
Congo 'viert feest'
Koen Vlassenroot
HET VERHAAL VAN INNOCENT BALUME
Innocent Balume zou je kunnen omschrijven als een typevoorbeeld van een Congolees straatjoch dat probeert te overleven in een context van crisis, staatsverval en geweld.
De
13-jarige Innocent is een kind van Birere, het
hart van Goma dat het middelpunt vormt van
grensoverschrijdende informele handel en
waar zich dagelijks duizenden inwoners van
Goma bevoorraden. Hij groeit op in een zeer
arme familie maar raakt gepassioneerd door
muziek. Met enkele van zijn broers richt hij
een bandje op, optredens moeten hem toelaten
wat geld te verdienen en zijn familie te onderhouden.
Een groot succes is het niet, tot hij een
voorprogramma speelt van een belangrijk artiest.
Net op dat moment is een vertegenwoordiger
van Vodacom, een van de belangrijkste
telefoonproviders in het land, aanwezig.
De
man is op zoek naar lokaal talent voor de Superstar
Vodacom wedstrijd, zeg maar de Congolese
versie van Idool. Innocent wordt opgepikt en
mag deelnemen aan de wedstrijd. En vanaf dan
gaat het heel snel. Hij slaagt erin heel de stad
Goma te mobiliseren en voor hem te stemmen.
Hij bereikt de fi nale, die hij verrassend wint van
een kandidaat uit Kinshasa. Bij zijn terugkeer
naar Goma wordt hij als een held onthaald en
valt het openbare leven even volledig stil. Hij
verschijnt in de ene na de andere reclamespot
en er worden plannen gemaakt voor de opname
van een album in de Verenigde Staten.
Maar hierbij stopt het verhaal niet. Hoewel
het verslag van Innocents succes kan worden
gelezen als een lokale versie van het straatjongetje
dat het tot superster schopt, bleek er al
snel meer aan de hand. Innocent ontsnapt niet
aan het web van politieke intriges, spanningen
tussen oost en west (of tussen de Kivu-provincies
en de hoofdstad) en het discours over de
autochtonie.
In Goma ontstaat een getouwtrek
tussen lokale politiek-economische elites; de
provinciegouverneur en enkele grote commerçanten
mobiliseren massaal en investeren zelfs
grote sommen geld in een poging hun eigen lokale
positie te kunnen versterken. Voor de jury
in Kinshasa is de zaak al even duidelijk: gelet
op het feit dat Innocent in perfect Engels zingt
(zijn Michael Jackson imitatie vind je ondertussen
op YouTube), moet het wel dat hij van
Rwandese afk omst en dus geen echte Congolees
is. Innocent wordt een held in Goma, maar Vodacom Superstar wordt zelf het onderwerp
van politieke intrige en manipulatie.
BERICHTGEVING
Geef toe, het is een verhaal dat niet onmiddellijk
aan bod komt in de overvloed aan artikels,
documentaires en debatt en waarmee
we vandaag worden overladen.
En toch maakt
het onlosmakelijk deel uit van de huidige werkelijkheid
in het land. Op 30 juni viert Congo zijn vijft igste verjaardag, wat voor velen een ideaal moment is om een evaluatie van het
verleden te maken, of om nostalgische gevoelens
de vrije loop te laten. Nooit zijn in België zoveel boeken verschenen over Congo, nooit
werden zoveel televisieprogramma's besteed
aan of debatavonden georganiseerd over
'onze' ex-kolonie. Wat daarbij opvalt is dat
nogal wat aandacht gaat naar 'ons' koloniale
verleden, alsof het een feest is dat vooral de
kolonisator centraal moet stellen en niet zozeer
de gekoloniseerde die vijft ig jaar geleden
het juk van de kolonisatie kon afleggen.
Ludo De Witte merkte het al veelvuldig op: eerder dan de aanleiding van deze verjaardag aan te grijpen voor een kritische refl ectie over dit verleden in Congo of een historische evaluatie van de Belgisch-Congolese relaties, wordt een 'zachte, weemoedige blik op de kolonie en de Belgisch-Congolese betrekkingen' gepresenteerd, waarbij een neiging tot exotisme, liefdadigheid en stereotypering niet echt ver weg is (Ludo De Witt e, De geesten van Leopold II and Lumumba dwalen nog steeds door dit land, www.apache.be).
