Congo : Fiere of beschaamde Belgen ?

SOME AWESOME HERO TAGLINE

 

Tekstvak:

KBUOL Koninklijke Belgische Unie voor Overzeese Landen Stassartstraat, 20-22 1050 Brussel

Ja, fier mogen we zeker zijn over al die Belgen die samen met de Congolezen ontstaan hebben gegeven aan dat onmetelijke land – tachtigmaal België – en het tot ontwikkeling hebben weten te brengen.

Om te beginnen was er Leopold II, soeverein van Congo-Vrijstaat, die er de vader en stichter van was, zoals de Congolezen zelf dat graag erkennen. Natuurlijk heeft de vorst de rijkdommen van het land ontgonnen, net zoals alle andere koloniale mogendheden dat hebben gedaan. Met dit verschil nochtans dat hij een humanitaire dimensie aan zijn optreden heeft toegevoegd : hij was het immers die een einde gemaakt heeft aan de stammenoorlogen en de slavenhandel, die de levenskracht van het land ondermijnden.

Het was ook onder zijn impuls dat de eerste scholen en hospitalen in het leven werden geroepen en de strijd werd aangebonden tegen de gele koorts, de slaapziekte en malaria. Tezelfdertijd werden de eerste stappen gezet naar de opbouw van een rechtsstaat en een onafhankelijk rechtssysteem. Hij heeft speciaal zorg gedragen voor de opbouw van de infrastructuur nodig voor de economische ontplooiing van het land en de aanleg van de eerste spoorlijn, die toegang verschaft tot de Atlantische Oceaan, “zonder welke Congo geen penny waard is”.

Niet zonder zekere misbruiken en tekortkomingen aan te klagen, heeft de internationale commissie die in 1904 op initiatief van de Koning werd opgericht om ter plaatse de klachten te onderzoeken over onder zijn regime gepleegde ontsporingen, ook uiterst lovende woorden overgehad voor de verwezenlijkingen die zij er heeft waargenomen : “Wanneer men Congo doorreist en een vergelijking maakt tussen de vroegere toestand zoals die ons door de verhalen en beschrijvingen van reizigers bekend is, en de huidige toestand, is men onder de indruk en vol bewondering… Vandaag heerst alom veiligheid over dit immense gebied… Men vraagt zich af welke magische kracht of welke machtige wil, gesteund op heroïsche inspanningen, mogelijk hebben gemaakt dat het aanschijn der aarde op enkele jaren tijd zo ingrijpend werd gewijzigd…”

Fierheid ook over de Belgen die in Congo aan de slag zijn geweest tussen de overname door België in 1908 tot de onafhankelijkheidsverklaring op 30 juni 1960. Tijdens die 52 jaar is het welzijn van de plaatselijke bevolking spectaculair verbeterd. Een volgehouden Pax belgica, bijna integraal gratis lager onderwijs, ruim verspreid middelbaar onderwijs en oprichting van twee universiteiten, volledig kosteloze medische zorgen tot in de verste uithoeken van de kolonie, ontwikkeling van de landbouw, met invoering van productieve teelten, industriële ontwikkeling van de mijnbouw, een positieve handelsbalans, monetaire stabiliteit, enz. enz., even zoveel redenen tot fierheid over wat onze landgenoten op zo korte tijd met zo weinig financiële en menselijke middelen tot stand hebben weten te brengen.

Geen reden tot fierheid, daarentegen, over de wijze waarop onze politici het lot van Congo hebben bezegeld op de Rondetafelconferentie, waar zij naïef hebben gegokt op de manier waarop de nieuwe machthebbers zich van hun taak zouden kwijten. Dat deze daartoe niet in staat waren blijkt ten overvloede uit hun onzinnige beloften aan hun kiezers.

Toegegeven moet worden dat de loodzware internationale antikolonialistische druk, aangewakkerd door de conferenties van Bandoeng en Accra, en meteen ook de nefaste wedijver tussen de twee rivaliserende supermachten, de USA en de USSR, aan de Belgen maar weinig speelruimte overlieten ten overstaan van de vertegenwoordigers van het Congolese volk die - hoewel niet allen even radicaal - onmiddellijke onafhankelijkheid eisten.

Naar het voorbeeld van Frankrijk en Groot-Brittannië hadden onze politici echter moeten voorzien in gepaste begeleidingsmaatregelen om het ergste te voorkomen en de instorting van de staatsstructuur te voorkomen. In plaats daarvan werden alle teugels onvoorwaardelijk losgelaten.

“Laten we maar hopen dat ze mijn Congo niet verknoeien”, zuchtte Leopold II toen hij de soevereiniteit aan België overdroeg. Helaas, Sire, “Ze” hebben hem wel degelijk verknoeid !

Fier mogen we tenslotte ook zijn over de Belgen die vandaag nog doorwerken in Congo, zoals de missionarissen die ondanks alles ter plaatse gebleven zijn. Hetzij als leerkrachten, artsen, agronomen, adviseurs, technici in openbare of particuliere bedrijven, als militairen die een elite bataljon opleiden in de schoot van de FARD, of als coöperanten in NGO’s die werkelijk begaan zijn met het welzijn van de bewoners van dat prachtig land, leveren zij een bijdrage tot het in stand houden van de banden die zo lang Belgen en Congolezen verenigd hebben.

 

André de Maere d’Aertrycke

Ere Gewestadministrateur

Voorzitter KBUOL/UROME

SiteLock
share this - partager le site - deel dit document

About Us | Contact | Privacy | Copyright | Agenda  
Ook op het internet gelden de auteursrechten. Werken die auteursrechtelijk beschermd zijn, zoals tekeningen, foto's, muziek, film en software, mag u niet verspreiden via het internet zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Delcol Martine