. Verbindingen mogelijk in de loop van de dag. Elisabethstad gisteren enkele woorden opgevangen van Kongolo tijdens regeling van de toestellen. Kongolo heeft Brazza gehoord, Lisala, Stan en Lowa. Op 10 juni vertrek gepland naar Kikondja. Binnenkort bericht over Coq dat haar testen aanvangt.

- 5 juni 1912 te Stan (B): Kongolo werkt door plaatsing noodantenne. Heeft zelfs Brazza gehoord. Bij de overdracht van Lowa en Kindu: van 20 tot 25 mei, Lowa 5603 woorden en Kindu 5613 woorden. Van 28 mei tot 1 juni, Lowa 3514 woorden en Kindu 3547 woorden (tweede week 1 dag verlof en een storm). Volgens Jamotte (ingenieur van de post van Kikondja): antennemast, vernietigd door storm, is hersteld. Alternator nog niet gevonden. Wibier volgende week naar het zuiden.

- 9 juni 1912 te Stan (L): aanvang constructie van "paleis van de T.S.F.". Trage vooruitgang van de constructie van de school. Voorziet vertrek naar Kikondja14 juni, voor een reis van 2 maanden. Bij zijn terugkomst zal hij op Goldschmidt wachten en in oktober met hem naar België afreizen. Antennes worden overal dubbel aangebracht. Binnenkort zal Stan aan de kolonie overgegeven wor-den.

- 14 juni 1912 te Stan (B): bevestiging overname Lowa en Kindu. Lowa heeft Kongolo gehoord op 5, 6 en 7 juni.

- 30 juni te Kongolo (B): reeds enkele dagen te Kongolo, die volledig klaar is. Goede verbindingen met Kindu. Twee masten volledig vervangen en twee bijgevoegd. Geen nieuws van Coq, Lisala en Stan. In elk van deze posten aantal masten tot 6 stuks gebracht om eigen golflengte van de antenne te verhogen.
Kikondja is klaar en wacht nog slechts op haar alternator. Ontvangsten worden ondertussen wel getest, Kongolo en Elisabethstad werden gehoord. Bij aankomst alternator zal verbinding Elisabethstad-Coq een feit zijn.
Morgen vertrek naar Kikondja.

- 6 augustus 1912 te Stan (B): terug te Stan op 3 augustus.
-Kikondja: is klaar. Twee alternatoren toegekomen: een nieuwe (bijbesteld), en het verloren gewaande exemplaar! (deze was in augustus 1911 uit België vertrokken, verkeerd doorgestuurd naar Elisabethstad, teruggebracht naar Matadi, en door de spoorwegen ontdekt in een factorij aldaar). Hopelijk werkt alles eind september. Verscheidene posten werden gehoord, tot zelfs Lisala. Elisabethstad: deze werkt op de tast, gezien de postverbindingen met Kikondja een maand duren (de spoorweg vanuit het zuiden was nog niet doorgetrokken tot Bukama; vóór juni 1913 had men Likasi nog niet bereikt en tot Bukama zou het nog duren tot mei 1918, n.v.d.r.).
- Kongolo: goede communicatie met Kindu, zelfs tijdens de dag, met lange golflengten. Wordt binnenkort aan de kolonie overgegeven.
- Kindu en Lowa: werken normaal. Werden op 1 augustus geopend voor het publiek.
- Stanleystad: aan de kolonie overgedragen (tijdens de dag, zenden 1819 woorden en ontvangen 1838 woorden). Boma-Banana: 80km Lowa-Kindu: 180km Stan-Lowa: 220 km Kindu-Kongolo: 310 km Wibier hoopt binnenkort tot 400 en zelfs tot 450 km te geraken. Stan heeft binnenkort een school voor zwarte telegrafisten.
- Lisala: wachten op antenne die men verlengt. Wibier denkt dat Basoko zal moeten ingescha- keld worden, zeker tijdens een deel van het jaar (daarenboven is Basoko districtshoofd).
- Coquilhatstad: carter van de motor buiten dienst door verkeerd maneuver. Nieuwe motor is besteld.

Vertrek naar België gepland in november.

- 22 augustus te Stan (L): Kongolo, Kindu, Lowa en Stan zijn open voor het publiek. Vanuit Kongolo, Elisabethstad goed gehoord, en vanuit Kikondja, Stan en Kindu goed gehoord. Meestal een herhaling van de brieven naar De Briey. Op sommige momenten van de dag kan men tot 1.000 km overbrug-gen. Lisala wordt getransformeerd, Coq begint slechts nu te testen (zieke, en motor buiten gebruik). Binnen 3 maand zal Coq-Elisabethstad gerealiseerd zijn. Wibier zal de boot te Boma nemen op 9 november. Verd'hurt komt hem voorlopig vervangen.
- 10 september te Stan (B): sinds 20 augustus is de verbinding Coq-Elisabethstad klaar (sindsdien communiceert Kikondja met Elisabethstad). Niet alle posten werken echter al overdag. Alle lof voor R. Goldschmidt. Verder meestal herhalingen. Wibier zegt de boot te nemen op 5 november.
- 24 september 1912 (B), zonder plaatsbepaling: Contact gehad met Elisabethstad, maar sinds 30 augustus zwijgt de post (nog geen verklaring). Coq vervangt zijn motor en Lisala kan nog niet overdag seinen. De kleine post van Leo werkt sinds verscheidene maanden.
- 4 oktober 1912 te Stan (L): Verd'hurt is aangekomen en wordt op de hoogte gesteld. Wibier stelt zich de vraag waarom Stan overdag beter communiceert met het zuiden dan met het westen. De beslissing is genomen voor de bouw van posten te Basoko en Basankusu, voor de afstandsmoei-lijkheden, maar ook omdat zij districtshoofden zijn. Men is reeds begonnen te Basoko.
- 3 november 1912 te Stan (B): Wibier is ziek geweest en zegt pas te kunnen vertrekken met de boot vanaf Matadi op 26 november (Wibier is te Antwerpen toegekomen op 16 december 1912 (146)). Kikondja wordt eerstdaags overgegeven aan de kolonie. De bouw van de post te Basoko vordert.

Op 10 september 1912 kon Wibier dus eindelijk aan de Briey meedelen dat alle voorziene posten werkten op 20 augustus 1912, en dat Boma dus verbonden was met Elisabethstad.

Afb. 4-24 Kindu in 1911 tijdens de opbouw. Le home, art. cit.

 

Afb. 4-25 Kikondja, juli 1912. Victor Boin, art. cit.

Afb. 4-25 Kikondja, juli 1912. Victor Boin, art. cit.

 

Afb. 4-26 De marconist van Kikondja met zijn installatie. Victor Boin, art. cit.

 

Afb. 4-26 De marconist van Kikondja met zijn installatie. Victor Boin, art. cit.

Van Banana tot Elisabethstad was dat meer dan 3.200 km, met zenders van max. 5 kWatt!