De Terzake uitzending over
Jef Geeraerts' reis naar Bumba was zonder
meer het absolute hoogtepunt van dit verholen
exotisme. Zelden riep een reportage zo'n
sterk gevoel van plaatsvervangende schaamte
op.
Gelijkaardige gevoelens komen naar boven
bij de VTM reportage over Congolese
pygmeeën. Alsof de zoektocht naar exotisme
de belangrijkste drijfveer is geworden binnen
de beeldvorming over het land, dat steevast
'the heart of darkness' wordt genoemd.
Naast dit exotisme is er vooral weinig ruimte
voor historische duiding. Verhalen over ex-colons
mogen dan al interessante herinneringen
opwerpen, ze brengen ons nauwelijks iets bij
over de geschiedenis van Congo zelf. Er zijn
natuurlijk uitzonderingen (de boeken van
Koen Vidal en David Van Reybroeck bijvoorbeeld)
maar deze blijven helaas beperkt in aantal
en verdwijnen in de vloedgolf aan aandacht
voor de ex-kolonie. Hoe moeilijk bespreekbaar
het koloniale verleden blijft , werd ook geïllustreerd
door de totaal irrelevante discussie
over het al dan niet sturen van de Koning naar
het onafh ankelijkheidsfeest in Kinshasa, een
discussie die ontaardde in een fl ink heen en
weer geroep tussen voor- en tegenstanders.
Weinigen doen de moeite om Congolezen, zoals
Innocent, zelf aan het woord te laten. Haast
niemand probeert na te gaan hoe het op dit
moment nu eigenlijk echt gaat in Congo. Het
is echter pas dan dat je tot de vraag komt of er
op 30 juni veel reden tot feesten is.
Koen Vlassenroot Congo 'viert feest'
Nogal wat aandacht gaat naar 'ons' koloniale verleden, alsof het
een feest is dat vooral de kolonisator centraal moet stellen en niet
zozeer de gekoloniseerde die vijftig jaar geleden het juk van de kolonisatie
kon afl eggen.
sampol 2010/6|70
CONGO 'VIERT FEEST'
En die is er helaas nauwelijks. Wie vandaag
door Congo reist, komt onvermijdelijk in
aanraking met de door waarnemers vaak verbloemde
creativiteit en ondernemerszin van
de Congolese bevolking, zoals geïllustreerd
door het voorbeeld van Innocent. Maar ook
wordt snel duidelijk dat die creativiteit op tal
van muren botst en zelden een verbetering van
de situatie realiseert. Het vredes- en democratiseringsproces
dat in 2003 in gang werd
gezet nadat een akkoord werd bereikt tussen
de voornaamste strijdende partijen, heeft
nauwelijks verandering kunnen brengen in de
neopatrimoniale bestuurscultuur die tijdens
de Mobutu-periode werd geïntroduceerd.
Hetzelfde vredesproces lijkt vandaag ook een
fragiel doch uiterst repressief regime te hebben
voortgebracht. De nieuwe Congolese staat
die uit dit proces voortkwam, is in wezen niet
anders dan de voorgaande: ze bestaat uit een
radarwerk van uitbuitings- en repressiestructuren,
waarbij overheidsposities worden gereduceerd
tot instrumenten van persoonlijk
gewin.
Binnen het staatsapparaat zijn talloze
mechanismen actief die ervoor moeten zorgen
dat staatsinkomsten worden doorgesluisd naar
hogere regionen. Lokaal gegenereerde belastingen
komen slechts in beperkte mate terecht
in de schatkist. Het merendeel van de verworven
inkomsten wordt via een gesofi sticeerd en
piramidaal netwerk van exploitatie afgeleid
ten behoeve van private belangen.
Het heeft
niet alleen geleid een ver doorgedreven en
geïnstitutionaliseerde vorm van corruptie op
ieder niveau van de samenleving, de Congolese
bevolking wordt ook in toenemende mate
gedwongen ambtenaren, militairen en andere
vertegenwoordigers van de staat te onderhouden.
Het aantal taksen stijgt zienderogen, terwijl
de gemiddelde Congolees nauwelijks in
staat is enig inkomen te verwerven.
Maar er is meer. In 2006 was de hoop sterk
dat de eerste democratische verkiezingen een
breuk zouden realiseren met het verleden en
een nieuwe vorm van bestuur zouden introduceren.
