© Biografie Jean Schramme door Dhr. Neirynck Karim
Licentiaatsverhandeling 2de licentie geschiedenis 1997-1998 - Universiteit Gent - vakgroep Nieuwste Geshiedenis
Opgegroeid in België ( 1929-1947 )
Jean Schramme werd geboren te Brugge op 5 maart 1929 uit het huwelijk van Joseph
Schramme en Anna Dassonville, wiens huis gevestigd was in de Hoogstraat nr . 20.
Jean
was de jongste uit een gezin van vier kinderen.l Zijn zus Johanne trouwde later met een
Franse magistraat, zijn twee broers Raymond en Pierre werden respectieveiijk advocaat en arts
" Ik groeide op als een klnd van de hoge Vlaamse burgerij waar het bon ton was om zich in de Franse taal uit te drukken en voor wie het patriottisme gelijkstond aan de persoon van de Koning...ln mijn familie, die vele dienaren van de wet telde, waren woorden zoals recht en justitie meer dan alleen maar woorden. Het waren redenen om voor te leven en te sterven." (zie boek le bataillon léopard , Souvenir d'un Africain Blanc. "
Joseph Muylle, na zijn vader en moeder, de persoon naar wie de jonge Jean het meest
opkeek, werd geboren op 22 juli 1886 en was de schoonzoon van grootvader Joseph
Schramme. Deze laatste was de voorzitter vande MBZ ( de concessie-maatschappij van een
Brugse havens ), één van de voormannen in de vooroorlogse Katholieke Partij en tevens
secretaris van de Brugse afdeling van het Davidsfonds. In 1914 trok Joseph Muylle naar
Katanga in gerechtelijke dienst. In 1914 vroeg hij te mogen terugkeren naar België om in
het leger te dienen. Na de stabilisatie van het front keerde hij terug naar Kongo waari hij
eind 1916 werd bevorderd tot Substituut van de Procureur des Konings te Elisabethsrad. In
1917 keerde hij nogmaals terug naar België om, op eigen verzoek, zijn gesneuvelde broer
aan het front te vervangen. Na de oorlog is hij opnieuw in Elisabethstad om zijn tennijn te
beëindigen. Bij zijn terugkeer in België in 1920 werd hij lid van de Brugse balie en later
was hij Ere-Krijgsauditeur-Generaal bij de koloniale troepen. Hij u'as ook de initiatiefnemer bij de stichting van de Cercle Colonial et Maritime in1 921 en had uitstekende
relaties in de koloniale kingen, zoals bijvoorbeeld Lt Laude die rector was van de
Koloniale Hogeschool en diensthoofd op het Ministerie van Kolonieën. Op politiek vlak
toonde Joseph Muylle, die net als Joseph Schramme lid was van de " Amitiés Française ",
zich een aanhanger van het Fransgezinde en conservatieve Belgische nationalisme, om in
de jaren '30 zelfs af te glijden in rechtsautoritaire richting. Het einde van de" Eerste 'Wereldoorlog" zou een nieuw klimaat met zich meebrengen. Tegenover de accelleratie van
democratische en Vlaamsgezinde aspiraties ontstond bij bepaalde groepen een conservatie
ve en patriottische reactie. Geleidelijk aan werd het een katholieke en reactionaire
groepering. Basis van hun streven was nationalisme en katholicisme als voorwaarden voor
een geordende, hiërarchische maatschappij, beschermd door een autoritaire staatsstrucfuur
en een sterk leger als symbool van discipline en orde. Dit leidde tot heftige laitiek op het
parlementaire regime en aanhang van een corporatistische maatschappij en staatsstructuur
met een versterking van de uitvoerende macht : de zogenaamde zakenkabinetten. Deze
grote lijnen van tegenstelling, namelijk democratisch-Vlaamsgezind tegenover conserva
tief-patriottisch, zou men ook in de politieke partijen en dus ook te Brugge terugvinden.
De Katholieke Partij verioor door de invoering van het aigemeen enkelvoudig stemrecht
haar absolute meerderheid, maar bieef niettemin praktisch gans de periode de sterkste van
het land.