Een woordje verklaring bij het resumé van de correspondentie van Wibier is hier op zijn plaats. We hebben geen gegevens over het verder verloop van de opstellingen. Wibier is moeten vertrekken vóór hij klaar was, slechts 4 posten waren open voor het publiek: Kongolo, Kindu, Lowa en Stan. De bij te construeren posten Basoko en Basankusu moesten nog afgewerkt worden. Basoko was klaar op 15 februari 1913 en Basankusu op 6 maart 1914 (147). Wibier schrijft nog over het regelmatig bijkomen van techniekers en mekaniekers, maar hij noemt bijna geen namen, daarom hebben we ze niet vermeld. Hij spreekt met geen woord over Braillard. Nochtans was Braillard technisch directeur van de T.S.F. in Kongo benoemd, en moest hij door zijn functie regelmatig contact gehad hebben met Wibier. Op 28 oktober 1911 schrijft hij dat de werken te Lisala "op het plateau" traag verlopen. Hij was er niet meer bij toen Lisala op 1 maart 1913 naar Umangi verplaatst werd.

Op de volgende bladzijden wordt de lezer in het boek een groot aantal foto's aangeboden met een resolutie van 300 dpi op formaat A4. Dit zal een aantal keren herhaald worden. We brengen deze foto's opeenvolgend om onderbrekingen van de tekst te vermijden, wat naar onze mening het lezen vergemakkelijkt. Tot onze spijt kunnen wij ze elders dan in het boek niet presenteren.

De oorspronkelijke foto's zijn op glasplaten afgedrukt en dateren alle voor het eerste gedeelte uit 1911-1914, het tweede gedeelte gaat tot 1918. Het eerste gedeelte is meestal afkomstig van het Fonds Goldschmidt, enkele van het Fonds Braillard en de collectie Wibier. Deze fondsen bevinden zich in het archief van het Afrikamuseum te Tervuren (KMMA), waar ze ook gedigitaliseerd werden.

Het tweede gedeelte (leger en oorlog) is vooral afkomstig van het Legermuseum te Brussel en de collectie Moulaert van het KMMA. De foto's 4-27 tot en met 4-72 kunnen hier dus niet afgedrukt worden.

De S.F.R.- ontvanger.

De ontvanger: deze bestaat uit twee delen, de "résonateur universel", dit is de afstemming, en de "boîte réceptrice", dat is het detectie-gedeelte. Zie hiervoor de afbeeldingen 4-58 tot 4-63.

Voor de opstelling werden te Roubaix een aantal tekeningen gevonden die een beeld van de opbouw van de ontvanger geven. Een laatste tekening geeft nog een beschrijving van de onderdelen. U vindt deze afbeeldingen terug op de bijgevoegde CD. Afbeeldingen 4-55 en 4-56 geven een S.F.R.-plan van de installatie (niet altijd exact overgenomen in Kongo). Afbeeldingen 4-58, 4-59, 4-60 en 4-61 geven een schematisch plan, een voorzicht, boven-zicht en zijzicht van de afstemming, afbeeldingen 4-62 en 4-63 geven voorzicht en bovenzicht van de detectie. Een zijzicht ontbreekt.

De afstemming

We vertrekken van afbeelding 4-58. Het antennesignaal komt binnen over een glijspoel en komt terecht op twee inductief gekoppelde spoelsystemen, elk bestaande uit vier spoelen die boven elkaar geplaatst werden. De mate van koppeling wordt bepaald door de bovenste spoelen meer of minder naar omhoog te draaien. Door de schakelaar, duidelijk te zien onderaan in het midden van afbeelding 4-60, kunnen in zowel de primaire als de secondaire van de koppelspoelen, verschillende secties in serie ingeschakeld worden.
Namelijk één, twee, drie of vier secties. Die keuzebepaling stelt men vast linksboven afbeelding 4-58 (zie ook detailtekening). De linkse spoelen (van één tot vier) vormen met de glijspoel en één der getekende condensators de primaire afstemming. De rechtse spoelen (ook van één tot vier) vormen met één der condensators rechts boven op de afbeelding de secundaire afstemming.
Op afbeelding 4-60 vindt men ook de regeling van de twee variabele condensatoren links en rechts onderaan.

De detectie

Op afbeelding 4-58 ziet men midden rechts de tweemaal drie connectoren die afstemming met detec-tie verbinden (ze zijn terug te vinden rechts bovenaan op afbeelding 4-60 en midden bovenaan op afbeelding 4-63).
Nog op afbeelding 4-58 vindt men rechtsonder 1 kristaldetector en 3 elektrolytische detectoren, links daarvan drie condensators waarvan één variabele.
Daaronder de verbindingsdraden voor de koptelefoon, en rechts daarvan een spanningsdeler. Door de schakelaars NM bovenaan (ook rechtsboven op afbeelding 4-60), N'M' onderaan (ook links onderaan op afbeelding 4-63) en de schakelaar EC (ook linksboven op afbeelding 4-63) wordt één der vier configuraties bepaald zoals aangegeven linksonder afbeelding 4-58 (schakelaar EC - zie afbeelding 4-63 - bedient de drie elektrolytische detectoren en de kristaldetector).
De elf standenschakelaar onderaan midden afbeelding 4-63 bedient de spanningsdeler die bestaat uit verschillende weerstanden voor de vóór-polarisatie van de ingeschakelde detector. Rechts onderaan de bediening van de condensatoren, rechtsboven de regeling van de variabele condensator.

De S.F.R.-zender van 5 kW

De zender:

Dat was een vonkenzender, met een vermogen van 5 kW, geleverd aan de vonkenbrug. We beschrijven een uitvoering van de zender aan de hand van de inventaris van de vonkenzender te Banana van 5 juli 1912 (148), en het schema. van S.F.R, zie afb. 4-57. Op het schema wordt de alternator aangedreven door een gelijkstroommotor, terwijl in Kongo de aandrijving gebeurde door een benzine-petroleummotor (zie afb. 4-56).
De vonkenzender werd gevoed door een alternator met hulp-dynamo (excitator). De alternator werd aangedreven door twee motoren Aster van respectievelijk 12 en 7 pK.
Via riemoverbrenging kon men schakelen tussen één van de twee motoren, waarbij de andere dienst deed als reserve. De alternator was van het type monofase 600 Hz, 300V bij 2250 tpm. De hulpdynamo leverde 120 V, 6 A bij 2250 tpm. Op het controlepaneel was een rheostaat aanwezig om de excitatie van de alternator in te stellen voor het regelen van de spanning van de alternator. De alternator werd belast met veiligheidslampen, om hem te beschermen tegen nullast door de onderbrekingen van de stroom, veroorzaakt door de seinsleutel bij het morseseinen, en bij het uitschakelen van de zender. Het controlepaneel bevatte een thermische volt- en ampèremeter en een frequentiemeter type Ferrié.
Met een tweepolige drukschakelaar kon men de volt- en frequentiemeter uitschakelen. Op het controlepaneel was tevens een bipolaire stroomonderbreker aanwezig, met vier getuigenlampen. Een transformator voerde de wisselspanning op tot ongeveer 8000 V, bij een vermogen van 5 kW, voor het voeden van het oscillatorcircuit. Dit bestond uit een vonkenbrug en een trillingskring. De trillingskring bevatte een batterij moscickicondensators en een regelbare oscillatorspoel. Een elektrode van de vonkenbrug was uitgevoerd als een metalen schijf, en de andere als een metalen stift op enkele millimeter afstand van elkaar. Een ventilator leverde een constante luchtstroom via een lange buis tussen de twee elektroden. Hierdoor werden de vonken geblust, wat zeer korte vonken opleverde, en een hoog rendement van de zender. De oscillatorspoel was gekoppeld met een vaste spoel in de antennekring. Tevens was een variometer (regelbare spoel) in de antenne opgenomen, om de eigen frequentie van de antennekring af te stemmen op deze van de oscillatorkring. Via een relais kon men schakelen tussen zenden of ontvangen. De antenne heeft een eigen golflengte van 800 m. Ze bestaat uit drie koperen draden, die worden gedragen door twee houten masten van 37,5 m uit drie delen, op een afstand van 80 m van elkaar verwijderd. Later werd ook de Goldschmidt-vonkenbrug gebruikt (zie afb. 4-11). Deze wordt besproken in hoofdstuk 7, p 169.