Het verkiezingsproces kon rekenen
op massale internationale steun, Kabila beloofde
via zijn ambitieus plan van 'cinq chantiers'
nieuwe wegen aan te leggen, scholen en
ziekenhuizen te bouwen, werkgelegenheid
te creëren, te zorgen voor huisvesting, water
en electriciteit. Hoewel Kinshasa en andere
steden vandaag grote bouwwerven zijn, mag
hieruit niet worden afgeleid dat enige vooruitgang
is gemaakt in de realisatie van deze
doelen. Vooral op politiek vlak moeten vragen
worden gesteld.
De onafhankelijkheid van het
juridisch apparaat is volledig uitgehold, het
leger is een voortdurende bron van onveiligheid
en repressie. Nog dramatischer is dat het
verkozen regime steeds repressiever optreedt
tegen opposanten, mensenrechtenactivisten,
journalisten en vertegenwoordigers van de
civiele samenleving. De dood begin juni 2010
van Floribert Chebeya Bahizire, een van Congo's
bekendste mensenrechtenactivisten die
al jaren de wandaden van de Congolese overheid
aanklaagt, is de laatste politieke moord
in een lange rij en getuige van de bijzondere
brutaliteit van het huidige regime. De moord
heeft tot algemene internationale consternatie
gezorgd, maar het is voorlopig onduidelijk of
dit enige impact heeft op de huidige politieke
klasse.
De eerste aanwijzingen leiden naar de
top van de politie, in de persoon van inspecteur-
generaal John Numbi, en daarmee ook
naar het centrum van de politieke macht. Het
valt af te wachten hoe het Congolese regime,
dat hiermee mogelijk zijn hand toch wat heeft
overspeeld, hiermee zal omgaan.
Ander probleem is de dramatische situatie in
Oost-Congo. Het wordt stilaan een grijsgedraaide
plaat, maar grote delen van het oosten
Koen Vlassenroot Congo 'viert feest'
sampol 2010/6|71
blijven gebukt onder gewelddaden gepleegd
door lokale Mayi-Mayi groepen, Rwandese
Hutu rebellen en offi ciële legereenheden.
Grote delen van de Kivu-provincies blijven
onder de facto controle van milities, die er hun
eigen administraties hebben opgericht en de
exploitatie van natuurlijke rijkdommen en lokale
handelsactiviteiten proberen af te romen.
De houding van het Congolese leger is al even
problematisch, zoals enkele maanden geleden
nog gedetailleerd werd omschreven in een rapport
van de mensenrechtencommissie van de
Verenigde Naties. Verschillende vredesinitiatieven
en militaire campagnes later moeten we
vaststellen dat de situatie er enkel is op achteruit
gegaan. De laatste maanden is er sprake van
de oprichting van nieuwe gewapende groepen,
is er opnieuw een stijging van gewelddadige
incidenten, zijn nieuwe vluchtelingenstromen
op gang gekomen en zijn er duidelijke tekenen
van een begin van (verdere) desintegratie van
het Congolese leger.
Het zijn enkel signalen
dat de pacifi catie van het oosten voorlopig een
illusoir streefdoel blijft . Dat men er maar niet
in slaagt enige greep te krijgen op de verschillende
confl ictdynamieken is zorgwekkend,
maar zegt vooral veel over de zwakte van het
huidige Congolese regime.
De recente incidenten in de Evenaarsprovincie,
waar een voordien onbekende gewapende
groep er onder meer gedurende korte tijd in
slaagde de controle over te nemen over de stad
Mbandaka, zijn overigens een sterke indicatie
dat het ook elders in het land snel uit de hand
kan lopen. Het getuigt er ook van dat de Congolese
regering, zonder de aanwezigheid van
de VN vredesmissie MONUC (binnenkort
MONUSCO) niet in staat is het grondgebied te
controleren. Paradoxaal genoeg drong diezelfde
Congolese regering recent zeer sterk aan op
een spoedig vertrek van de VN troepenmacht,
een eis die de zoektocht van het regime naar
soevereiniteit kracht moest bij zett en.
Volgend
jaar moeten verkiezingen worden georganiseerd.
Los van het feit of de huidige verkiezingskalender
haalbaar is, staat nu al vast dat
de aanloop er naartoe een bijzonder risicovolle
periode wordt. Politici die door Kabila aan de
kant werden geschoven en politieke bewegingen
die zich onvoldoende beloond zagen, zijn
alvast begonnen met hun profi lering. Ze doen
dit in een context van een toenemende mate
van autocratie en repressie, immer voortdurende
confl icten in het oosten maar ook in andere
delen van het land, en een gebrekkige capaciteit
en politieke wil van het huidige regime
om werk te maken van een duurzaam proces
van staatsheropbouw en ontwikkeling.