Op 23 september I92l ging zij over tot een reorganisatie op basis van standen, nam de
benaming Belgische Katholieke Unie aan en bestond uit vier groepen : de oude Fédération
des Cercles ( vroeger te vereenzelvigen met de partij, nu het conservatieve gedeelte ervan )
, de Boerenbond, de nationale Liga der Christelijke Arbeiders en de Christelijke Federatie
der Middenstand. De behoudsgezinde katholieken hadden moeite zich aan te passen aan de
snel veranderende maatschappij. Voor de Eerste Wereldoorlog hadden zij geregeerd vanuit
een raditionalistische en patenalistischere visie op de maatschappij. Een minderheid onder
de conservatieve katholieken wierp zich na de Eerste Wereldoorlog op als verdediger van
het oude contra-revolutionaire traditionalisme. Ze ondergingen de invloed van de chauvinistische en reactionaire Action française van Charles Maurras.2 Bimen de Brugse
associatie zou deze evolutie voor grote spanringen zorgen.
Een eerste spanningsveld deed zich voor bij de verkiezingen van 16 november 1919. Een
deel van de katholieken zocht steun bij het Katholiek Vlaams Verbond dat te Brugge het
Vlaamse "minimum-programma " verdedigde. Dit K.V.V werd in 1919 te Brugge gesticht
als afdeling van het Algemeen Vlaams Verbond. De onderhandelingen leidden tot de zgn." formule van Brugge ", dewelke een genuanceerde versie was van het minimum-programma. Zo moest het leger niet ingedeeld worden in Vlaamse en Waalse eenheden en werd de
tweetaligheid van Vlaanderen impliciet erkend. Toch betekende dit dat de Brugse
Katholieke associatie naar een gematigde Viaamsgezinde houding evolueerde en dat was
teveel voor heftige katholieke nationalisten zoals graaf de Briey, Gustaaf Stock, Jan Van
Houtryve, de la Kéthule de Ryhove, Joseph Muylle en Joseph Schramme die zich aansloten
bij de " Ligue pour l'Unité belge ". Een tweede spanningsveld ontstond bij de omvorming
van de associatie tot standenpartij op 27 december 1920" dus nog voor de hervorming op
nationaal niveau, tijdens een vergadering waarop alle groeperingen, ook de nationalistische
dissidenten, waren uitgenodigd. ln plaats van de nogal elitaire groepering die de associatie
was geweest, kwam er nu een nieuw organisme tot stand dat de vier erkende standsgroepen
( de middenstandsvakbond, het verbond der boerengilden, het christenwerkersverbond en
de vereniging der vrije beroepen of de vierde stand ) overkoepelde. Ook in het dagelijks
bestuur werd het principe van de standenvertegenwoorrliging gehudigd. Elke stand mocht
vier afgevaardigden aanduiden. Aangezien de franstalige burgerij opgenomen werd in de
vierde stand en de Katholieke Vlaamse Landsbond ondertussen een stevige machtspositie
had uitgebouwd, konden de dissidente nationalisten geen dominerende rol meer spelen.
Vanaf 1922 verengden ze zich daarom en op 19 januari 1922, na enkele weken van
voorbereiding ten huize van Joseph Schramme, resulteerde dit in de heroprichting van de
Katholieke Burgersgilde. Joseph Muylle was van 1923 tot 1940 (onder)voorzitter. Ondanks
verzoeningspogingen bleef de gilde een dissidente groep. Dit leidde in 1929 tot het
opstellen van een eigen lijst voor de provincieraadsverkiezingen onder de naam " Vrijheids-en eenheidsgezinde Katholieken ", met onder meer Joseph Schramme, Ludovic Fraeys de
Veubeke en H. de la Kethule de Ryhove. In 1932 werden Joseph Muylle en Pieter Verbeke
tot gemeenteraadslid verkozen. Na een meeting van Degrelle in 1936 besloot de Gilde zich,
op aarraden van Muylle en Val Houtryve, aan te sluiten bij het Rex-programma. Voor de
gemeenteraadsverkiezingen van oklober 1938 wist de Katholieke Partij terug tot een
eenheid te komen met de Katholieke Burgersgilde na onderhandelingen met ondermeer
Joseph Muylle.