Verder verloop van het verhaal.

Enorme hindernissen waren overwonnen: slecht rendement van de inlandse helpers, optrekken van een groot aantal gebouwen, zowel voor de toestellen als voor de agenten, met materialen ter plaatse gevonden, zenders die stuk geraakten of zelfs verdwenen, antennemasten in hout, moeilijk op te richten en aangevreten door termieten en andere insecten, vernietigd door olifanten, hectaren oerwoud die moesten ontbost worden, transportmoeilijkheden die soms maanden vertraging veroorzaakten, enz. Om een idee te geven van die laatste problemen laten we Braillard even een anekdote vertellen, beschreven in 1920 (149):

"Het volledig materieel voor de post van Kilo (ongeveer 50 ton) werd ingescheept einde maart 1916, een deel te Londen, een deel te Marseille, en een deel te La Pallice (150), naar gelang het gewicht van de colli's. Langs de weg La Pallice – Matadi – Stanleystad mochten ze 100 kg niet overschrijden, langs de weg Marseille – Mombassa – Uganda was dat max 200 kg. Het volledige materieel diende dus te worden ontmanteld. Motoren, elektrische machines en vijf metalen masten, waarvan één van 100m, moesten gedemonteerd worden tot pakketten van 100 tot 200 kg. Tussen Stanleystad en Kilo gebeurde het transport op de rug van dragers, over een traject van 700 km, en dit nam ongeveer drie maand in beslag. Het transport langs Stanleystad werd ongelukkiglijk onmogelijk omwille van de belemmering veroor-zaakt door het leger: materieel voor militaire operaties had voorrang. Het T.S.F.- materieel dat een eerste keer langs La Pallice verstuurd werd moest een tweede keer langs Mombassa passeren ! Wat in maart 1916 vertrokken was is pas in januari 1917 te Kilo beginnen aankomen, en dan nog zeer onregelmatig en onsamenhangend. Het meer van Kioga was begin 1917 overspoeld door grassen en onbevaarbaar geworden, zodat de transporten langs Uganda bijna een jaar onderbroken werden. Hierdoor kwam de rest van de zending van 1916 slechts begin 1918 in Kilo aan, en in mei 1918 was nog steeds niet alles ter plaatse".

Uit een heel onverwachte hoek komt eindelijk wat nieuws over Goldschmidt's aanwezigheid in Elisa-bethstad. En wel uit het "Bulletin Agricole du Congo Belge"!

Edmond Leplae, de toenmalige direc-teur- generaal van Landbouw (151) had een verslag geschreven van zijn reis door Senegal, Neder-Kongo en Katanga. We herinneren ons dat Goldschmidt en Wibier te Boma toekwamen op 1 juli 1911. Goldschmidt installeerde een zender te Leopoldstad en reisde op 12 juli door naar Elisabethstad, over Loanda en de Kaap.

Dinsdag 8 augustus schrijft Leplae: "[…] Je rends visite à M. Robert Goldschmidt, qui vient d'arriver de Bruxelles par le Bas-Congo pour installer la télégraphie sans fil. Je voudrais faire un essai de télé- phonie sans fil et, comme M. Goldschmidt a amené avec lui un électricien et des appareils, je m'em-presse de saisir cette occasion inespérée pour essayer […].

Woensdag 9 gaat hij verder: "Entrevue le matin avec M. Goldschmidt; nous causons de la téléphonie sans fil, qui serait de la plus haute utilité pour relier entre elles les stations agricoles. M. Goldschmidt a fait venir un appareil, que nous essayerons entre Elisabethville et Kinsengwa, soit une distance de 30 km environ; la mission agricole supportera les frais, peu élevés du reste, de cette expérience. […] Dîné le soir chez le Vice-Gouverneur général, avec MM. Harfeld, Goldschmidt et De Meulemeester."

De kruisantenne , "antenne en croix" van R. Goldschmidt. Goldschidt et Braillard, La T.S.F. au Congo Belge, p 55, 1920.Afb. 4-73 De kruisantenne , "antenne en croix" van R. Goldschmidt. Goldschidt et Braillard, La T.S.F. au Congo Belge, p 55, 1920.

En nog een laatste berichtje op maandag 2 oktober 1911: "[…] M. Arndt, ingénieur de M. Gold-schmidt, me fait savoir que le premier essai de téléphonie sans fil a réussi entre l'Etoile et Elisabethville […]. Veel is het niet, maar we weten nu dat ingenieur Arndt bij Goldschmidt was, dat telefonietoestellen vanuit Laken meegebracht waren, en dat er ook geslaagde testen mee uitgevoerd werden. Meer gegevens over die toestellen hebben we niet. Met "l'Etoile" wordt verwezen naar de kopermijn "l'Etoile du Congo". Niet ver hiervandaan werd Elisabethstad in 1910 opgericht. Het verdere verloop is nog onontgonnen terrein.

Maatregelen tegen de atmosferische storingen (zie kader hieronder).

Bij de uitzending:

- Men kon sterkere zenders gebruiken. Gezien het voorziene budget was dit echter niet mogelijk. En, de zeer zware grotere zenders waren praktisch niet ter plaatse te krijgen.

- Men gebruikte in het begin golflengten van ca 600 à 800 meter.
Tijdens de testen stelde men vast dat langere golflengten het beter deden (de Fransen hadden dit ook reeds opgemerkt tijdens de opstelling van de posten te Pointe Noire en Brazzaville), en er werd overgegaan naar lengten van meer dan 4.000 m. Boven 6.000 m had de absorptie van de zon geen invloed meer. Vanaf 1912 waren alle gebruikte golflengten langer dan 2.000 m. Hiervoor werden systematisch langere antennes gemonteerd. En vanaf 1912 werd na verscheidene testen geopteerd voor een "kruisantenne" (antenne en croix, système Goldschmidt) (afb. 4-73). Deze "open" antenne had niet het nadeel van de "gesloten" parapluantenne (op de tekening ziet men reeds het latere gebruik van de "pylônes", masten met metalen profielen, daarvoor waren het masten met boomstammen, aan elkaar vastgemaakt).