Er is met andere woorden vandaag weinig reden
tot feest. De meeste waarnemers zijn het
erover eens dat na de viering van 50 jaar onafhankelijkheid
op 30 juni, het land voor enkele
bijzonder grote uitdagingen staat.
De focus ligt
momenteel op de organisatie van de volgende
presidents- en parlementsverkiezingen. Er is
de discussie over de haalbaarheid om deze verkiezingen
voor de vooropgestelde deadline te
organiseren (deze ligt op het eind van 2011).
Belangrijker is dat deze verkiezingen amper
een verschil zullen maken zolang geen vooruitgang
wordt gemaakt in de noodzakelijke hervorming
van de veiligheidssector, geen poging
Koen Vlassenroot Congo 'viert feest'
Dat men er maar niet in slaagt enige greep te krijgen op de verschillende
confl ictdynamieken is zorgwekkend, maar zegt vooral veel
over de zwakte van het huidige Congolese regime.
sampol 2010/6|72
wordt ondernomen tot een meer transparante
bestuurscultuur en een decentralisatieproces,
de overheidsinstellingen niet worden versterkt
en geen verbetering in de toestand van miljoenen
Congolezen wordt gerealiseerd.
INTERNATIONALE GEMEENSCHAP
Dit brengt ons uiteindelijk ook bij de vraag
welke de verantwoordelijkheid van de internationale
gemeenschap is en welke houding
België moet aannemen. Jarenlange en uitgebreide
steun aan het vredes- en democratiseringsproces
heeft op zijn best een zeer ambigue
resultaat opgeleverd. Het vredesproces
kon rekenen op massale internationale ondersteuning
(die onder meer werd vorm gegeven
in de VN-missie MONUC), het verkiezingsproces
werd gefi nancierd door de internationale
gemeenschap, talloze inspanningen
werden geleverd om de veiligheidsdiensten te
hervormen en vandaag worden ook verschillende
interventies voorbereid om te voorkomen
dat gewapende groepen greep houden op
de exploitatie van grondstoff en en deze sector
op een meer transparante manier wordt georganiseerd.
Het heeft niet kunnen voorkomen
dat zich in Kinshasa een regime heeft geconsolideerd
waarover men zich ernstige vragen
kan stellen. Meer zelfs, er zijn een toenemend
aantal signalen dat de situatie in Congo de
internationale gemeenschap nog nauwelijks
beroert. Er is een duidelijk waarneembare
'Congo fatigue' vast te stellen, het wordt steeds
moeilijker om een draagvlak te vinden voor
Koen Vlassenroot Congo 'viert feest'
een sterke - maar broodnodige - internationale
betrokkenheid.
Precies op dat moment kiest België voor een
zeer pragmatisch beleid. Tijdens de vorige
regeringen nam België, vooral bij monde van
Minister De Gucht, een zeer harde houding
aan. Het leidde uiteindelijk tot een ernstige
diplomatieke crisis tussen Congo en ons land
en dreigde België te isoleren binnen de internationale
gemeenschap. Maar deze houding
zorgde wel voor ontzett end veel bijval bij de
Congolezen zelf. Vooral personen zoals Floribert
en andere activisten, werd met deze
houding een hart onder de riem aangeboden.
Vandaag staan verzoening en pragmatiek
voorop, en is nog amper sprake van enige kritische
houding. Het houdt de communicatielijn
met Kinshasa open, maar biedt amper
ruimte voor kritiek. En precies dat blijft nodig
wil men Congo op weg helpen naar een democratisch
bestuur. Gezien de uitdagingen
in de nabije toekomst van het land, doet de
volgende Minister van Buitenlandse Zaken er
alvast goed aan te streven naar een coherent,
internationaal ingebed Congo-beleid dat essentiële
condities stelt aan iedere Belgische
steun. Er kan enkel gehoopt worden dat de
aandacht voor Congo naar aanleiding van de
vijft igste verjaardag van haar onafh ankelijkheid,
en de hiermee gepaard gaande culturele
en maatschappelijke interesse, zal bijdragen
tot een kritische refl ectie over onze koloniale
geschiedenis maar ook tot een volwassen en
geëngageerd beleid.
Koen Vlassenroot
Confl ict Research Group, Universiteit Gent














About Us