In 1928 gaf de Katholieke Burgersgilde voor het eerst een eigen weekblad uit : " La Flandre Maritime ". Dit was ovefiuigd katholiek en verdedigde de rechten van de Franstalige
minderheid in Vlaanderen, omdat alleen op die manier de eenheid van België. kon bewaard
blijven. Brein achter het weekblad was Joseph Schramme, Muylle's schoonvader, hierbij
geholpen door Robert Ancot. In het vast redactiecomité zetelde ook Joseph Muylle. Een
van de mede-oprichters, Charles Hervy-Cousin, was van 1926 tot 1960 beheerder van de
MBZ, in 1928 werd hij beheerder van de Compagnie Belge Maritime du Congo en in 1934
voorzitter van de Ligue Maritirne Belge. Joseph Muylle werd door die LMB, waarvan ook
hij later lid van de beheeraad werd, aangetrokken als voordrachtgever over Zeebrugge. In
1928 werd Muylle cornmissaris van de MBZ en secretaris van het actie-comité voor
Zeebrugge. Hij narn steeds de koloniale berichtgeving in La Flandre Maritime voor zijn
rekening en besteedde daarbij veel aandacht aan de beschavingsopdracht en vooral de
bescherming van de Kongolese bevolking en arbeidskrachten. Ahoewel de Kongolezen
meestal negatief werden voorgesteld, waren ze wel degelijk " beschaafbaar door onderwijs
en opvoeding. Die sterke nadruk op de beschavingstaak leidde er ook toe dat La Flandre
Maritime nogal wat aandacht besteedde aan het ophangen van een beeld van de " ideale
kolonisator, die toch moet zorgen in zijn dagelijkse contacten met de inlanders voor een
voorbeeld waarnaar deze zich kunnen richten ". Die ideale kolonist had volgens Joseph
Muylle drie kenmerken : Fermeté ( nous devons cornrnander : qui tolère l'indiscipline-...
trahit la cause de la civilisation. Le noir doit être convaircu que le blanc est le plus fort ),
Justice soit être assuré que le blanc est le plus juste. De tous les sentiments qui
dorment au coeur de ces enfants, celui de la justice et de ces droits est celui, sur lequel
nous pouvons nous appuyer le plus sûrement pour en faire des hommes. Le jour ou le
blanc remplacerait la fermeté par la violence, la justice par ll'arbinaire, notre indispensables
prestige et aussi bien notre autorité seront perdues ), Bonté ( il faut consuérir le. coeur .
L'indigène doit se sentir aimé ) Een goed kolonisator moest dus sffeng, maar rechtvaardig
en liefdevol ( het " principe van de goede huisvader " ) zijn en bovenal katholiek.
La Flandre Maritime besteedde relatief weinig aandacht aan het economisch aspect en dat is merkwaardig als men weet dat enkele redactieleden belangen hadden in zowel het bedrijfsleven van de Brugse havens als in de koloniale zakenwereld. Wanneer in 1924 de Antwerpse maatschappij Valkenaere Frères zich wil omvormen tot Société Commerciale du Centre Africaine ( SOCCA ) wordt Joseph Muylle aangezocht te zorgen voor een inbreng van een miljoen fiank, in ruil waarvoor de Brugse groep recht zou hebben op een beheerder ( Joseph Muylle ) en een c.ommissaris ( Joseph Schramme ). In 1929 werd hij door de Minister van Kolonieën voorgedragen als beheerder van de American Congo Company, een portefeuillemaatschappij met een filiaal te Brussel. In 1934 werd Joseph Schranme beheerder van de Compagnie des Bois et Plantation du Kasai ( Ciboplanka) en Cominex, in 1939 secretaris van het Crédit Générale du Congo " Nochthans, ", zo besluit Lieven Verstraeten, " mag het belang van dit alles niet overschat worden. Het betreft meestal kleinere rnaatschappijen die de crisis van de jaren '30 niet overleefden, zodat die propaganda voor Kongo niet gezien moet worden als een veiligstellen van de eigen belangen, dan wel als ingegeven, vanuit hun nationalistisch denken, door de overtuiing dat Kongo voor België tastbare voordelen kon opleveren. Daarmee weze niet gezegd dat in de...koloniale topkringen...dat eigenbelang geen voorname rol speelde in de koloniale propaganda "
© Proffesor Neirynck Karim 2e licentie Geschiedenis academie jaar 1997-1998
. Meer lezen en weten ? ... vraag copie van de thesis van Professor Neirynck Karim via de webmaster (kost kopie, verpakking en verzending ongeveer prijs te bepalen na voorafbetaling kosten . ) daarvoor krijgt U 200 blz recto verso gedrukt met fotos en teksten (meer tekst dan foto) en het pakje weegt ongeveer 600 gram !
















About Us