- een akoestische selectie, reeds verwezenlijkt door Goldschmidt in 1907 (Tervuren) en rond dezelfde periode door Blondel: een onderscheid maken tussen de klank van de parasieten en die van de signalen. Atmosferische parasieten brengen een geluid in de koptelefoon dat gelijkenis vertoont met een min of meer gekapt trommelgeluid. Het was moeilijk te onderscheiden van de vroegere morsesignalen. Een onderscheid werd nu verkregen door de klos van Ruhmkorff en de alternatoren van 50 Hz te vervangen door alternatoren van 500 tot 1.000 Hz, zodat de golftreinen relatief korter naast elkaar lagen, en de frequentie van die golftreinen dus veel hoger lag. Voor alle duidelijkheid: elke golftrein heeft een eigen zendfrequentie, bv (zie kader)1MHz (300 m golflengte). Het is het snel na elkaar optreden van die golftreinen, in een bepaalde frequentie dus, liggend in de gehoorzone, dat een toon voortbrengt. Dat was vroeger een toon van 25-50 Hz, zeer laag dus. Een frequentie van 500 - 1.000 Hz geeft een veel hogere toon. Bij de ontvangst krijgt men dan in de koptelefoon een toon die sterk afwijkt van die van de storingen. Men noemde dit de "zingende of muzikale uitzendingen" (émissions chantantes ou musicales). Van bij het begin werden alle zenders van dit systeem voorzien.
Verscheidene types van vonkenbruggen werden getest om een zuivere toon te produceren.

- de syntonisatie: hoe zuiverder de golven, hoe beter de syntonisatie bij de ontvangst. De zenders werden derhalve zo goed mogelijk afgeregeld om één enkele golf te bekomen die zo weinig mogelijk gedempt werd.

De ionosfeer en zonneabsorptie (demping)

Omdat kleine delen van de energie van het signaal verloren gaan door botsing met in de atmosfeer aan-wezige elektronen, ionen en atomen, wordt hierop energie overgedragen. Deze deeltjes absorberen dus wat energie.
Dit verlies van energie noemen we dan absorptie.

Genoemde deeltjes bevinden zich voornamelijk in de ijle delen van de atmosfeer, van 40 tot 400 km hoogte, de ionosfeer, en worden gevormd door de zonnestraling: elektronen worden losgeslagen uit hun baan rond de kern van het atoom. Hierdoor ontstaan grote wolken vrije elektronen en, wat er overblijft, evenzoveel ionen (een positief ion is bv een atoom waaraan een elektron ontbreekt). En deze wolken vrije elektronen reflecteren de radiosignalen.

De hele ionosfeer bestaat uit een aantal lagen die elk specifieke reflectie-eigenschappen hebben die worden bepaald door de mate van invloed van de zon.
We onderscheiden, van beneden tot boven, de D-, E- en F-laag.
De zon bepaalt de ionisatie (zonneabsorptie). Er zijn echter 3 invloeden:

- de 11-jarige cyclus van de zon (om de ca 11 jaar vertoont zij een maximum in haar energie-uitstraling).

- de tijd van het jaar, dus het seizoen (sterke ionisatie als de zon het hoogst staat (zomer).

- de tijd van de dag (tijdens de dag sterkere ionisatie dan 's nachts). Bij sterke ionisatie is er ook sterke absorptie, en dus minder reflectie van de signalen. Deze reflecties zijn verschillend voor de verschillende frequenties. Om kort te zijn:

- Signalen groter dan 3000 m (kleiner dan 100 kHz): zeer geringe verzwakking van de bodemgolf en dus grote reikwijdte (1.000 - 10.000 km). De langere ionosfeergolven (de kleinere frequenties) worden weer-kaatst tussen aarde en de D-laag en planten zich goed voort over zeer grote afstanden.

- Signalen tussen 600 en 3.000 m (0,5 MHz en 0,1 MHz): de reikwijdte van de bodemgolf wordt groter met afnemende golflengte. De ionosfeergolven dringen overdag door de D-laag, en worden gereflecteerd door de sterker geïoniseerde E-laag. Overdag heeft de bodemgolf dus de meeste betekenis. Na zonsondergang verdwijnt de D-laag totaal, en een restant van de E-laag reflecteert de golven echter nog, zodat 's nachts de reikwijdte vergroot wordt door de ionosfeergolven.

We beperken ons tot deze golflengten, daar kortere golven in Kongo toen niet gebruikt werden.

Bron: Leerboek voor de zendamateur, Veron, hfdst 8.1, Propagatie (korte passages hieruit), pp 238-241, tweede druk, 1983 (met toelating).

Andere atmosferische storingen'

's Nachts waren de signalen dus sterker, maar dan had men te kampen met hevige atmosferische storin-gen. Deze "parasieten", of voor de Engelsen "statics", of "Xs", of "Strays", zijn te horen als een min of meer hevig geknetter, continu of wisselend. Ze zijn vooral te wijten aan onweders, maar ook algemeen aan het instabiel elektromagnetisch veld van de atmosfeer. De proefnemingen in Kongo hebben ook aangetoond dat de zonneactiviteit eveneens een actieve rol speelt bij de activiteit van de parasieten.

Bij de ontvangst:

- Er was al een hele tijd overgegaan op de koptelefoon, in plaats van de vroeger gebruikte morse-schrijver, die slechts twee toestanden kon interpreteren: signaal of geen signaal. Met de telefoon kon men storingen en signalen uit elkaar halen, en zwakke van sterke signalen onderscheiden.

- de detectors: geen coherers meer, maar kristaldetectors. Het galène voor zijn gevoeligheid en het carborundum voor zijn grotere standvastigheid tijdens de storingen. Vanaf 1917 werden ook hoogfre-quent- en laagfrequentversterkers met lampen ingezet. Braillard heeft die dat jaar met succes in Kongo getest (meer details hierover in een later hoofdstuk).

- de antennes: deze ontvangen zowel de signalen als de parasieten. Hoe langer en hoe hoger, hoe meer parasieten ze ontvangen. Men is dan overgegaan op antennes die 1 meter tot zelfs enkele decimeters van de grond aange-bracht werden. Ze werden ook gericht naar de zender die moest ontvangen worden. Maar soms kon dit toch een omgekeerd effect hebben, zodat uiteindelijk op verschillende hoogtes antennes geplaatst werden die met een meervoudige schakelaar konden worden bediend.

Gedempte golven en "zingende" uitzendingen.

De elektromagnetische golf, verwekt door de alternator (vroeger een Ruhmkorffklos of een tragere alternator), wordt uitgestraald door de antenne met de snelheid van het licht c. De golflengte wordt aangeduid door λ (de Griekse lambda). In het voorbeeld is: λ (golflengte) = 300 m c (lichtsnelheid) = 300.000 km/sec De vonkenbrug geeft hier 600 vonken /sec. Elke vonk doet een golventrein ontstaan. Elke trein van het voorbeeld bestaat uit 50 golven (perioden). Er worden dus 600 golftreinen van 50 golven per seconde uitgezonden. Na de 50ste golf is elke golftrein uitgestorven. Voor de duidelijkheid worden hier slechts een tiental golven getekend.

Gedempte golven: twee golftreinen.

Afb. 4-74 Gedempte golven: twee golftreinen.
Cahen Roger R., Cours de radio, p 20, 1929.

Albert Wibier.

Tussendoor een kleine biografie van de hoofdverantwoordelijke van de hele organisatie. Albert Emile Jules Wibier (Ronse, 1876 – Elsene 1952) was zeer jong in het leger getreden, en verliet op 21 jaar de Koninklijke militaire school als onderluitenant. Reeds in de periode waarin Goldschmidt in het justitiepaleis zijn telefonietesten uitvoerde, kreeg Wibier interesse voor draadloze telegrafie.
Na de reis van de Koning doorheen Belgisch Kongo, en het voornemen om opnieuw de mogelijkheid van draadloze communicatie in de kolonie te onderzoeken, informeerde generaal Jungbluth bij de Fransen. Daar kreeg hij hoopvol nieuws: hun recente testen in West-Afrika waren bemoedigend .
We zagen dat Goldschmidt aangesproken werd om de zaak te bestuderen, en Wibier werd gevraagd zijn hulp te bieden bij die studie. Het vervolg van de installatie van draadloze telegrafie in Kongo leest u in dit hoofdstuk.
Wibier had ook zijn opdracht ontvangen van de Civiele Lijst. Om deze reden bestaan er zoveel brie-ven tussen hem en graaf de Briey, en zijn er meer gegevens terug te vinden. Dat verklaart ook waarom men meer te weten komt over gebeurtenissen in het verre Kongo dan die in eigen land: correspondentie is tijdverlies en heeft geen reden van bestaan als men elkaar elke dag kan zien.
Er werd te Stanleystad in 1912 ook nog een school opgericht. We vertellen daar iets meer over in het hoofdstuk over de school van Laken. Eind december 1912 vertrok Wibier vanuit Matadi naar België (152). Hij werd in Kongo door Verdickt vervangen (153).

Wibier werd aangesteld voor de verdediging van het fort van Antwerpen, en bij het uitbreken van de oorlog kreeg hij het bevel over een regiment van grenadiers. Minister de Broqueville gaf hem de opdracht de dienst voor militaire draadloze telegrafie op te richten, waarvan hij directeur-generaal werd. Aan het front van de IJzer startte hij met drie posten voor telegrafie en 12 specialisten (meer details in een verder hoofdstuk over het leger). Na 5 jaar, in mei 1920, nam zijn opdracht een einde, en waren er 500 posten geïnstalleerd en 1.800 mensen opgeleid, werden twee telegrafiescholen opgericht, en een atelier voor montage en herstellingen. Heel die tijd (tot in 1925) behield hij ook zijn functie van directeur-generaal van de telegrafische dienst van het ministerie van koloniën. Op 20 juni 1925 werd hij kabinetschef van het ministerie van nationale defensie en in 1926 vervoegde hij opnieuw zijn regiment. Hij werd luitenant-generaal in 1934. Ondanks zijn pensioen op 1 juli 1938 werd hij terug opgeroepen omwille van de politieke situatie in Europa, maar in 1941 mocht hij zijn pensioen hernemen. Hij stierf te Elsene op 26 juni 1952. Wibier is zich steeds voor de gebeurtenissen in Kongo blijven interesseren. Reeds vanaf 1928 stond hij, samen met minister Jaspar, achter het project voor radio-omroep in de kolonie. Hij was ook sterk voorstander van het gebruik van korte golf voor de verbinding met de kolonie. De eerste uitzendingen van Radio Belgisch-Kongo kwamen er echter pas in 1940 bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog (154).

Het verloop van de eerste jaren.

De keuze van de plaats voor de installatie hing soms af van tegenstrijdige voorwaarden: zo moest de ondergrond stevig zijn voor een minimum aan funderingen, maar ook vochtig en goed geleidbaar voor een goede aarding en een hoog rendement van de zender. Hele stukken oerwoud moesten soms uitgedund worden, tot een oppervlakte verkregen was van ca 50 ha.
In het begin werden de gebouwen opgetrokken met de voorhanden zijnde materialen: hout, stenen, ter plaats gefabriceerde bakstenen.
De antennemasten waren aaneengezette bomen, die hierdoor soms een hoogte van 65 m bereikten.
Het optrekken door ongeschoolde inlanders verliep moeilijk.
De masten hadden al snel last van ongedierte, ze werden de eerste jaren volledig vervangen door de nieuwe metalen masten. De kostprijs voor de installatie was vier tot vijf maal kleiner.
De antenne-isolators werden uitsluitend in porselein uitgevoerd. Alle andere materialen zoals eboniet, rubber, balatá (155) werden door zon en regen aangetast en vernietigd.

Afb. 4-75 Vermoedelijk voorstel van de antenne van Verd'hurt. Eigen foto.Vermoedelijk voorstel van de antenne van Verd'hurt. Eigen foto

Ik meldde al dat men overgegaan was naar de kruisantenne van Goldschmidt. Het zou kunnen dat dit een verbeterde versie was van een antenne door Verd'hurt voorgesteld en uitgetest, in zijn zoektocht naar de beste antennes voor de langere te gebruiken golflengten. Een mededeling hierover werd ons bezorgd door Budja Mosumbuli in "La Meuse" van 9 juni 1913. Schrijver situeert deze antennetesten bij de oprichting van de post van Stanleystad, voordat deze post Kikondja bereikte, dus een heel eind vóór 1913. Ik geef de originele uitleg, gezien er geen schets bijgevoegd werd:

[…] "C'était un groupe de trois antennes aboutissant chacune aux côtés d'un triangle équilatéral de soixante mètres de côté, supporté par trois mâts de cinquante mètres. Chaque antenne avait sa descente propre et était composée de six fils de cent vingt-cinq mètres, allant en éventail à une drisse tendue entre deux mâts de trente mètres.
Les résultats dépassèrent les prévisions. Les ondemètres permirent de constater que cette nouvelle antenne donnait 3.600 mètres de longueur d'onde. Sa capacité fut constatée très grande. A l'essai, le rayonnement était idéal. […]

Hierboven een schets(afb. 4-75)van een mogelijke opstelling. De masten A staan 60 m uit elkaar en zijn 50 m hoog. De antennes zijn 125 m lang en zijn bevestigd op een dwarstouw (of kabel), gespannen tussen telkens twee masten B van 30 m lengte.
Mosumbuli bedoelde vermoedelijk "coins" du triangle i.p.v. "côtés" du triangle, want dan zouden drie touwen (of kabels) van 60 m moeten gespannen zijn tussen de masten A, om in het midden de antennes op te vangen.
En de schets van afb. 4-75 gaat in de richting van de kruisantenne van Goldschmidt: hier worden de drie masten A vervangen door één mast, en er worden 4 maal 4 antennes geplaatst i.p.v. 3 maal 6. En bij het voorstel van Goldschmidt worden 4 masten minder gebruikt.
Voor de aarding bracht men in de bodem, tot op een vochtige laag, zinken platen aan onder de zend-post. Deze werden dikwijls verlengd door ondergegraven koperen draden die het beeld van de antenne volgden.

Volgens Braillard waren de motoren tot aan de oorlog nog van buitenlandse afkomst. Slechts dan zouden bestellingen geplaatst zijn bij "een Belgische firma", vermoedelijk ACEC dus (zie verder). Het is vreemd dat Braillard in zijn boek nooit een bedrijf bij naam noemt…
Nog later werd voor deze motoren met succes palmolie gebruikt, een goedkope koloniale brandstof! Voor de alternatoren had men nu Belgische exemplaren.
Voor de ontvangst kreeg men in het begin mooi verpakte condensatoren, spoelen, enz., maar zij beïnvloedden elkaar zeer sterk, hadden een hoge demping, slecht rendement en syntonisatie.

Gevolg: veel zoekwerk, veel tijdverlies, veel mislukkingen.

De ontvangerspoelen kregen vanaf 1912 grotere diameters, om die reciproque beïnvloeding tegen te gaan. De condensatoren hadden nu een diëlectricum van lucht. Alle onderdelen werden mooi ge-scheiden, voor eenvoudiger onderhoud en het vermijden van elektrische reacties. Te Laken werden ze met glasplaten ontworpen, ze waren elektrisch sterker en ook goedkoper, en hadden een beter rendement. Bij hun aankomst in Kongo echter, was gemiddeld 20 % door het transport vernield, zodat een minutieuze verpakking bestudeerd werd die het verlies tot 1 % bracht.

En vanaf 1917 werden reeds lampen aangewend.

De vonkenbrug bestond uit een buisje en een plaat. De vonk werd door een sterke luchtstroom weg-geblazen. Het systeem werkte wel, maar het had twee zwakke punten:


- de alternator met 600 perioden moest zich in perfecte resonantie bevinden met het laadcircuit van de condensator. Maar door snelheidsveranderingen van motor en dus ook van de alternator werd die toestand soms niet bereikt. Hierdoor werd de toon van de vonk instabiel, en kon een vlamboog ontstaan.
- de vonkenbrug bracht een ongedempte vonk voort, zodat de antenne twee golven kon uitstralen, de ene iets korter en de andere iets langer dan de eigen frequentie van de antenne. Er ontstaat namelijk een zwevingsverschijnsel wanneer de koppeling van de oscillator met de antennekring te sterk is. Bij een losse koppeling ontstaat er maar één frequentie, en verkrijgt men een duidelijker signaal en een betere syntonisatie bij de ontvangst. De vonkenbrug werd hiervoor aangepast en na veel zoeken werd een goede regeling bereikt van de verschillende organen, zodat één enkele zuivere frequentie verkregen werd. Die regeling was echter te gevoelig. Er moest steeds weer bijgeregeld worden door het veranderen van de capaciteit van de condensatoren, door variaties bij de vonkenbrug, vervanging van onderdelen, enz.

Vanaf 1913 werd dan overgegaan tot het gebruik van impulsen, wat in het Frans "excitation par choc" genoemd werd.

Vanaf de eerste vonk van de ontlading moest in het condensatorcircuit een zo groot mogelijke dem-ping ontstaan. Op die manier kreeg de antenne één impuls, en oscilleerde zij met haar eigen frequentie en demping.
De golf had nu een zuivere, enkelvoudige frequentie en liet een betere syntonisatie toe bij de ont-vangst. De impuls-toestellen werden door Braillard en zijn mensen nog aangepast en verbeterd, zodat nu een sterke koppeling mogelijk was met behoud van de unieke frequentie. Het rendement lag dan ook hoger en een precieze afstemming tussen antenne en oscillator was niet meer zo belangrijk (nuttig detail in de brousse).
De eerste, dikwijls voorlopige gebouwtjes, werden vervangen door de nieuwe afkomstig uit de school van Laken. Ze waren fraaier en boden meer weerstand aan de zon.
Er waren speciale ontwerpen voor machinezalen, zalen voor uitzending en ontvangst, magazijnen, personeelswoningen, die ook in kisten naar Kongo verstuurd werden.

We zagen dat Basoko erbij kwam op 15 februari 1913 en Basankusu op 6 maart 1914. De posten Lisala en Basoko waren reeds in verbinding over dag. De lijn Stan-Lowa-Kindu-Kongolo-Kikondja-Elisabethstad werd opengesteld voor de publieke dienst op 22 februari 1913 (156). De dienst werd als volgt opengesteld:

Op werkdagen, van 7u tot 11u30 en van 14u tot 17u. Op zondagen en feestdagen, van 7u tot 10u30 en van 16u tot 17u

De taksen per woord, vertrekkende van Elisabethstad, werden als volgt bepaald: Kikondja, 0,30 Fr., Kongolo, 0,60 Fr., Kindu, 0,85 Fr., Lowa, 1 Fr., Stanleystad, 1,25 Fr., Lisala, 1,55 Fr., Coquilhatstad, 1,90 Fr. Wanneer op het bestemmingsadres geen radiotelegrafische post voorzien was, werden de berichten door de laatste operator overgemaakt aan de postdienst. In dat geval moest door de afzender een supplementaire taks betaald worden van 15 centiemen, en moest op het bericht, vóór het adres, de afkorting p.p. aangebracht worden (poste payée) (157).

Lowa, niet meer nodig, werd op 13 juni 1913 afgeschaft, en overgeplaatst naar Basankusu. Volgens d'Argenteuil, in een vroeger schrijven (158), werd op 8 oktober 1912 een dagelijkse dienst ingevoerd tussen Boma en Brazzaville. De kleine post van Kinshasa ontving van Brazza de radiogrammen, aldaar van Banana-Boma toegekomen, over Loango, of rechtstreeks van Boma. Maar in een brief van Goldschmidt aan de minister van koloniën ( 30 januari 1914) lezen we dat de zender van Kinshasa (die door hem was opgesteld in juli 1911) sinds 13 november 1913 buiten gebruik was, en voorlopig volgens bepaalde statistische rapporten tijdelijk vervangen werd door de zender van Boma.
De vaste telegraaflijn Leopoldstad-Coquilhatstad werkte slecht.
In 1914 werd dan na veel moeilijkheden een grotere post te Kinshasa opgericht (afb. 4-27). In de Kasai ontstond nog de post van Lusambo. In 1915 en 1916 woedde de oorlog in Oost-Afrika en hiervoor werden nog de posten Lukuga en Bunia-Kilo voorzien (zie verdere hoofdstukken). Al deze posten hadden een vermogen van 5 kW. Men moest volgens contract aan een debiet van 25.000 woorden per maand geraken, met afstanden tussen 250 en 600 km.
Dit werd vlug overschreden. Op het ogenblik dat Braillard zijn verhaal schrijft (1920) had men al 100.000 woorden per maand bereikt.
De heer Jamotte werd ingenieur-directeur van de exploitatie in Afrika. Werkten verder nog mee aan het project (zonder garantie van volledigheid): de heren Mathieu, Mouchet, Teunkens, Van Cleynenbreugel. Bezerie werd secretaris generaal, ingenieur Paul Gold-schmidt, lesgever in de school van Laken, werd zoals gezegd later de bouwer van de zender te Baarle-Hertog (zie verder). Ingenieur Van Soust de Borkenfeldt, werd naderhand beheerder van "Radio Belgique" en de eerste directeur-generaal van het N.I.R.-I.N.R. (1930).

Men moet goed beseffen dat het hele T.S.F.-project in Kongo niet altijd van een leien dakje gelopen is. Braillard stelt het soms te rooskleurig en positief voor in zijn boek, en Goldschmidt moet in zijn brieven soms zijn beste talenten laten botvieren om de Belgische politieke administratie te overtuigen van het "tijdelijk karakter" van sommige problemen. Hij tracht dan ook met alle middelen een uitleg te verschaffen: … het duurt altijd een zekere tijd om de uitvoering van de dienst in nieuwe posten zijn regelmatige vaart te bezorgen...uw opnamerapport toont aan dat verschillende reeksen van telegrammen reeds hun bestemming bereikten onder enigszins normale tijdsvoorwaarden… gewerkt in een streek waar de onweders bijna continu aanwezig zijn… de houten masten werden nog steeds niet door metalen masten vervangen… tezelfdertijd worden elektrische reserve-installaties of installaties van groter vermogen geïnstalleerd…enz. Er komt geen einde aan…
Maar het is een feit: in de Europese geïndustrialiseerde landen had men geen benul van de muur waarvoor men stond om soms ogenschijnlijk simpele zaken te verwezenlijken waarvoor men hier slechts een knipoog nodig had.
Derhalve kunnen we gerust stellen dat deze pioniers niet alleen een niet te onderschatten prestatie leverden, gezien de weersomstandigheden, het gebrek aan materiaal, gebrek aan comfort, de grote afstanden doorheen ongerepte streken, de tropische ziekten, het ongedierte, enz., maar dat hierdoor ook weer een wereldprimeur ontstond:

voor de eerste maal in de geschiedenis werd zulk draadloos telegrafisch netwerk in de tropen geïnstalleerd!

Congo - Gebrek aan komfort, enz. OK, maar af en toe kon er toch een mooi dinertje af…

Afb. 4-76 Gebrek aan komfort, enz. OK, maar af en toe kon er toch een mooi dinertje af…
Echos et nouvelles, Le Carillon, 9-10 mai 1914.

Voetnoten

105 Broken Hill, nu Kabwe genoemd, is de hoofdstad van de Centrale provincie van Zambia (vroeger Rhodesië), ca 325 km ten zuiden van Elisabethstad (nu Lubumbashi).

106 L'Etoile du Congo, de eerste kopermijn van Katanga, ca 15 km van het toekomstige Elisabethstad (1910), zo genoemd naar koningin Elisabeth.

107 Livre d'Or de l'Exposition Universelle de 1910, inauguration du musée colonial de Tervueren, discours du Roi.

108 La télégraphie sans fils au Congo, La Tribune Congolaise van 13 april 1916. De Koning sprak in het paleis van Brussel, als antwoord aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

109 G. Moulaert, Voies de communication et de transport au Congo-Belge, La Revue Congolaise, 1910.

110 Id., p 489.

111 Paul De Bremaecker, Notice sur la télégraphie sans fil, Congrès pour le perfectionnement du matériel colonial (expo 1910), 1910.

112 V.D. (naam niet gekend), Pose de deux câbles télégraphiques à travers le fleuve Congo, Belgique Maritime et Coloniale, pp 519-520, 8 octobre 1905. Inspecteur Magne van de Franse posten en telegrafen plaatste deze kabels (zie hoofdstuk De Bre-maecker). Hij had vroeger al de luchtijnen Loango-Brazzaville aangelegd. In 1910 werden testen uitgevoerd met optische tele-grafie (brief dd 13 augustus 1910 van minister Renkin (zie p 65) aan de gouverneur-generaal).

113 Paul De Bremaecker, congrès, art. cit.

114 R. Goldschmidt, Notice sur la télégraphie et la téléphonie sans fil dans leurs applications coloniales, Congrès pour le perfec-tionnement du matériel colonial, 14-18 août 1910.

115 Ducretet en Popoff hadden wel een ontvanger met coherer ontworpen in 1899, die werkte op het gehoor (koptelefoon). Door het verdwijnen van de coherer en de opkomst van andere detectoren is dit nooit verder onderzocht (Cornu A., Académie des sciences, Comptes rendus, Application directe d'un récepteur téléphonique à la télégraphie sans fil, Note de MM. Popoff et Ducretet, Paris, 1900.

116 Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, Expansion Belge, n° 4, avril 1913 en Emile Girardeau, Souvenirs de longue vie, p 60.

117 Robert B. Goldschmidt et Raymond Braillard, La télégraphie sans fil au Congo Belge, une œuvre du Roi, p 14,1920.

118 Paul De Bremaecker, La télégraphie sans fil dans les colonies anglaises, etc., Congrès du matériel colonial, 22-24 juin 1913, Le Matériel colonial n° 10, p 493, mai 1914.

119 Kosten gedragen door het speciale fonds dat opgericht werd door § 3 van artikel 4 van de acte toegevoegd aan het verdrag van overdracht van Kongo aan de Belgische Staat.

120 J. Renkin was tijdens de regering Schollaert sinds 30 oktober 1908 de eerste minister van Koloniën (de Kongo-Vrijstaat werd bij wet een Belgische kolonie op 18 oktober 1908).

121 De Briey heeft misschien in gedachten dat Katanga het verst verwijderd is van België, en dat het langs een andere weg bereikbaar is dan de rest van de kolonie. Maar er is zeker meer: Katanga was altijd een buitenbeentje. Er was zeer lang geen effectieve aanwezigheid van de Belgen. De grenzen waren onduidelijk (de akte van Berlijn – 1885 – was hierover zeer vaag). Er was geen oerwoud, dus geen rubber. Minder of geen olifanten, dus geen ivoor. Het was een uitgestrekt gebied van koninkrij-ken, met wrede heersers, wiens onderdanigheid moest afgedwongen worden. Er waren de Arabische slavendrijvers die moes-ten bevochten worden. En last but not least, de Engelsman Cecil Rhodes, de machtige imperialist (en stichter van Rhodesië, nu Zambia), die (zoals koning Leopold) een agressieve politiek van verovering en annexatie voerde, en nu het gebied van Katanga opvorderde voor het Brits Imperium. Hij had namelijk ook vernomen dat er koper te vinden was. Het volledige verhaal hiervan valt buiten het bestek van dit boek, maar feit is dat Katanga gedurende een paar decennia een eigen weg gegaan is (later ook nog). Vandaar misschien de opmerking van De Briey.

122 Loango lag enkele km boven Pointe Noire. De twee namen worden een tijd nogal door elkaar gebruikt. Hoewel de naam Pointe Noire de naam Loango slechts in 1922 volledig verdreven heeft, spreekt de Franse gouverneur Martial Merlin op 31 januari 1911 in een brief aan Goldschmidt reeds van "Pointe Noire". Vermoedelijk droeg een wijk van Loango toen al die naam.

123 Verschillende bronnen spreken van 4 februari, het meest voor de hand liggend, gezien ze toekwamen op 25 februari (21 dagen). Volgens een paar andere bronnen zou het 11 februari geweest zijn. Over Versluys wordt niets vermeld. Vermoedelijk was hij op dat ogenblik al een hele tijd in Kongo.

124 Deze gegevens en de volgende over Banana en Boma worden gehaald uit een zeer uitgebreid schrijven van vicegouverneur-generaal Fuchs aan minister van koloniën Renkin.

125 Vrije vertaling van zeer gedetailleerde gegevens gehaald uit een nota voor Gouverneur Fuchs, handgeschreven, niet getekend en zonder datum. We vonden het geklasseerd vóór het contract van 12 mei 1911 met de Broqueville

126 Brief van de vicegouverneur aan minister Renkin dd 4 mei 1911.

127 Die Funkentelegraphie im Belgischen Kongo, Koloniale Zeitschrift, 13. Dezember 1912.

128 Archief ministerie van buitenlandse zaken, dossier 3e DG/PTT: "Ouverture et création des postes de TSF (D)", liasse V.

129 Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, Expansion Belge n° 4, avril 1913.

130 De post werd oorspronkelijk op het hoger gelegen plateau van Lisala geplaatst. Door de slechte aarding werd hij 22 km verder naar Umangi overgebracht, aan de rand van de stroom. Het oerwoud moest 15 km in het rond uitgedund worden, met in de nabijheid menseneters! In de (latere) briefwisseling worden Lisala en Umangi soms door elkaar gebruikt. Door het verslag vermeld in voetnoot 125 weten we dat de overgang naar Umangi plaats had op 1 maart 1913. Het station werd in 1930 terug naar Lisala overgebracht. Er was al een telefoonverbinding tussen de twee plaatsen.

131 Le Mouvement Géographique, p 315, 18 juin 1911.

132 Le Mouvement Géographique, p 400, 6 août 1911 (overgenomen van Le Soir van 3 augustus 1911).

133 Eerste brief van Wibier aan de Briey, van op de "Segetini" (Wibier schrijft "Seggetin"), 24 juli 1911.

134 La télégraphie sans fil au Congo, Le Home, 30 avril 1912 (schrijver niet gekend).

135 Deze sterk geresumeerde biografie van Braillard haalden we uit G. Gourski, Biographie Rémond Braillard, Nouvelle biographie nationale, Bruxelles, 1987, en uit een niet gepubliceerde uitvoerige versie van dezelfde schrijver (archief familie Braillard, Omroep Museum vzw, Brussel).

136 Les Nans (niet Mans, zoals vermeld in het jaarboek uit 1934 van het N.I.R.), Franse gemeente in het departement Jura. In 2009 waren er 89 inwoners.

137 In 1920 verscheen het boek over zijn verblijf in Kongo: "R. Goldschmidt et R. Braillard, La télégraphie sans fil au Congo Belge. Une oeuvre du Roi".

138 G. Gourski, onuitgegeven biografie van R. Braillard, p 10 (archief familie Braillard, Omroep museum, Brussel).

139 Tussen Pierre Braillard en G. Gourski ontstond een uitgebreide briefwisseling, grotendeels aanwezig in het Omroepmuseum te Brussel. In 2012 hadden wij het geluk Pierre Braillard te ontmoeten. Zeer gewaardeerde contacten vloeiden hieruit voort.

140 Braillard schrijft hierover een boekje: "La radiophonie en Belgique", 1924.

141 G. Gourski, Biographie Rémond Braillard, Nouvelle biographie nationale, p 52.

142 N.I.R., Nationaal Instituut voor Radio-omroep, in het Frans I.N.R., Institut National de Radiodiffusion.

143 G. Gourski, onuitgegeven biografie van R. Braillard (archief Omroep museum, Brussel).

144 Victor Boin, La T.S.F. au Congo Belge, art. cit., 1913.

145 In mijn boek "Hallo, hallo, hier radio Laken…" (p 105) werden deze twee posten per ongeluk verwisseld.

146 La Tribune Congolaise, 21 december 1912.

147 Archief ministerie van buitenlandse zaken, dossier 3e DG/PTT, art. cit.

148 Poste Radio-télégraphique de Banana, Inventaire du Matériel, 5 juillet 1912, Archief Ministerie van Buitelandse Zaken.

149 R. Goldschmidt et R. Braillard, La télégraphie sans fil au Congo Belge, 1920.

150 La Pallice, industriële haven van La Rochelle (boven Bordeaux).

151 Edmond Leplae werd directeur-generaal van Landbouw benoemd in 1908. Het bulletin werd door hem opgericht in 1910. Hij voorzag in Kongo een landbouwkundig programma, waarvan de evolutie door het bulletin toegelicht werd. In 1911 was hij in Katanga, waar hij Goldschmidt ontmoette.

152 Le général Wibier, La Belgique militaire, 1938, pp 776-777. Dit wordt ook vermeld als "begin 1913" in een nota getekend door Wibier, en gevoegd bij zijn schrijven dd 5 juli 1922 aan colonel Conreur van de 3de karabiniers. Lederer (art. cit.) vermeldt 5 november 1913, maar hij bedoelde vermoedelijk 1912. D'Argenteuil tenslotte schrijft op 28 dec 1912 (La Tribune Congolaise) dat Wibier te Antwerpen toekwam op 16 december 1912.

153 A. Lederer, art.cit.

154 A. Lederer, art.cit.

155 Balatá: Manilkara bidenta of Ausubo, of Massaranduba, een natuurrubber getrokken uit de balatáboom, 30-45 m lang, is een goede elektrische isolator, goedkoper dan zijn gekende variant gutta-percha, waarmee vroeger elektrische leidingen bekleed werden (Dr. Dirk Mestach, Nijlen).

156 D'Argenteuil, La T.S.F. au Congo, La Tribune Congolaise, 1er mars 1913; Le Mouvement Géographique, 4 mai 1913.

157 Le Mouvement Géographique, 4 mai 1913.

158 D'Argenteuil, La T.S.F. au Congo, La Tribune Congolaise, 28 déc. 1912.